Opinie

‘Fight Club’ en Bada Bing, maar dan echt

Het nieuwe leiderschap: ‘Satudarah - One Blood’
Het nieuwe leiderschap: ‘Satudarah - One Blood’

In de documentaire Satudarah - One Blood (2DOC/NTR) komen spectaculaire scènes voor die herinneren aan speelfilms als Fight Club of Once Upon a Time in America. Op zeker moment waan je je zelfs in de stripclub Bada Bing van The Sopranos. Maar het is allemaal echt, geobserveerd door vlieg op de muur Joost van der Valk en zijn partner en co-regisseur Mags Gavan.

Van der Valk is gediplomeerd als visueel antropoloog (Universiteit Leiden) en als documentairemaker (de Britse National Film and Television School). Hij weet hoe je een ritueel kunt vastleggen en hoe je door vertrouwen te wekken toegang kunt krijgen tot een gesloten organisatie en daar een spannend relaas van kunt maken. De film over de internationale motorclub Satudarah begint met een fysieke correctie van een lid dat met de verkeerde mensen heeft gepraat - bam, recht in het gezicht. Van der Valk zei daarover op de digitale zender NPO Doc dat hij dat van zijn goeroe bij de BBC had geleerd: „Begin een film altijd met een gevecht of een neukpartij.”

Het is een opvatting over film maken die aansluit bij de belevingswereld van de oorspronkelijk Molukse motorclub. We maken kennis met een machocultuur, waarin vrouwen nagenoeg onzichtbaar blijven en alleen een stervende moeder tot sentimentaliteit aanleiding geeft. Tegelijkertijd is er een sterk besef van de etnische oorsprong, onder meer zichtbaar in de tatoeages van fregatvogels, schilden en aan de Maori’s ontleende symbolen. Het is een van de weinige motorclubs waar elke herkomst getolereerd wordt en zelfs uitgedragen mag worden met een vlaggetje op het jack.

Van der Valk en Gavan gaan ook mee naar de Molukken, waar het nieuwe leiderschap een geheime initiatierite ondergaat. Je ziet de mannen een beetje zenuwachtig kijken. Net als voor elke emigrant zijn de riten van het oude land heilig, maar grotendeels onbekend en onwennig.

De opmerkzame cameravlieg woont ook een topconferentie bij, met de in Aken concurrerende motorclub Bandidos. Het lijkt allemaal erg op een maffiafilm, de combinatie van respect en licht ontvlambare agressie.

Het anger management gaat vooral mis in de ongemakkelijke alliantie met het inmiddels ontbonden chapter Trailer Trash en met enkele autochtone Hagenezen, die de grenzen en de maatvoering van eervol geweld net iets anders zien.

Wat je vooral kunt leren van de tamelijk unieke documentaire is dat minderheden die zich geminacht en uitgesloten voelen, trots kunnen ontlenen aan een strikt gereguleerde organisatie met, laten we zeggen, een handelsoogmerk. Het zijn uiteraard illegale waren die de meeste winst opleveren.

Voor het overige lijken de omgangsvormen op die van elke door macht geobsedeerde mannenorganisatie, of het nu een studentencorps, een mariniersopleiding of een gangsterbende betreft. Je moet je eerst naar binnen vechten en dan de regels goed begrijpen en toepassen. En nooit met buitenstaanders praten over de club, totdat een camera respect komt betuigen en je reputatie vereeuwigen. De gevestigde orde wordt van nieuwe machthebbers vaak een beetje nerveus.