Bacteriën in gekke vorm weten toch precies wat hun midden is

Zeven bacteriën gedragen zich hier als Barbapapa’s: ze vormen de letters van de TU Delft. Het grapje is een uitvloeisel van een vandaag gepubliceerd experiment naar celdeling.

De groep van hoogleraar Cees Dekker van de technische universiteit boetseert in dat experiment met labbacteriën van de soort E. coli. Die bacteriën hebben van nature de vorm van medicijncapsules, maar voor de test maakten de wetenschappers driehoekige coli’s, rechthoekige en ronde – en voor de PR ook bacterieletters.

Ze lieten elke bacterie groeien in een plastic mal van het soort waarmee je ijsblokjes maakt, maar dan minuscuul. De lettervormen zijn 0,005 millimeter groot. De bacteriën waren genetisch veranderd zodat ze flexibeler werden, zich niet deelden en rood licht gaven. Elke bacterie (zelf 0,002 mm lang) kreeg zijn eigen bakje en voldoende voedsel. Al snel groeide elke bacterie zijn malletje vol. De houdbaarheid van zo’n reus is helaas kort. Na 10 of 20 minuten groeit hij uit zijn mal of ploft uit elkaar.

Rare bacteriën kweken was niet het doel van het experiment dat Dekker en zijn collega’s vandaag publiceerden in Nature Nanotechnology. Ze onderzochten hoe langwerpige bacteriën als E. coli het voor elkaar krijgen om precies doormidden te delen.

De bacteriën ‘weten’ waar hun midden is door zogeheten ‘Min’-eiwitten. Daarvan is in het midden van de bacterie weinig, en aan de uiteinden veel. Maar niet aan beide uiteinden tegelijk: de eiwitten wisselen van uiteinde, zoals het knipperlicht van een spoorwegovergang. Dat ‘knipperlicht’ is op de letters te zien als groene vlekken. Op een filmpje dat de Delftse biotechnologen maakten, is te zien dat de groene vlekken na 30 seconden precies aan de andere kant zitten.