Op twee bierviltjes kwam het rond

Tourgekken

Zij regelden dat de Tour de France over twee weken in Utrecht begint. Hoe ging dat?

Jeroen Wielaert (links) enJan Fokkens bedachten begin 2002 dat de Tour de France in Utrecht moest beginnen.
Jeroen Wielaert (links) enJan Fokkens bedachten begin 2002 dat de Tour de France in Utrecht moest beginnen. Foto Rien Zilvold

Nijntje draagt al een bolletjestrui en etalages hangen vol gele versiering. Nog geen twee weken voor de Tourstart treft Utrecht de laatste voorbereidingen. Op het Jaarbeursplein begint de wielergekte. Precies zoals NOS-radioverslaggever Jeroen Wielaert en vriend Jan Fokkens het ooit bedachten. Dertien jaar geleden in het Utrechtse café Vooghel.

Het café heet inmiddels Cerveceria Boulevard. De inrichting is wat moderner, maar verder is aan de setting niet veel veranderd. Twee mannen, tegenover elkaar, zittend bij het raam. Ze zwaaien af en toe naar een voorbijganger. De een drinkt witte wijn, de ander bier.

Twee oude kroegmaten met oude herinneringen. Ze hebben het over vroeger. Over de stad, politiek, sport, oude helden. En over hoe Utrecht de Tourstart binnenhaalde. Een verhaal dat ze al vaak vertelden. Maar dat hen nooit verveelt.

Jan Fokkens: „De stamtafel stond hier, een halve meter naar achter. Daar zaten we.”

Jeroen Wielaert: „Het was 5 januari 2002. We namen het jaar door. Groningen had een grote wielerronde gehad. Als de Giro naar Groningen kan, dan kan de Tour naar Utrecht, zei ik.”

Fokkens: „We hebben twee bierviltjes gepakt en daar het plan op uitgewerkt.”

Wielaert: „Ik wist welke infrastructuur er nodig was. Hoeveel hotelcapaciteit. Dat hadden we allemaal. Ik zag een prachtige driehoek voor een Grand Départ. De jaarbeurs, de Rabobank met hoofdkantoor en de NS met het belangrijkste station van de spoorwegen.”

Fokkens: „Hij had het plan. Ik had het netwerk. We hadden het binnen een kwartier uitgewerkt.”

Wielaert: „Binnen een kwartier.”

Fokkens: „Binnen een kwartier hadden we het bedacht.”

Toenmalig burgemeester Annie Brouwer – destijds mevrouw Brouwer, inmiddels Annie voor de mannen – was enthousiast over het plan. Samen met automatiseringsbedrijf Capgemini deed de gemeente een haalbaarheidsonderzoek. Het zou moeten kunnen, was de conclusie. Al waren veel ambtenaren en Utrechters nog wat sceptisch.

Wielaert: „Megalomaan, werd er gezegd. Ik zal het nooit vergeten.” Hij zet een zeurderig Utrechts accent op. „De Tour bij ons, dat kan niet. Veel te klein man”, zegt hij. Fokkens: „Het was vooral ongeloof, ja toch, Jeroen?”

Wielaert: „Los van de gemeentelijke tegenwind was er een veel grotere opgave: Rotterdam stelde zich ook kandidaat als organisator van de tourstart. Een potsierlijke concurrentiestrijd.” Fokkens: „Ik vond dat een beetje vreemd.” Wielaert: „Bizar was het.” Ze zijn even stil. Mopperen wat over de toenmalig burgemeester van Rotterdam. Die daarvoor nog burgemeester van Utrecht was. „Ene I. Opstelten.”

Wielaert: „In die tijd werd oud-wielrenner Jan Janssen gelukkig ambassadeur voor Utrecht. Jan had nog gefietst met tourbaas Jean-Marie LeBlanc. Dat was handig voor het contact. Toen Jan 65 werd, mei 2005, kwam LeBlanc naar de stad. Hij deed een rondje door Utrecht, incognito natuurlijk. Hij ging die middag nog koffie drinken bij Annie Brouwer. Ze heeft hem Zutphense cake aangeboden.”

Wielaert weet de data, de locaties en de belangrijkste anekdotes nog precies. Bij bijna elke naam die hij noemt, spelt hij in razend tempo de letters. Vooghel, met dubbel o en een h. Janssen, met twee s’en. Tourdirecteur Jean-Marie LeBlanc. Jean-Marie met een streepje, Le en dan Blanc: b-l-a-n-c.

Wielaert: „Ik trof LeBlanc eens bij een traditionele naborrel van de Tour.” Fokkens: „Het was het jaar dat Pieter Weening won.” Wielaert: „Ik vroeg hoe Utrecht beviel. Très content, zei hij. ‘Très content. Als Den Bosch het kan, kunnen jullie het zeker.’ Hoor je het ook eens van een Parijzenaar, zei ik toen tegen jou, Jan.”

Fokkens: „Het was zaak door te zetten met de lobby. De ambtelijke bezoeken over en weer namen toe. Christian Prudhomme was inmiddels Tourdirecteur. Weer een nieuw contact.”

Wielaert: „Prudhomme was hier in 2007 op bezoek. Bij een rondje door de kloostertuin begon de Dom de Marseillaise te spelen. Het Franse volkslied. Uniek.”

Fokkens: „En die brief.”

Wielaert: „Prudhomme kreeg een brief uit Den Haag waarin de regering haar steun voor Utrecht betuigde. Ondertekend door de toenmalig premier.”

Fokkens: „Jan Peter Balkenende toch?”

Wielaert: „Jan Peter Balkenende. Dat kan niet meer fout gaan, dachten wij. Tot in 2008 de keus toch op Rotterdam viel. In Parijs zijn ze niet onder de indruk van buitenlandse premiers, is mij later verteld. Parijs is zelf de premier.”

„Leerpuntje.” Ze zeggen het bijna tegelijk.

Fokkens: „Op dat soort momenten waren wij belangrijk. Wij deden niet mee in de onderhandelingen – de Fransen onderhandelen alleen met overheden – maar we konden wel de bezieling erin houden.” Wielaert: „Ik dacht: we hebben niet de oorlog verloren, slechts een slag. Naar de woorden van oud-president Charles de Gaulle.”

Ze mogen zichzelf best een beetje op de borst kloppen, vinden ze. Dat hebben ze eigenlijk te weinig gedaan. Toen anderen moedeloos werden, bliezen zij de lobby weer leven in. En ze zijn er nooit voor betaald. Zelfs nadat door alle dopingopenbaringen in 2012 de Rabobank zich terugtrok als sponsor. Utrecht gaf niet op.

Wielaert: „En toen dat moment: 2012. Ik moest naar een restaurant komen. Keek ik recht in het gezicht van Christian Prudhomme. Ik had het binnen vijf seconden door. Ik zei: Christian, c’est vrai maintenant hè?Oui, Jeroen’, zei hij ‘c’est vrai’.”

Op 8 november 2013 werd het officieel bekend. Utrecht heeft de Tourstart van 2015. De mannen gaan er vooral van genieten. Wielaert hoopt dat hij tevoren een rondje over het parcours kan maken. Of misschien mee mag in een volgauto.

De bierviltjes hangen ingelijst bij Wielaert thuis. De droom van Le Fou Romantique, zoals de Fransen hem noemen – de romantische dwaas.

De droom die op twee viltjes paste.