Opinie

En toch heb ik een vrije wil

Er was nog maar één loopbrug naar kasteel het Oude Loo in Apeldoorn – tegenwoordig zijn dat er twee. De bezoekers aan de Oude Loo-conferenties, tussen 1951 en 1956 georganiseerd door de kring rond gebedsgenezeres Greet Hofmans, lieten zich graag op die brug fotograferen. Keurige dames met kolkende rokken en platte schoenen, een tas aan de arm, en keurige heren in zomerkostuum, de handen op de rug. Vrolijk in gesprek. En dan steeds tussen hen in koningin Juliana en Hofmans in dat te grote mantelpak.

’s Avonds brandden er kaarsen achter de talloze ramen. „Een sprookjesslot”, schreef een deelneemster uit Denemarken. „‘Neem dit goed in U op’, zei een gast uit New York de laatste avond. ‘Dit is iets wat we wellicht nooit meer te zien zullen krijgen’ – én te doorvoelen, voegde ik er zelf zachtjes aan toe.”

Onbegrijpelijk dat dit gezelschap de monarchie op haar grondvesten deed schudden. En niet eens om wat ze deden, maar om wat ze voelden.

De zeventien conferenties zijn nauwkeurig gereconstrueerd in De geest van het Oude Loo van historicus Han van Bree. Hij hoopt er morgen in Leiden op te promoveren.

De organisatie was een rommeltje. Sprekers werden een maand van tevoren uitgenodigd – waardoor zij meestal afzegden. Er was voortdurend ruzie tussen de voorbereiders. Thema was steeds: ‘God grondlegger der wereld en daarom onoverwinlijk’. De persoonlijke godsband van Hofmans („Ik voel een doorgeving aankomen”) werd blasfemisch gevonden. Zij had een kleine groep volgelingen, buitenkerkelijke christenen en theosofen.

Eleanor Roosevelt, weduwe van de Amerikaanse president en vriendin van Juliana, oordeelde na afloop van de tweede conferentie vernietigend: „I felt that it was almost arrogant to expect to establish with the Almighty a direct and conscious connection.

Kerkelijke dogma’s en Haagse of internationale politiek waren geen onderwerpen op de conferenties, laat Van Bree zien. In de zomer van 1951 hield Juliana een donderpreek over ‘de ontwikkeling van de mensheid in het heden’. Wij bedreigen ons eigen leven op aarde, betoogde ze. „Het vernuft heeft ons op weg gebracht naar uiteindelijke vernietiging.” Ze kon God maar moeilijk zien als bron van alles. In een uitgetypte discussie daarover, concludeerde ze: „En toch heb ik een vrije wil.”

Dat Juliana genoot te midden van haar vriendinnen Rita van Heeckeren en Erna Mijnssen, blijkt uit elke bladzijde van dit boek. Ze zat met een breiwerk in de vensterbank tijdens de lezingen. Ze schonk zelf koffie, al mocht ze van premier Drees geen gastvrouw heten. „Er is daar niets staatsgevaarlijks gezegd”, zegt Han van Bree als ik hem vraag of de conferenties Juliana hebben gehinderd in haar werk. Maar toch: een koningin die haar besluiten afhankelijk maakt van de doorgevingen van God? „Het was ongevaarlijk”, zegt hij beslist.

Arme Juliana. Ze moest door intriges van haar echtgenoot kiezen voor Hofmans of de troon. „Je zwicht voor Bernhard”, schreef Erna Mijnssen in 1956 kwaad. Eind 1991 stuurde Juliana Rita van Heeckeren voor het eerst weer een kerstkaart – haar geloof was onveranderd. „Wat waren wij op het Oude Loo toch een bevoorrechte mensen”, schreef ze. „Een voorhoede. Nu zijn er zó veel mensen die zo denken, telkens ontmoet je ze.”