Woordenbank van de Nederlandse dialecten

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

In Nuenen in Noord-Brabant zeggen sommige mensen, als een vrouw zwanger is: zij is aangeteld. Op de Veluwe zegt men, om hetzelfde uit te drukken: zij heeft een grote aardappel ingeslikt. Of: zij heeft van de nieuwe aardappels gesnoept. En in het land van Ravenstein in Noord-Brabant zegt men over een zwangere vrouw: zij heeft wat besteld. Of, om preciezer te zijn: ze hi wa besteld. Dat sommige mensen het zo zeggen is in twee dorpen in het land van Ravenstein in 1999 door een dialectoloog opgetekend.

Ik weet dit dankzij een databank die het Meertens Instituut vorige week heeft gelanceerd: de elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten, afgekort eWND.

In die databank, die is samengesteld door Nicoline van der Sijs, kun je tientallen dialectwoordenboeken op verschillende manieren doorzoeken. Zo kun je zoeken op de gestandaardiseerde, Nederlandse vorm van het woord en op de dialectvorm. Maar ook op betekenis (zwanger bijvoorbeeld) en op grammaticale informatie.

Er zijn woordenboeken en artikelen uit 40 verschillende dialecten te doorzoeken, van het Aalburgs tot het Zwols. Je kunt door alle dialecten tegelijk zoeken of door een selectie. Er zitten bronnen bij over dialecten van lang geleden – het Haags in de 18de eeuw bijvoorbeeld – maar ook veel recente studies. Bijzonder is dat je de bronnen apart kunt downloaden, in pdf-formaat.

In de databank zijn zelfs drie dialectstudies toegankelijk gemaakt die niet eerder zijn gepubliceerd. Zoals een Drents woordenboek van H. Molema uit 1889 en een Venloos woordenboek van Jos. van Daelen-Meuter van omstreeks 1937. Bijzonder is dat je kunt zoeken naar Jiddische woorden die in de eerste helft van de 20ste eeuw door Joden in Groningen werden gebruikt.

Dat je op de ‘Standaardnederlandse’ vorm van een woord kunt zoeken, is een grote sprong voorwaarts. Veel dialectwoordenboeken hebben geen index. Bovendien zijn dialectologen het nooit met elkaar eens geworden over een standaardspelling. Dialectwoordenboeken kunnen een ware goudmijn zijn, maar je zoekt je vaak een ongeluk. Wie bijvoorbeeld in het dialectwoordenboek van het Prinsenbeeks het woord hooiboom wil opzoeken, moet erop bedacht zijn dat je dit woord vindt onder de w van woojbwôôm. Dat is wellicht logisch voor Prinsenbekers, maar niet voor de meeste buitenstaanders.

Er zijn nu 40 dialectwoordenboeken toegankelijk gemaakt in de eWND, met dank aan de vrijwilligers van de Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal. Er bestaan tussen de 100 en 150 dialectwoordenboeken – waaronder enkele grote en dikke reeksen.

Het is dan ook de bedoeling dat de dialectwoordenbank de komende jaren flink wordt uitgebreid.

Nicoline van der Sijs lanceerde in 2010 ook al de zogenoemde etymologiebank. Die is een groot succes gebleken. Vorig jaar trok de etymologiebank, waarin tientallen publicaties over de herkomst van woorden en uitdrukkingen zijn te doorzoeken, ruim 4 miljoen unieke bezoekers.

Overigens staan er in de Woordenbank van de Nederlandse dialecten alleen dialectwoordenboeken uit Nederland. De universiteit van Gent maakt een tegenhanger met dialectwoordenboeken uit Vlaanderen en Zeeland (zie woordenbank.be).