Loonstrookje en leaseauto's

Het gaat deze week over jouw belastingen

Foto's ANP

Het nieuwe belastingstelsel moet eenvoudiger en begrijpelijker, zowel voor de belastingbetalers als voor de Belastingdienst. Het openingsbod van het kabinet ligt sinds vrijdag op tafel.

Voordat staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) donderdag weer met de fractievoorzitters van D66, ChristenUnie, SGP en GroenLinks om de tafel gaat, is er morgenochtend eerst nog een plenair debat in de Tweede Kamer. En waar gaat dat nou precies over? Vijf punten.

1. Je loonstrookje

De door het kabinet voorgestelde lastenverlichting gaat er hoe dan ook komen – of de oppositie daar nou mee instemt of niet. Deze loopt grotendeels via ‘box 1’. Daar gaat voor ‘werkende huishoudens’ de inkomstenbelasting gemiddeld met ongeveer 800 euro omlaag.

Onder meer door het tarief in de tweede en derde schijf te verlagen van 42 naar 40 procent. En de derde schijf wordt ‘verlengd’, waardoor werknemers met een jaarsalaris van 60.000 euro ineens 12 procent minder loonbelasting gaan betalen.

Ook zullen verschillende fiscale voordelen, zoals de kinderopvangtoeslag en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, worden uitgebreid. Dat levert op het loonstrookje maandelijks netto meer op.

2. Je boodschappen

Het huidige Nederlandse btw-stelsel is ingewikkeld. Op het algemene tarief van 21 procent zijn veel uitzonderingen. Een aantal sectoren en diensten zijn sowieso uitgezonderd van btw-heffing. Dat is in Europees verband afgestemd, dus niet op nationaal niveau te veranderen.

Voor veel producten en diensten geldt een laag tarief van 6 procent. Met uitzondering van primaire levensmiddelen – de boodschappen in de supermarkt – en horeca wil het kabinet hier nu het mes in zetten. Heel veel wordt dus duurder, van de schoenmaker tot de kapper, van het krantenabonnement tot het bioscoopkaartje.

3. Vermogens en spaargeld

De spaarrentes blijven dalen, nu al vaak tot onder de 1 procent. Intussen bleef de overheid wel uitgaan van een rendement van 4 procent. En daarover moeten de spaarders 30 procent belasting betalen – de vermogensrendementsheffing.

Het is voor de Belastingdienst vooralsnog te ingewikkeld om belasting te heffen over ieders werkelijk behaalde rendement. Daarom wil het kabinet nu het rendement per type vermogen (spaargeld, aandelen of onroerend goed) periodiek bijstellen.

4. Lokale lasten

De taken voor gemeenten zijn recent flink uitgebreid en daarom vindt het kabinet het logisch en gerechtvaardigd om het ‘belastinggebied’ voor hen ook te verruimen. Lees: ze mogen meer lokale belastingen heffen. Het kabinet wil hiervoor wel randvoorwaarden stellen om te voorkomen dat de gemeenten die autonomie gebruiken om de lokale lasten te veel te verhogen.

Ook is er discussie via wélke belasting gemeentes hun inwoners hoger gaan aanslaan: via een algehele ingezetenenheffing of via de onroerend zaak belasting. Dat laatste zou dan een verkapte vorm van vermogensbelasting zijn en dat wil het kabinet voorkomen.

5. Auto

De motorrijtuigenbelasting gaat, volgens het voorstel van Wiebes, gemiddeld met 2 procent omlaag, de aanschafbelasting (bpm) daalt stapsgewijs met 12 procent in 2020. Eigenaren van oude diesels zonder roetfilter moeten juist meer gaan betalen.

De fiscale stimulansen om in ‘schone’ auto’s te rijden, hebben de staat miljarden gekost. Kosten die, volgens instanties als de Rekenkamer en de OESO, niet meer in verhouding staan tot de gunstige effecten op het milieu. Dat moet veranderen.

De fiscale bijtelling voor hybride auto’s wordt bijvoorbeeld 22 procent (nu nog 7 of 14 procent hebben). Want het gemiddelde gebruik van een hybride auto is, zo schreef staatssecretaris Wiebes in zijn ’Autobrief II’ , niet meer ‘herkenbaar vergroenend’. De autobelastingen worden pas in het najaar behandeld.

De Autobrief II