Noodsteun aan banken lijkt Europees, maar is Grieks

ECB laat Griekse centrale bank het werk doen, maar loopt zelf ook risico.

Griekse banken aan het infuus
Griekse banken aan het infuus

Terwijl de Europese regeringsleiders en de Griekse premier Tsipras elkaar gisteravond naderden over een nieuw Grieks reddingsplan, verwonderde de buitenwereld zich over conflicterende bedragen die over tafel gaan. Er leek een gat te zitten van nog maar twee miljard euro tussen het plan dat Europa van Athene eist en wat de regering-Tsipras bereid was toe te geven. Maar de Europese Centrale Bank (ECB) verstrekte gisteren tegelijkertijd 1,9 miljard aan de Griekse banken. Vrijdag ging er ook al 1,8 milljard naartoe, om te voorkomen dat de banken omvielen toen Grieken miljarden euro’s tegelijk van de bank haalden.

Maar geeft Europa nu met de ene hand wat het met de andere neemt? Niet helemaal. Het antwoord vraagt om een korte rondleiding door de krochten van het monetaire systeem.

Banken kunnen gewoonlijk bij de centrale bank aan geld (liquiditeit) komen door kapitaal in onderpand te geven. Doorgaans zijn dat staatsleningen, waarvan elke bank er mede om die reden flink wat in bezit heeft. Het probleem met Griekenland is dat de staatsleningen van zo’n slechte kwaliteit zijn, dat de ECB ze eigenlijk niet accepteert. Ze zijn te riskant. Tot februari zag de ECB die risico’s grotendeels door de vingers, zolang Athene zich aan de voorwaarden van het lopende reddingsplan hield. Maar ze maakte aan die uitzondering (‘waiver’) een eind toen Syriza aan de macht kwam en duidelijk maakte zich niet aan de bestaande afspraken te willen houden.

Griekse banken konden dus niet meer met hun onderpand bij de ECB terecht, en dus trad een noodscenario in werking: de zogenoemde Emergency Liquidity Assistance (ELA). Griekse banken kunnen daarbij nog steeds aan liquiditeit komen, maar niet meer bij de ECB. Zij zijn aangewezen op hun eigen, Griekse, centrale bank. Die draagt dan zelf alle risico’s op het ingediende onderpand. ELA is tijdens de eurocrisis meermalen toegepast. Ierland maakte er als eerste grootschalig gebruik van.

Ook Griekenland was er al deels toe overgegaan vóórdat Syriza aan de macht kwam. Gisteren stond, na diverse verhogingen, de Griekse ELA op 87,8 miljard euro. Maar ten tijde van de Griekse verkiezingen begin dit jaar stond de teller al op 59,5 miljard.

Maar wat is nu de rol van de ECB? Die moet voor elke verhoging apart toestemming verlenen. Want de Griekse centrale bank maakt natuurlijk wel deel uit van het systeem van Europese centrale banken. Vandaar de eerste wekelijkse, en nu dagelijkse ELA-vergaderingen.

Staan de Griekse risico’s nu dus effectief los van de rest van de eurozone? Dat nu ook weer niet. De ECB kan met één pennestreek een verdere verhoging van ELA verbieden. In dat geval veroorzaakt zij per direct een bankencrisis in Griekenland, een acuut geldtekort en een Grexit.

Maar andersom heeft ook Griekenland de ECB in haar greep. De centrale banken van de eurozone hebben een vloeiend systeem (Target-2) van onderlinge tegoeden en tekorten, die worden veroorzaakt door grensoverschrijdende betalingen van burgers en bedrijven. In wezen gaat het hier om tijdelijke onderlinge verschillen in de mate van geldschepping.

Griekenland heeft een enorm tekort opgebouwd in Target-2, van 115 miljard euro, dat grotendeels door ELA wordt veroorzaakt. Zou het de euro verlaten, dan stolt dit vloeiende systeem van onderlingen tegoeden en tekorten, zoals een stoelendans wanneer de muziek stopt.

Er blijft dan een enorme vordering over van de rest van de eurozone op de Griekse centrale bank. Economen zijn het, opmerkelijk genoeg, heftig oneens hoe groot de verliespost dan is. Maar in het ergste geval kan het bedrag groot genoeg zijn om het eigen vermogen van de ECB weg te vagen.

Correcties en aanvullingen

Griekse banken

In Noodsteun aan banken lijkt Europees, maar is Grieks (23/6, p. 5) staat dat de noodsteun tijdens de Griekse verkiezingen in januari 59,5 miljard euro bedroeg. Dat moet ruim 5 miljard euro zijn. Kort na de verkiezingen liep de steun op tot 59,5 miljard.