Rechtshulp is iets anders dan verhuur verschoningsrecht

Als het Openbaar Ministerie de geheimhoudingsplicht van advocaten en notarissen wil inperken, boer pas op je kippen. Vorige week gaf officier van justitie Vincent Leenders een voorzet. Advocaten en notarissen weten vaak niet dat ze worden gemanipuleerd om miljoenen illegale winst uit het zicht te houden, meent hij. Criminele netwerken verdelen hun illegale transacties zo dat geen van de ingehuurde togadragers het overzicht heeft. Onder die omstandigheden zouden zij zélf niet op hun volledige geheimhoudingsrecht moeten blijven staan, vindt het Openbaar Ministerie. Noblesse oblige – weet waar je voor wordt gebruikt. Ook in situaties waarin zij nu al melding zouden maken van ongebruikelijke transacties, zou hun geheimhoudingsrecht ingeperkt kunnen worden.

Is dat redelijk of niet? En waarom stellen advocaten hun geheimhoudingsprivilege zo makkelijk ter beschikking van grote cliënten door aan letterlijk al hun e-mail correspondentie en stafbijeenkomsten mee te doen? Dat is geen rechtshulp, maar verhuur van het verschoningsrecht aan wie het betalen kan. Leenders wil een open debat – daar behoren notariaat en advocatuur voor open te staan. Zeker in een tijd waarin ondermijning uitgroeit tot de grootste zorg van de handhaving, en van de burger. Voor die grotere dreiging mogen advocatuur en notariaat de ogen niet gesloten houden.

Nu kwam de kwestie toevallig in dezelfde week waarin een advocatenkantoor in kort geding een algemeen verbod eiste op afluisteren door de AIVD. De verhoudingen tussen Staat en de rechtshulpverleners zijn dus niet best. Ook nu weer protesteerde de Orde van Advocaten en wees ze op de fundamentele rol die een goed beschermde advocaat in de rechtsstaat speelt. Advocatuur en notariaat zijn inderdaad het laatste bastion voor wie met de machtige staat wordt geconfronteerd. Zij moeten daarom vertrouwelijk, deskundig, betrouwbaar en volstrekt partijdig te werk kunnen gaan. Advocaten hoeven zich van een eventueel algemeen belang in beginsel niets aan te trekken – en daar wringt dan ook de schoen. Die geheimhouding mag geen dekmantel worden om misdrijven te (laten) plegen. Advocatuur en notariaat dienen zich toetsbaar op te stellen. Ook voor de samenleving. Bij de rechter werden zij enige malen stevig gecorrigeerd – het OM kreeg toegang tot hun dossiers. Dat waren misschien uitzonderlijke zaken: zeer ernstige verdenkingen, buitensporig veel ‘geheime’ e-mails, waarschijnlijke medeplichtigheid. Maar Leenders heeft een punt. Het procesmonopolie en het verschoningsrecht voor de advocaat zijn een wettelijk privilege, het vormt geen jachtakte. Daar moet verantwoordelijk mee worden omgesprongen, in het belang van de rechtsstaat en de advocatuur.