Opwarming aarde loopt juist ver achter op schema

De klimaatwetenschap is extreem gepolitiseerd. Media moeten daarom ook extreem voorzichtig zijn met nieuws uit die hoek, betoogt Marcel Crok. In dit artikel geeft hij zijn eigen interpretatie van een spraakmakende studie in Science.

Wetenschapsnieuws haalt niet vaak de voorpagina. Als het al gebeurt, moet het wel groot nieuws zijn, van het kaliber ‘buitenaards leven’ of ‘therapie tegen kanker’ ontdekt. Op vrijdag 5 juni was het echter zo ver. ‘Opwarming van de aarde zet toch door’, kopte NRC op toevalligerwijs de eerste tropische dag van het jaar.

Reden voor het bericht was een studie in Science waaruit zou blijken dat van de zogenaamde ‘warming hiatus’ in de afgelopen vijftien jaar toch geen sprake is geweest. Dat lijkt op het eerste gezicht inderdaad groot nieuws. De laatste jaren is er immers druk gespeculeerd door klimaatwetenschappers waarom de aarde sinds de eeuwwisseling niet of nauwelijks meer opwarmde terwijl de uitstoot van CO2 juist snel toenam.

Tientallen verschillende hypotheses zijn er geopperd in de vakliteratuur om deze stagnatie in de opwarming te verklaren. Het nieuwe artikel suggereert echter dat die zoektocht naar oorzaken overbodig was. Want de haperende opwarming was een illusie, stellen de onderzoekers nu. Het was een artefact van de data. Zij brachten nieuwe correcties aan in met name de zeewatertemperaturen, met als gevolg dat de wereldwijde opwarming sinds 2000 bijna verdubbelde van 0,09 tot 0,16 graden.

Hoe baanbrekend is dit nieuws? Laten we eens kijken naar de grafiek die de onderzoekers zelf publiceerden en die hierboven is afgebeeld. In rood zien we de ‘oude’ temperatuurreeks, in zwart de ‘nieuwe’. Zoek de verschillen. Inderdaad, die zijn er nagenoeg niet. Als je heel goed kijkt zie je dat de laatste paar jaar de zwarte lijn wat boven de rode lijn ligt. Dus sinds 2000 laat de nieuwe reeks inderdaad wat meer opwarming zien. Maar de opwarming over de hele periode sinds 1880 is vrijwel identiek.

Zelfs vanaf pak ‘m beet 1985 is de opwarming in de oude en nieuwe reeks nagenoeg gelijk. Dat betekent dat tussen 1985 en 2000 de opwarming juist wat minder is geworden en vanaf 2000 net wat meer. Was dat nu de opening van de krant waard?

Een vuistregel in de wetenschap luidt dat buitengewone beweringen (er is geen pauze in de opwarming!) gebaseerd moeten zijn op buitengewoon sterke bewijzen. Van sterke ‘bewijzen’ is hier echter zeker geen sprake. De onderzoekers hebben nieuwe correcties toegepast op bestaande data waarvan nog maar moet blijken of ze de tand des tijds doorstaan.

Grootste verschil met de oude reeks is dat metingen gedaan met boeien 0,12 graden omhoog zijn bijgesteld om ze gelijk te trekken met scheepsmetingen. Bovendien hebben de onderzoekers de boeien meer gewicht gegeven. Daarnaast zijn scheepsmetingen in de jaren 1998 tot 2000 juist naar beneden bijgesteld, wat leidt tot relatief meer opwarming na 2000.

Hoe weet je of zulke correcties juist zijn? Dat valt helaas niet met zekerheid te zeggen. Andere groepen, met name in Engeland, hebben ook uitgebreid naar de zeewatermetingen gekeken en zij pasten andere correcties toe. Hun reeks laat wel een stagnatie zien. Alle andere internationale datasets, ook die van de troposfeer, laten een duidelijke vertraging van de opwarming zien sinds 2000 en de nieuwe Amerikaanse reeks is wat dat betreft een buitenbeentje. Enige bescheidenheid lijkt dus gepast, maar nee hoor, de onderzoekers trekken in het stuk fel van leer tegen het VN-klimaatpanel IPCC omdat die in haar vijfde rapport in 2013 de stagnatie in de opwarming erkende.

Te traag
Zelfs als de nieuwe temperatuurcurve in de toekomst internationaal erkend zou worden door specialisten zegt het nog weinig over de snelheid en ernst van klimaatverandering. De Amerikanen stellen dat het tempo van opwarming sinds 1950 vrijwel constant is gebleven, namelijk zo’n 0,12 graden per tien jaar. Klimaatmodellen voorspellen echter dat het tempo van opwarming nu toch al minstens het dubbele zou moeten zijn.

Klimaatmodellen lopen hierdoor steeds verder uit de pas met de werkelijkheid en ook het nieuwe artikel verandert daar weinig aan. Merk op dat we in het huidige tempo nog een eeuw te gaan hebben (sinds 1880 is de aarde ongeveer 0,8 graden warmer geworden) voordat we de internationaal afgesproken grens van twee graden passeren.

Er zijn duidelijke aanwijzingen waarom klimaatmodellen de werkelijke opwarming overschatten. Ze zijn veel ‘gevoeliger’ voor broeikasgassen dan het werkelijke klimaat. Klimaatmodellen warmen gemiddeld meer dan drie graden op als de CO2-concentratie verdubbelt. De gemeten opwarming sinds 1850 gekoppeld aan onze kennis over het broeikaseffect van CO2 suggereert echter een klimaatgevoeligheid van tussen de 1,5 en 2 graden. Dat is goed nieuws dat echter nauwelijks aanhang vindt onder klimaatonderzoekers en daarom ook niet bekend is bij het publiek en beleidsmakers.

De felheid waarmee de Amerikaanse onderzoekers het bestaan van de stagnatie nu bestrijden past in de traditie om alles wat erop wijst dat het klimaatprobleem meevalt te bekritiseren. De stagnatie is inconvenient, en met het oog op de klimaatconferentie in Parijs later dit jaar willen onderzoekers er liever vandaag dan morgen vanaf. Dat Science het artikel publiceert en zoveel aandacht geeft is dan ook zeker geen toeval. Het is het zoveelste bewijs dat de klimaatwetenschap extreem gepolitiseerd is. Het is de taak van de journalistiek om daar rekening mee te houden en boude beweringen dus kritisch tegen het licht te houden.

Marcel Crok is freelance wetenschapsjournalist en auteur van De Staat van het Klimaat.