Appen en facebooken is het nieuwe klieren

Mobieltjes worden op school vaak gebruikt om cijfers te bekijken, maar ook om berichten en Facebook te checken, blijkt uit onderzoek dat vandaag verschijnt.

Beeld Thinkstock, bewerking nrc.next
Beeld Thinkstock, bewerking nrc.next

De helft van alle Nederlandse jongeren zegt de smartphone in de les weleens te gebruiken om berichtjes te sturen of sociale media te checken.

Dat blijkt uit de vandaag verschenen Monitor Jeugd en Media 2015 van Stichting Kennisnet en Mediawijzer.net. 1.741 leerlingen van 10 tot en met 18 jaar in het basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs zijn ondervraagd over de manier waarop zij media gebruiken voor school en hun vrije tijd. Het is voor het eerst dat dit zo uitgebreid is onderzocht.

Onder leerlingen zijn de populairste mediatoepassingen voor school Google om zaken op te zoeken en apps als Magister om roosters en cijfers te kunnen bekijken; 60 procent van de jongeren doet dit regelmatig. Ook gebruikt bijna de helft van de jongeren internet om zichzelf te overhoren (45 procent) en om oefentoetsen te raadplegen (39 procent).

Sociale media worden bij het schoolwerk vooral gebruikt om te vragen wat het huiswerk is, maar ook om taken te verdelen bij het samenwerken en om scans en foto’s van huiswerk, aantekeningen en samenvattingen naar elkaar door te sturen.

Privézaken in de les

Als leerlingen de smartphone in de les gebruiken voor privézaken, sturen zij vooral berichtjes (46 procent), checken ze Facebook en Instagram (28 procent) of maken ze een filmpje of foto (10 procent). Leerlingen van het vwo doen dit vaker, meisjes meer dan jongens.

Als jongeren zich laten afleiden doet de helft dit door muziek te luisteren (51 procent) en elkaar berichtjes te sturen (41 procent). Ook dit doen vwo’ers vaker. „Wellicht denken zij dat zij zich dit kunnen veroorloven”, zegt Remco Pijpers, coördinator van het onderzoek. „In veel gevallen is dat ook zo, maar zeker niet altijd.”

Jongeren zijn zich er wel van bewust dat ze zich laten afleiden. Ze zoeken buiten de klas ook naar manieren om dat tegen te gaan. Zo zet ruim eenderde de telefoon op stil, stuurt geen berichtjes meer, en is op sociale media niet bereikbaar voor vrienden. Maar de meerderheid van de jongeren staat het toe gestoord te worden. De helft zet ook de telefoon niet uit als ze samen aan het huiswerk zitten.

Dit onderzoek bevestigt wat ouders en scholen al langer bij hun pubers zien, zegt Pijpers. Sociale media kunnen enorm afleiden. Niet iedereen slaagt erin daar goed mee om te gaan. Dat kan ten koste gaan van de schoolprestaties. „Jongeren bedenken zelf strategieën om hiermee om te gaan, maar ze hebben ook hun ouders en de school nodig. Ouders vinden het vaak moeilijk om hun kinderen daarin op te voeden omdat ze geen duidelijk referentiekader hebben; wat werkt wel en wat niet?”

Lange tijd lag de nadruk op veilig internet, zoals het tegengaan van sexting en cyberpesten, nu draait het ook om zelfdiscipline, zegt Pijpers. „Niet door sociale media te verbieden, maar door jongeren te leren focussen en bewust met media om te gaan. Scholen merken dat dit steeds meer hun verantwoordelijkheid wordt.”