Wen er maar aan: van leven ga je dood

Floor Rusman schrijft deze 453 woorden en dat is niet gezond. Het rustig lezen ervan ook niet. Wat te doen?

Terwijl ik dit schrijf, werk ik aan mijn vroegtijdige dood. Ik zit namelijk uren achter elkaar op de bank. Zitten is het nieuwe roken, lees ik overal. Wie te lang zit, loopt meer risico op diabetes en hart- en vaatziekten.

Voor iemand die nog niet eens is gestopt met het oude roken is dat beangstigend nieuws, zeker als je bedenkt dat zitten maar een van de vele dingen is waaraan je vroegtijdig kunt overlijden. Lang slapen is bijvoorbeeld ook dodelijk: de universiteit van Cambridge meldde eerder dit jaar dat wie langer dan acht uur slaapt meer kans maakt op een hartaanval. Wie korter dan zes uur slaapt wacht hetzelfde lot, dus het luistert nauw.

De dood loert niet alleen in bed en op de bank, maar ook in de badkamer. Van ongeveer alle producten die je daar gebruikt wordt wel eens gezegd dat je er kanker van kunt krijgen: shampoo, douchegel, deodorant, noem maar op. De laatste tijd lees ik ook alarmerende berichten over tampons. Om me heen stappen mensen al over op ‘menstruatiecups’ vanwege de dioxine die volgens hen in tampons zit (je kunt er kanker van krijgen).

En ook de keuken is een mijnenveld. Wie te veel suiker (‘het witte vergif’) eet heeft een verhoogd risico op diabetes en hart- en vaatziekten, waarschuwen sommige artsen. Maar het alternatief (aspartaam)heeft ook geen goed imago: dat zou volgens een hardnekkige theorie weer tot kanker leiden. En met dat andere witte vergif, zout, moet je ook oppassen, zegt het Voedingscentrum: te veel zout kan leiden tot een verhoogde bloeddruk, hart- en vaatziekten en, jawel, kanker.

Het gaat me nu niet om de zin en onzin van deze waarschuwingen, maar om de obsessie met ‘gevaar’ in het dagelijks leven. Wij leven langer en veiliger dan ooit. De laatste oorlog is zeventig jaar geleden en de tijd dat de pest halve steden uitroeide ligt al eeuwen achter ons. Maar in plaats van te genieten van deze veiligheid zijn we bang voor alles. Op elk moment van de dag (tijdens het zitten, slapen, eten en wassen) lopen we het risico de dood naderbij te brengen. We willen dit niet aanvaarden – we willen er controle over.

Maar wordt ons leven beter als we die controle uitoefenen? Als ik veilig wil leven moet ik alles anders doen: altijd na zeven uur slaap de wekker zetten, op mijn hometrainer onbespoten appels eten en daarna, in het café, staand een glas Spa drinken omdat alle andere drankjes sluipmoordenaars zijn.

Wanneer ik vervolgens als honderdjarige in het verpleeghuis zit, kan ik zeggen: ik heb een saai en angstig leven gehad, maar ik was wel ontzettend gezond. En dan ga ik dood – want wat je ook doet, de sterftekans blijft honderd procent.