Opinie

Salter als journalist

Er bevinden zich drie boekhandels aan het Spui in Amsterdam – een Amerikaanse, een Engelse en een Nederlandse – maar alleen de Nederlandse (Atheneum) heeft in zijn vitrine een hoekje gewijd aan de vrijdag overleden Amerikaanse schrijver James Salter. Je wordt alleen toegelaten tot de rijen van schrijvers van belang als je goed verkoopt, heeft hij gezegd. In Amerika en Engeland was het kennelijk niet goed genoeg.

Salter, aanvankelijk gevechtspiloot, heeft lange tijd niet van zijn proza kunnen leven. Hij heeft er van alles naast gedaan: filmscenario’s, journalistiek, zelfs de verkoop van zwembaden. Voor het tijdschrift People interviewde hij in de jaren zeventig een klein aantal schrijvers, onder wie de beroemdheden Vladimir Nabokov en Graham Greene. Die interviews zijn nog op internet te vinden.

Ook als journalist blijft Salter een schrijver. Hij citeert weinig, maar geeft wel pakkende impressies van de persoon en de entourage van de geïnterviewde schrijver. De 71-jarige Graham Greene, dan anoniem wonend in een appartement aan de Boulevard Malesherbes in Parijs, ziet eruit als een ‘lang opgesloten gevangene’ die een zekere eenzaamheid uitstraalt vooral als hij over huiselijk leven praat: ,,Zeer wenselijk, maar het huwelijk is nogal riskant.’’

Met Nabokov heeft Salter een heel andere ervaring. Salter heeft erover verteld in een interview in The Paris Review. Hij reisde vanuit Amerika naar Europa, maar kreeg hier te horen dat Nabokov er op het laatste moment vanaf had gezien. In arren moede belde hij naar het Montreux Palace Hotel waar Nabokov met zijn vrouw Véra woonde.

Véra nam op, ze zei dat Nabokov geen geïmproviseerde interviews gaf, maar alleen schriftelijke antwoorden. Salter wees erop dat hij helemaal uit Amerika was overgekomen voor een interview. Véra raadpleegde Nabokov en stelde toen tot Salters verbazing voor: zondag in de Green Bar van het hotel.

Het gesprek verliep goed, Nabokov moet net als Greene (die later de uitgave van Salters roman Light Years in Engeland bevorderde) aangevoeld hebben dat hij niet een willekeurige journalist tegenover zich had. Nabokov zei, een beetje koket, dat hij zich in Montreux geen beroemde schrijver voelde. „Een Amerikaanse vrouw roept op straat naar je: ‘Meneer Malamud! Ik zou u overal herkend hebben.”’

Ze (Véra was er ook bij) praatten al drie kwartier toen Nabokov voorstelde nog een glaasje te drinken. Maar de nerveuze Salter, die geen notities had durven maken, was bang dat hij het gesprek zou vergeten, excuseerde zich en vertrok om het interview meteen uit te werken. Het aardigst vind ik de voorlaatste alinea.

„Ze hebben heel weinig vrienden in Montreux, geeft hij toe. Zo willen ze het. Ze ontvangen nooit. Hij heeft geen behoefte aan vrienden die boeken lezen; hij houdt meer van levendige mensen, ‘mensen die grappen begrijpen.’ Véra lacht niet, zegt hij berustend, ‘ze is getrouwd met een van de grootste clowns aller tijden, maar ze lacht nooit.’”

Ook de dagindeling is interessant: opstaan om 6 uur, werken tot 9 uur, gezamenlijk ontbijt, bad, uurtje werken, wandeling, siësta van 2,5 uur, 3 uur werken. „In de zomer jagen we op vlinders.” Véra kookt of ze huren een kok. Ze zien geen films en hebben geen tv.

Salter schreef het op met de nieuwsgierigheid van iemand die zelf ook een goede schrijver wilde worden. Dat lukte.