Opinie

Als Cruijff en Tscheu la Ling gaan biljarten...

Johan Cruijff kwam langs bij de Arena en deed er zijn plas zoals een hond zijn geurvlag plant om zijn territorium af te bakenen. Daarna begon bij Ajax het gesnuffel, werd er soms zachtjes gekeft en luidt nu de vraag welke honden mogen blijven meeblaffen. Blijft technisch directeur Marc Overmars eigenlijk? Officieel, of officieus, is Cruijff adviseur van Ajax, maar dan een van het type dat moeilijk onderscheid maakt tussen advies en bevel. In de persoon van Tscheu la Ling heeft de superadviseur nu een uitvoerend adviseur bij de club geplaatst. De Fluwelen Revolutie, waarvan veel kon worden gezegd, maar niet dat zij van fluweel was, is nog altijd een machtsspel, met onbesliste onenigheid in de directie en bij de voetbaltechnische leiding.

Intussen kwam Johan Cruijff in opspraak, door een artikel in de Volkskrant. Verslaggevers constateerden dat Ajax voor Cruijff, zijn bedrijven en zijn familie ook een product is om geld mee te verdienen. Het plan voor de jeugdopleiding werd verkocht aan een Mexicaanse club en medewerkers van de jeugdopleiding bij Ajax volgden een cursus aan het Cruyff Institute. Verboden was dit allemaal niet en opzienbarend evenmin. Ajax is voor Cruijff altijd al een financiële bron geweest. En zijn clubliefde was nooit zo groot dat zij hem kon verhinderen om, vervuld van rancuneuze gevoelens, Ajax te verlaten.

Dat gebeurde in 1973, toen een zevenjarig contract van geen betekenis bleek nadat medespelers hem de aanvoerdersband ontnamen. Cruijff ging naar Barcelona. In 1983, toen hij met het bestuur ruzie kreeg om geld. Op naar Feyenoord. In 1988, toen trainer Cruijff en het bestuur het oneens bleven over het volgende contract.

Maar het artikel in de Volkskrant was prikkelend genoeg om Cruijff tot een pissige reactie te verleiden via zijn vaste column in De Telegraaf, die uit de pen van sportjournalist Jaap de Groot vloeit. Dat bracht bij een andere sportjournalist, Edwin Struis, herinneringen boven aan zijn periode bij De Telegraaf en de innige band van die krant met De Verlosser. Hij schreef ze op in een column op NU.nl onder de kop ‘De Telecruijff’. Die relatie leidde, bijvoorbeeld, in 1996 tot een verzoek aan alle journalisten om het hotel te verlaten waar Cruijff als trainer van Barcelona kort voor een belangrijke wedstrijd verbleef. Alle journalisten – minus die van De Telegraaf. Struis kreeg als enige een interview. Een exclusiviteit waar, mocht die hun ten deel vallen, trouwens maar weinig bladen bezwaar tegen zouden maken.

Het expliciete vertrouwen van opperadviseur Cruijff in zijn uitvoerend adviseur herinnerde Jaap Visser aan een interview met Ling dat hij in 2001 als sportjournalist voor het blad Johan had. Zijn column in Metro begon met een bespiegeling over wat er met, of in, het achterwerk van Cruijff dreigde te gebeuren toen Ling, geïrriteerd, een biljartkeu in zijn handen had. Ling, een Hagenaar die niet onder de indruk raakte van Amsterdamse bluf, was een betere biljarter dan Cruijff die hem nochtans vertelde dat hij zijn keu verkeerd vasthield. Dat was in 1982. Ling: „Nog één keer en...”

Weer een bevestiging dat de omgangsvormen tussen voetballers anders zijn dan bij de Rotary usance is.

Maar van meer betekenis is dat Ling in dat interview Cruijff „onuitstaanbaar” noemde en „een betweter die het ook nog eens achter zijn ellebogen heeft”. Een beter bewijs dat rancunes naar de achtergrond kunnen verdwijnen als daar pragmatische redenen voor zijn, is moeilijk te bedenken.

Wat de vraag terugbrengt of Overmars de Fluwelen Revolutie deel 2 bij Ajax overleeft. En dan is een andere column van betekenis, die van Jaap de Groot als Jaap de Groot in De Telegraaf van zaterdag. Daarin staat de suggestie dat als Overmars niet openstaat voor de verbetering die Ling namens revolutieleider Cruijff bij Ajax wil aanbrengen, hij laat zien „buiten het clubproces te zijn getreden en bezig te zijn met zijn eigen ding”.

Je voelt een exclusief bericht in De Telecruijff aankomen.