Mali: vredespact zonder vreugde

Na taaie onderhandelingen tekenden regering en rebellen een akkoord. Maar ze blijven elkaar innig wantrouwen.

Mahamadou Djeri Maïga, vicepresident van de rebellencoalitie, maakte een gebaar door de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta te omhelzen.
Mahamadou Djeri Maïga, vicepresident van de rebellencoalitie, maakte een gebaar door de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta te omhelzen. Foto Habibou Kouyate/AFP

In de Malinese hoofdstad Bamako is dit weekend een vredesakkoord gesloten, zij het niet van harte. Er blijft een diep onderling wantrouwen bestaan na een jaar moeizaam onderhandelen in Algerije tussen enerzijds de Malinese regering en aan haar verbonden milities en anderzijds de Toeareg-rebellen met hun ideaal van een onafhankelijk Noord-Mali. Moslimextremisten maken geen deel uit van dit akkoord.

Tot het laatst was onzeker of de Toearegs zouden tekenen. „De Toeareg-rebellen zijn niet te vertrouwen”, bromde een vertegenwoordiger van een aan de regering getrouwe militie vlak voor de ondertekening. Toen de rebellendelegatie eindelijk arriveerde, ging er een zucht van verlichting door de zaal. Maar Mahamadou Djeri Maïga, vicepresident van de rebellencoalitie, hield een rede waarin hij het akkoord „niet ideaal” noemde.

De Toearegs, een nomadisch volk dat eeuwenlang de dienst uitmaakte in het noorden van Mali, vormen tegenwoordig een minderheid in het uitgestrekte woestijngebied. Sinds de onafhankelijkheid van Mali in 1960 zijn ze al vier keer in opstand gekomen, het laatst in 2012. Dit veroorzaakte een schok die Mali nog steeds in zijn greep heeft. Toearegstrijders die terugkeerden uit Libië, waar ze jarenlang in het leger van de verdreven leider Gaddafi hadden gediend, slaagden erin het gedemoraliseerde Malinese leger uit het noorden te verdrijven en de onafhankelijke staat Azawad uit te roepen.

Maar de Toearegs werden overvleugeld door beter bewapende moslimradicalen, verbonden aan Al-Qaeda, die een strikte interpretatie van de islam oplegden aan de bevolking. Ze konden pas in 2013 tot staan worden gebracht nadat er in allerijl een Franse interventiemacht op was afgestuurd.

In Mali ontstond direct na de onafhankelijkheid een scherpe tweedeling tussen het zuiden, waar het regeringscentrum ligt, en het veel minder ontwikkelde noorden. Na de jongste opstand is de afkeer van de zuiderlingen tegen de Toearegs tot grote hoogten gestegen. In dit klimaat ontstond vorig jaar met heimelijke toestemming van de overheid een coalitie van milities die het opnam tegen de Toearegrebellen. Die raakten verdeeld en een grote clan sloot zich aan bij het samenwerkingsverband van milities. Ook dat ondertekende zaterdag het akkoord.

De meeste gevechten hadden de laatste maanden plaats tussen de Toearegrebellen en de milities, een strijd waarbij ook de Nederlandse blauwhelmen een keer betrokken raakten. Er bestaat nog veel rancune tussen die twee groepen en toen een lager lid van de rebellen het akkoord ondertekende snierde van militiekant iemand: „Wat doet deze cocaïnehandelaar hier?” Mahamadou Djeri Maïga van de rebellen maakte echter een gebaar door de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta te omhelzen. Zo kon er door sommigen dan toch nog een traantje worden weggepinkt.

Het nu gesloten vredesakkoord pakt voor de Toearegs slechter uit dan de overeenkomsten die werden gesloten na eerdere opstanden. In het verleden werd hun meer autonomie geboden. Nu krijgen ze slechts een beperkte vorm van zelfbestuur. Verder komt er een groots ontwikkelingsplan voor het noorden en Toearegrebellen zullen in het leger worden opgenomen.

Volgens een Malinese onderzoeker en kenner van het noorden ligt er te weinig nadruk op het verbeteren van de sociale omstandigheden, die de voedingsbodem van het steeds terugkerende conflict vormen. „Bovendien is de situatie in het noorden gecompliceerder geworden door de toename van smokkel in drugs, wapens en mensen. Daar wordt heel veel geld mee verdiend door militaire leiders en het is zeer de vraag of zij hun lucratieve positie zullen opgeven.”

President Keïta eindigde de ondertekening in Bamako met verwijzingen naar het roemruchte Malinese rijk, dat goeddeels in het huidige Zuid-Mali lag. „Verenig u, laten we samen opmarcheren”, citeerde hij een vers over Soundiata Keïta, een in 1190 geboren koning. Met zure gezichten hoorden de Toearegrebellen dit stukje poëtische geschiedenis aan.