Mensen met lage inkomens in 2015 minder vaak op vakantie

ANP / Jerry Lampen
ANP / Jerry Lampen Het Nibud vindt het contrast tussen in vakanties tussen hoge en lage inkomens groot.

Veertig procent van de mensen met een inkomen beneden modaal gaan minder vaak op vakantie dan vorig jaar. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) naar vakantiegeld (pdf).

De huishoudens met een laag inkomen die wel op vakantie gaan, gaan kort, hooguit een weekje. De hogere inkomens gaan twee tot drie weken op vakantie. Het Nibud zegt het “contrast tussen de inkomens groot” te vinden. Gemiddeld gaan mensen ruim twee weken op vakantie.

Het aantal mensen dat zegt niet op vakantie te gaan, is toegenomen ten opzichte van 2010 en 2012, toen het Nibud het vakantiegeldonderzoek ook deed. In 2010 ging 20 procent van de Nederlanders niet op vakantie, in 2012 achttien procent en dit jaar 26 procent. Dit gaat vaak om alleenstaanden en huishoudens met een inkomen beneden modaal.

Tegelijkertijd zeggen dit jaar meer mensen dat zij meer dan twee keer gaan: vaak de stellen zonder kinderen, of huishoudens met een inkomen boven modaal.

Helft niet op vakantie van inkomen beneden modaal

Van mensen met een inkomen beneden modaal gaat de helft niet op vakantie (volgens het Nibud: langer dan zes dagen weg). Bij mensen met een inkomen boven modaal is dat veertien procent. In totaal gaan ruim een kwart van de Nederlanders niet op vakantie. 31 procent van de ondervraagden gaat één keer op vakantie, 21 procent twee keer en veertien procent drie keer. Tien procent weet nog niet of hij of zij op vakantie gaat.