Westen is te voorzichtig met expanderend China

China roert zich. Economisch – maar ook territoriaal en militair. Pas op met zoeken naar machtsevenwicht met Beijing, aldus Jonathan Holslag.

China gaat in hoog tempo door met het omvormen van de Zuid-Chinese Zee in een binnenmeer. Eind vorige week meldde Beijing dat het ‘bijna klaar’ is met het omstreden ophogen van eilanden. Ook daarbuiten wil het de economische supermacht militair aanwezig zijn. Het Westen, intussen, blijft met de Verenigde Staten voorop opvallend voorzichtig. Ondanks waarschuwingen om oorlogsbodems in de regio te ontplooien, gaat het ervan uit dat het zoeken naar een nieuw grootmachtenevenwicht nuttiger is dan het zich bemoeien met grensconflicten. Maar die zoektocht zal eindigen in een bittere teleurstelling.

Met ophogen van eilanden in de Zuid-Chinese Zee steekt China op smalende wijze zijn middelvinger op naar de VS en de buurlanden. Nu kan men redetwisten over wie de eilanden toebehoren, maar de afspraak was dat niemand de bestaande toestand op eigen houtje zou wijzigen. Het antwoord van Washington: een handvol cameralieden in een patrouillevliegtuig rond een eiland laten cirkelen – en dat was dat.

Het uitje had als doel de Amerikaanse opinie te sussen, niet om de Chinezen te intimideren. Het is opvallend hoe Washington angstvallig vermijdt dat de grenstwisten in de regio de eigen relaties met China verstoren. Amerikaanse beleidsmakers begrijpen dat China meedogenloos zal reageren tegen pogingen om de „hereniging van het moederland” te verstoren.

Vanuit Amerikaans standpunt zijn de directe belangen in de Zuid-Chinese Zee ook escheiden. China’s nieuwe bases op de verschillende eilanden zullen klein en kwetsbaar blijven. De export door de Zuid-Chinese Zee, behalve die bestemd voor China, vertegenwoordigt nog steeds minder dan een procent van het Amerikaanse bbp.

Mede om die reden lijkt het streven naar een nieuw grootmachtenevenwicht dan ook een voor de hand liggende keuze. Ja, we zullen van de VS kritische geluiden blijven horen, Washington zal ruggensteun geven aan andere landen in de regio en men zal er de machtige vloot af en toe laten zien. Maar zolang China zijn activiteiten beperkt tot de eilanden die het controleert en de status quo slechts verandert met baggerschepen in plaats van oorlogsschepen, zullen de VS niet geneigd zijn meer te doen.

Een grootmachtenevenwicht komt neer op competitie zonder confrontatie. Het vergt van de VS verdere investeringen in versterking van de economische zelfredzaamheid en dominantie in de meest geavanceerde industrieën. Het Amerikaanse leger zou vooral superieur moeten blijven in de oceanen, in de lucht, in de cybersfeer, in de ruimte en met nucleaire afschrikking. Verder moet Washington vooral vermijden dat China het uitgebreide netwerk van bondgenootschappen evenaart. Dit is de benadering die defensieve realisten als Henry Kissinger bepleiten. Omdat de VS nog steeds leidend zijn waar ze moeten leiden, is er geen rede om China als een acute bedreiging te zien. Een grootmachtenevenwicht zou zelfs samenwerking met China toelaten, tegen terrorisme bijvoorbeeld of wat probleemlanden als Noord-Korea betreft.

Toch is de kans klein dat deze formule werkt, vooral omdat andere landen niet toestaan dat zij zal werken. Ik kan het me niet voorstellen dat Japan, Vietnam of India zich gedeisd zullen houden en genoegen nemen met papieren veiligheidsgaranties zolang China doorgaat met het veranderen van de realiteit en een rijk bouwt langs betwiste grenzen. Voor de VS mag China een verafgelegen dreiging zijn, voor de meeste Aziatische landen is het beangstigend nabij. Er blijft dus een grote kans op een regionaal conflict waar de Amerikanen worden ingesleurd.

Evenmin moeten we ervan uit gaan dat China het uitbreiden van een invloedssfeer zal beperken tot het ophogen van eilanden, chequeboekdiplomatie en dialoog. Tegenslagen in de gevoelige relaties met Taiwan of Japan zouden Beijings pragmatisme wel eens snel van de rails kunnen doen lopen in het huidige klimaat van economische onzekerheid. Als de geschiedenis ons één ding leert, dan is het dat opkomende grootmachten gevaarlijk kunnen worden als hun groei stokt.

Zelfs als China al deze hindernissen zou overwinnen, een vroegtijdig regionaal conflict zou vermijden en als de groei bestendigt: zullen de VS ermee kunnen leven dat China niet enkel een gelijke wordt, maar ook een superieure macht? Zal Washington zijn privileges willen opgeven, zijn ongeëvenaarde macht in de oceanen, zijn overwicht in de cyber- en ruimtesfeer? Want dat wordt het ultieme gevolg van China’s succes: een staat met een veel grotere economie en dus ook met meer middelen om militair te besteden. Laten we ons ook bedenken dat geen enkele van Amerika’s vroegere uitdagers – Duitsland, Japan, de Sovjet-Unie – over de demografische troeven beschikte als China nu.

Dit is geen oproep tot oorlog, maar wel tot het besef dat een grootmachtenevenwicht meestal niet tot duurzame vrede leidt. Het lost conflicten niet op, maar zal ze in het beste geval onderdrukken – althans voor even.