Noem het beest van Charleston bij de naam: een terrorist

Als iemand met een baard met een zwarte vlag in een synagoge om zich heen schiet, noemen we hem meteen een terrorist. Waarom de jongen die negen mensen in een kerk doodschoot dan niet, vraagt Arjen van Veelen zich af.

Beeld Charleston County Sheriff's Office via AP, bewerking NRC.Next

‘Iedereen ouwehoert op het internet, maar niemand doet wat.” Dat schreef de terrorist die vorige week woensdag negen kerkgangers doodschoot in Charleston, South Carolina. Zijn website was een haatpamflet. Op foto’s poseerde hij met racistische vlaggen. Hij koos een historische kerk, die al eerder doelwit was van racisme. Hij spaarde het leven van één van de kerkgangers, zodat ze kon getuigen van zijn glasheldere ideologie. Hij wilde een rassenoorlog, zei hij.

De terrorist had zijn best gedaan, maar het duurde lang voordat nieuwszenders het beest bij de naam noemden. Het bleef eerst bij een ‘schietpartij’. (Lees de analyse ‘The Narrative of Terrorism in #Charleston’, op medium.com). Ik houd niet van gemopper op mainstream media, die zijn nu eenmaal trager dan Twitter. En voorzichtigheid is goed – maar dit was uitstelgedrag. Want andere ongefundeerde conclusies werden wel vlug getrokken. Bijvoorbeeld dat de dader ‘geestesziek’ zou zijn. Fox News noemde het een aanslag op het christelijk geloof.

Maar ook onze NOS moest er eerst over vergaderen. Op de site verscheen een uitlegartikel: ‘Waarom noemen we de Charleston-schutter geen terrorist?’ Want bij die Charlie Hebdo-schietpartij waren we er wel meteen uit, toch? Een eindredacteur: „Die kerk in Charleston heeft ook een geschiedenis, dus het lijkt algauw een symbolisch gekozen doelwit. Maar als de schutter vlakbij zou wonen, kan er sprake zijn van willekeur.”

Voortaan, als er een man met een baard, gekleed in een zwarte vlag met een kalasjnikov een synagoge binnenloopt terwijl hij al schietend „Allah is groot” schreeuwt — zullen we dan ook voorzichtig zijn? Het kan zijn dat de schutter toevallig om de hoek woont.

Je kunt voorzichtig genoeg zijn. De NOS wist wel zeker dat deze schutter „het prototype van een ‘lone wolf’ is”. Terwijl alleen al een blik op de foto’s van de dader volstond om daar aan te twijfelen. Het zijn namelijk geen selfies. Bovendien: in het internettijdperk bestaat er niet zoiets als een ‘lone wolf’, zoals het Twitter-personage Will McAvoy schreef. Inderdaad verwees de dader op z’n site naar racistische organisaties en gedachtegoed. Die voedingsbodem zien is vervelend, liever smoren we dit als exces van één gek.

Het maakt zelfs niet uit of het gefilmd is. Er zijn inmiddels tientallen filmpjes van agenten die zwarten doodschieten. Toch zien velen nog geen structureel probleem. Er was zelfs onder ons soort mensen een debat over de vraag of we die filmpjes wel moeten kijken, want ze waren zó heftig. Tja. Kun je nagaan hoe heftig het is voor de betreffende mensen.

George Orwell schreef: „Zien wat er vlak voor je neus is, vraagt om voortdurende strijd.” Maar veel mensen wringen zich juist constant in bochten om niet te zien wat voor hun neus is. Een blonde terrorist met bloempotkapsel die zwarten doodschiet alsof het de jaren vijftig zijn, dat kunnen we kennelijk niet zo goed processen.

Zondag gingen in Amerika heel veel zwarten naar de kerk, wetend dat er tijdens het gebed een deur kon openzwaaien en een schutter kon verschijnen. En het erge: als het zou gebeuren, zouden ze daarna hemel en aarde moeten twitteren om duidelijk te maken dat het geen toeval was.