Verzet tegen symbool van slavernij

Rouw over de slachtoffers in Charleston mengt zich met woede over de nog altijd populaire vlag van het zuiden.

Dylann Roof, die vorige week in Charleston negen zwarte kerkgangers doodschoot, poseert met de omstreden Confederatievlag.
Dylann Roof, die vorige week in Charleston negen zwarte kerkgangers doodschoot, poseert met de omstreden Confederatievlag. Foto AP

Terwijl alle vlaggen in South Carolina de afgelopen dagen halfstok hingen, wapperde één vlag in de Amerikaanse staat als altijd in top. De Confederatievlag, die pal voor het Congresgebouw in hoofdstad Columbia hangt, deed de afgelopen dagen alsof er niets gebeurd was.

Maar deze vlag is middelpunt geworden van debat in de Verenigde Staten, sinds Dylann Roof woensdagavond negen zwarte kerkgangers doodschoot in de Emanuel AME Church in Charleston. Op internet verschenen foto’s van Roof. Grimmig kijkt hij in de lens, in de ene hand een pistool, in de andere de vlag van de Confederatie. Op een andere foto verbrandt hij de Amerikaanse vlag. In een manifest dat aan hem wordt toegeschreven, staat: „Ik haat de aanblik van de Amerikaanse vlag.” Op het nummerbord van zijn auto stond een Confederatievlag.

De vlag – een blauw Andreaskruis, dertien witte sterren tegen een rode achtergrond – is meer dan alleen een herinnering aan de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog. Toen gebruikten de zuidelijke staten (onder meer) deze vlag in hun strijd tegen de noordelijke staten. Sinds de Reconstructie – een periode van verzoening na de oorlog tussen Noord en Zuid – dient de vlag twee doelen. In zuidelijke staten is het een herinnering aan de zuidelijke manier van leven. De vlag wappert bij veel monumenten, kerken en graven.

Maar dat verdoezelt dat de Confederatievlag ook verwijst naar blank racisme. De Burgeroorlog draaide immers vooral om de afschaffing van de slavernij. In extreem-rechtse en racistische kringen drukt de vlag heimwee uit naar de tijd dat de slavernij nog bestond.

President Barack Obama greep de schietpartij aan om de Confederatievlag opnieuw ter discussie te stellen. De vlag, zei zijn woordvoerder, „hoort thuis in een museum”. Op Twitter re tweette hij een felle reactie van zijn voormalige Republikeinse uitdager Mitt Romney, die schreef: „Haal de #Confederatievlag naar beneden [...] Voor velen is het een symbool van rassenhaat. Eer de slachtoffers van #Charleston, en verwijder hem.” Obama’s reactie: „Goed gezegd, Mitt.”

Voor de Republikeinen, vooral de kandidaten voor de presidentsverkiezingen van 2016, is de vlag een heikel thema. Ze spreken niet zo vrijuit als Romney, want niemand wil in het conservatieve zuiden sympathie verliezen. Anderzijds wil niemand in deze dagen ongevoelig overkomen.

Alleen Jeb Bush liet weten dat hij een einde wil aan de verering van de vlag. Als gouverneur van Florida liet hij in 2001 een Confederatievlag weghalen bij het Congresgebouw. De meeste Republikeinen zeiden dat het „aan de staat zelf is” (Marco Rubio), of „te vroeg komt” (Scott Walker).

Zwarte groeperingen, zoals burgerrechtenorganisatie NAACP, roepen nu op de vlag overal voorgoed te verwijderen. Het verzet bestaat al decennia, maar wint de laatste tijd aan invloed. Texas verbood onlangs de vlag op nummerborden af te beelden. Het Hooggerechtshof in Washington oordeelde vorige week na een lang juridisch gevecht dat de staat het recht daartoe had. Een landelijk verbod is onmogelijk. De regels per staat verschillen. Mississippi heeft de Confederatievlag zelfs in de eigen vlag verwerkt.

Dit weekend verzamelden honderden demonstranten zich voor de vlaggenmast in Columbia. Ze riepen op de vlag neer te halen. Een Confederatiemonument in Charleston werd beklad, en een Confederatievlag werd in brand gestoken. De onrust na de moordpartij in Charleston kanaliseert zich zo in een hernieuwde aandacht voor Amerika’s omstreden erfenis van racisme.