Fantoompijn komt niet door breinverschuiving

Er zijn nieuwe aanwijzingen dat pijn in een geamputeerd lichaamsdeel (fantoompijn) niet ontstaat in het brein, maar in de zenuwbanen tussen stomp en brein. De verschuiving van de functie van hersendelen na amputatie blijkt géén verband met fantoompijn te hebben. De onderzoeksgroep van Tamar Makin (University of Oxford) publiceerde daarover vorige week in Brain.

De dominante verklaring voor fantoompijn is sinds twintig jaar dat die pijn ontstaat in het brein. De oorzaak zou liggen in de sensorimotorcortex, die bewegingen van het lichaam voelt en aanstuurt. Dat deel van de hersenschors ligt als een band over het hoofd, als een diadeem. Met name in de sensorische cortex – voor het waarnemen van het lichaam – heeft elk lichaamsdeel zijn vaste plekje of ‘representatie’. Als een lichaamsdeel wordt afgezet, verschuift dat: representatie van de mond schuift in de richting van de verdwenen hand of voet. In 1995 meldde Nature dat die verschuiving sterk samenhangt met fantoompijn.

Die verschuiving is echter nooit door anderen gerepliceerd. Makin beschrijft bij 18 patiënten met een armamputatie dat die verschuiving in de hersenschors wel plaatsvindt, maar dat er geen verband is met fantoompijn. Makin: „Belangrijker is dat de verschuiving in de cortex veel kleiner is dan gedacht.” Het mondgebied schuift niet het handgebied in. Makin zoekt de oorzaak in de zenuwen tussen stomp en brein.