In Afghanistan kun je snel geld maken met ontvoeringen

In Afghanistan is gisteren een Nederlandse hulpverleenster ontvoerd. Wie de daders zijn is nog onduidelijk.

In de Afghaanse hoofdstad Kabul is gisteren een Nederlandse vrouw ontvoerd, die werkzaam was voor een Zwitserse hulporganisatie. Ze woonde en werkte er al jaren in Afghanistan.

Haar familie is ingelicht en ook het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken bemoeit zich met de zaak. Het ministerie geeft geen informatie omwille van haar veiligheid.

Wie de daders zijn, is nog onduidelijk. Evenmin staat vast of haar verdwijning verband houdt met de aanslag op het Afghaanse parlement in Kabul. Bij de aanval door een groep zwaarbewapende Talibaanstrijders kwam gisteren een vrouw om het leven en vielen dertig gewonden.

Ontvoeringen zijn aan de orde van de dag in Afghanistan. Vooral sinds 2007 zien de Talibaan, andere extremisten, en criminele bendes buitenlanders als objecten waarmee uitstekend geld te verdienen valt.

Ontvoerden soms doorverkocht

De kans dat de hulpverleenster is ontvoerd door een van de jihadistische organisaties is klein. Momenteel zijn ontvoeringen vooral het domein van criminelen die uit zijn op ‘snel geld’. Vooral Afghanen zijn daarvan geregeld slachtoffer.

Toch is niet uitgesloten dat de Nederlandse uiteindelijk in handen valt van een jihadistische strijdgroep. De Talibaan, Al-Qaeda en het Haqqani-netwerk hebben stuk voor stuk buitenlanders gevangen gehouden en van hen zijn de overlevingskansen kleiner dan die van buitenlanders in handen van criminelen. Bij de jihadi’s speelt naast geldelijk gewin ook het zaaien van angst een rol.

Publiciteit over de ontvoerde kan schadelijk zijn. Hoe vaker de naam valt, hoe meer een ontvoerde waard wordt. Dan stijgt de kans dat deze door criminelen wordt verkocht aan een terroristische groep. „Zeker in het beginstadium van een ontvoering is media-aandacht gevaarlijk voor het slachtoffer”, aldus de directeur van een gerenommeerde firma die zich met de afwikkeling van ontvoeringen bezighoudt. Hij was betrokken bij het vrij krijgen van een Nederlandse fotograaf die in Syrië werd ontvoerd. Dat risico geldt met name in het geval van Islamitische Staat, die in het zuiden en oosten van Afghanistan sinds kort actief is.

Hoger losgeld bij publiciteit

Afghanistan-verslaggever Bette Dam, die jarenlang in Kabul woonde en enkele ontvoeringen van nabij meemaakte, beschrijft hoe het opbieden in zijn werk gaat. „Een mediabericht wordt op de iPhone gedownload, in het Nederlands of niet, dat maakt niet uit. Als haar naam erin staat is het raak, of haar foto, dat is nog erger. Die berichten verhogen haar waarde. Dan wordt ze doorverkocht. En nog eens, en dan nog een keer. We hebben dat herhaaldelijk zien gebeuren.”

In Afghanistan vormen ontvoeringen een risico dat door buitenlandse organisaties serieus wordt genomen. „Alle buitenlanders of Afghanen die met westerlingen werken, vormen een potentieel doelwit”, waarschuwde OSAC, een Amerikaans samenwerkingsverband voor de veiligheid van hulporganisaties, overheid en anderen onder auspiciën van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een jaar geleden in een rapport over Afghanistan.

Executies zijn uitzonderlijk in Afghanistan. Van de 110 ontvoerden sinds 2007 werden er zestien gedood, van drie is het lot onzeker. De rest werd vrijgelaten, al dan niet na betaling van losgeld.

Naast hulpverleners vormen ook journalisten een geliefd doelwit.

Eerder werden al twee Nederlanders ontvoerd. In 2008 de journaliste Joanie de Rijke, en in 2010 de hulpverlener Peter Oosterhuis.