Moederziel alleen is soms het beste

Onderzoeker sociaal isolement

Sommige ouderen moet je in hun isolement laten. „De meesten zijn echt te ver heen.”

Keuken van een overleden flatbewoner die pas na een tijd werd gevonden. Eenzaam sterven valt vaak niet te voorkomen, zegt onderzoeker Machielse.
Keuken van een overleden flatbewoner die pas na een tijd werd gevonden. Eenzaam sterven valt vaak niet te voorkomen, zegt onderzoeker Machielse. Foto Dingena Mol/Hollandse Hoogte

Jarenlang binnen zitten, verstoken van waarlijk contact, in één van de grootste steden van Nederland. Dat gebeurt, bleek ruim een week geleden toen de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot een man ontdekte die al meer dan tien jaar zijn woning niet verlaten had.

Onderzoeker Anja Machielse kent talloze verhalen van Rotterdammers die, onzichtbaar voor hun omgeving, moederziel alleen hun dagen slijten. De hoofddocent aan de Universiteit voor Humanistiek volgde voor haar boek Ouderen in sociaal isolement – ervaren baat van hulp drie jaar lang Rotterdamse 55-plussers die leven zonder sociaal netwerk en zeventien hulpverleners die hen ondersteunen. Deze week presenteert ze haar bevindingen. Ondanks de optimistische titel zijn die grimmig. „Pogingen hen uit hun isolement te halen, hebben geen zin”, stelt ze. „Help hen om hun isolement vol te houden, want dat is wat ze willen.”

Zegt u daarmee ook dat het Rotterdamse programma Voor Mekaar, om eenzaamheid tegen te gaan, vergeefse moeite is?

„Voor deze mensen: ja. Het is goed dat er aandacht is voor vereenzaamde ouderen, dat wel. Let wel: eenzaamheid is iets anders dan sociaal isolement. Een mens kan omgeven zijn door vrienden en familie en zich toch eenzaam voelen, als hun partner bijvoorbeeld net is overleden. Dat hoeft niet automatisch te leiden tot isolement, maar zulke kantelmomenten kunnen de eerste stap op een glijdende schaal zijn. De mensen uit mijn onderzoek hebben niemand. Tot nu toe hebben alle pogingen om ouderen uit hun isolement te halen heel weinig effect. Dat komt omdat de gedachte erachter – creëer meer ontmoetingsmogelijkheden en dan ontstaat er vanzelf een netwerk – niet werkt bij deze specifieke groep individuen. De meesten zijn echt te ver heen.”

Te ver heen? Wat bedoelt u?

„Sociaal isolement is een proces van jaren, dat bestaat uit een neerwaartse spiraal van moeilijk contact maken, nare reacties krijgen en daardoor nog meer in je schulp kruipen. Dat merk je al bij de voordeur. De meesten weten niet eens hoe ze iemand moeten begroeten of binnenlaten, de onhandigheid straalt er vanaf. Bij één vrouw was het isolement zo compleet dat ze het spreken verleerd was, zo lang was het geleden dat ze een gesprek voerde. Een ander omschreef het heel treffend, vond ik – die zei: ‘Ik heb mezelf er langzaam rijp voor gemaakt’.”

Wat helpt wél?

„Een goede, ervaren hulpverlener die weet wat hij of zij doet, het vertrouwen wint en oprechte belangstelling toont, maar zich niet te veel met hun leven gaat bemoeien of eisen aan hen stelt. Dat de ouderen in een telefooncirkel zitten en iedere dag een menselijke stem horen, of hun eigen stem, is voor sommigen al van onschatbare waarde. Voor de meesten is de hulpverlener iemand die ze kunnen bellen als ze het alleen niet af kunnen.”

Is dat een echte oplossing? De ouderen zitten nog steeds alleen thuis.

„Dat is waar. Maar hoewel ze weten dat de relatie met hun hulpverlener een zakelijke is, is het toch de beste relatie die ze hebben. Want, zeggen ze: er is iemand die mij kent, die mij ziet, die weet dat ik besta.”

Zodat ze niet tien jaar dood in huis liggen, zoals destijds in Rotterdam?

„Dat lijkt een exces en tien jaar ís ook heel lang, maar de dood is onderdeel van hun realiteit. Het valt niet altijd te voorkomen dat ze sterven en een tijdlang onontdekt blijven. Eén van mijn respondenten is pas gestorven. Zij lag een aantal weken dood in huis. Het valt niet altijd te voorkomen dat ze sterven en een tijdlang onontdekt blijven. Tja, de dood is iets wat hen erg bezighoudt. Niet het dood zijn, maar het doodgaan baart zorgen. Ze weten dat er niemand bij hen zal zijn, maar hopen dat iemand hen mist als het zo ver is.”

Hoe hield u dat vol, drie jaar lang deze ellende?

„Hun verhalen zijn heftig, dat klopt. Mijn typiste wilde mijn interviews ook niet meer uitwerken, omdat ze er niet meer van kon slapen. Zij ziet deze mensen niet. Ik zat tegenover hen en zag mensen die zich ondanks alles toch op de been weten te houden. Dat vereist behoorlijk wat kracht.”