Hier loopt Bakoe niet voor uit

De mensen in Azerbajdzjan zijn nog niet bepaald dolenthousiast over de Europese Spelen in hun land. De sporters daarentegen wél. Zoals de Nederlandse turnster Lieke Wevers, die op elk onderdeel waar ze aan meedeed een medaille won.

De renners reden gisteren tijdens de Europese Spelen hun wegwedstrijd maar die trok in de straten van Bakoe weinig belangstelling. foto MAXIM SHIPENKOV/epa
De renners reden gisteren tijdens de Europese Spelen hun wegwedstrijd maar die trok in de straten van Bakoe weinig belangstelling. foto MAXIM SHIPENKOV/epa

Op het met dranghekken gelardeerde Plein van de Vrede bestaat het ontvangstcomité vooral uit politieagenten, bijgestaan door bewakers in camouflageoutfit en frivool geklede vrijwilligers van de Europese Spelen. Welkom in Azerbajdzjan, welkom in de hoofdstad Bakoe, welkom in een nieuw sportuniversum.

Aan weerszijden van het Vredesplein, gelegen aan de voet van een chic uit glas opgetrokken hotel, passeren op deze zondag in vrijwel gelijke frequentie befaamde wielrenners. De schaarse toeschouwers – nagenoeg allen toevallige passanten – hebben geen idee dat Niki Terpstra en Tom Boonen aan hen voorbijflitsen.

Wielrennen, in Bakoe een sport om de schouders over op te halen. Dat de Spanjaard Luis Léon Sánchez – wegens dopingvermoedens verstoten door voormalig wielerploeg Belkin – de gouden medaille wint, laat Azerbajdzjanen koud. In Bakoe wordt nauwelijks gefietst, en al helemaal niet op een gestroomlijnd vehikel met krom stuur. Niet alle deelnemers aan de eerste Europese Spelen valt een warm welkom ten deel.

De Spelen trekken weinig publiek

De geringe belangstelling voor een wielerkoers markeert de opstartproblemen van het nieuwe fenomeen dat Europese Spelen heet. Van buiten mooi en aanlokkelijk, van binnen onzeker als een puber. Niemand weet hoe de waarde van een medaille moet worden gewogen. Letterlijk zwaar, want een winnaar valt bijkans voorover van het gewicht, maar of de winnaars bij thuiskomst aan status hebben gewonnen, is te betwijfelen.

Zelfs in Bakoe, waar de hallen blinken en de straten zijn schoongeveegd, lokken de Europese Spelen weinig mensen. Azerbajdzjanen komen graag naar vechtsporten, turnen en sporten met lokale helden, maar voor het overige zijn de tribunes matig bezet. De Europese Spelen en Bakoe, twee werelden die niet erg op elkaar aansluiten. Het evenement aan de Kaspische Zee heeft tot in de poriën de uitstraling van een verplicht nummer.

De overheid, met name het presidentiële echtpaar Ilham en Mehriban Ilajev, wilde de Europese Spelen. Om Azerbajdzjan in de vaart der volkeren omhoog te stuwen. Maar de bevolking lijkt die behoefte niet te delen. De generale houding ten opzichte van de Spelen kun je het best als stoïcijns omschrijven.

De sporters zijn – vanzelfsprekend – aanmerkelijk enthousiaster. Zij kunnen zich internationaal meten en ook nog een mooie plak winnen. En stel de Europese Spelen schieten wortel, dan sta je toch geboekstaafd als de eerste medaillewinnaar. Van Ellen van Dijk, wielrenster die goud won op de tijdrit, mogen de nieuwe Spelen met volle vaart in statuur omhoog schieten. „Naast de Olympische Spelen en de WK’s een mooi, extra evenement om het vrouwenwielrennen te profileren. Zo veel aandacht krijgen wij niet.”

De sporters loven de organisatie

Zonder uitzondering zijn de sporters en begeleiders ook te spreken over de hoge organisatiegraad. Het is van olympisch niveau, zeggen degenen die het weten kunnen. Dat compliment kunnen de Azerbajdzjanen alvast in hun zak steken. De loftrompet wordt gestoken over de behuizing, het vervoer, de accommodaties, de maaltijden en de stiptheid waarmee de vele vrijwilligers ondersteuning bieden.

Maar die medailles dan, wat zijn ze waard? Want op de kwaliteit van deelnemersvelden in Bakoe valt het nodige aan te merken. Neem turnen. waar zes Nederlandse turners bij elkaar zes medailles wonnen. Mooi, prachtig, maar niet conform de Europese verhoudingen.

Desondanks verdient Lieke Wevers een eervolle vermelding. De studente psychologie won een medaille op elk onderdeel waaraan zij meedeed: landenwedstrijd (brons), meerkamp (brons), vloer (brons) en als klapper goud op balk. De tweelingzus van turnster Sanne Wevers beleefde haar grote internationale doorbraak.

Lieke Wevers heeft er lang op moeten wachten, want ze is als 23-jarige een turnster in haar nadagen. Wat wil je als je steeds tegenslagen moet overwinnen. Dan een gescheurde kruisband, dan een zware elleboogblessure, dan een motivatiecrisis, dan het ontslag van vader/trainer Vincent bij de club in Almelo en dan de trainingszaal in Almelo worden uitgeschopt. Ga er maar aanstaan. Wevers, die nu met haar zus noodgedwongen in Heerenveen traint, heeft de bodem gezien.

Wat Wevers al die jaren op de been heeft gehouden? Haar liefde voor het turnen, de honger naar succes én de olympische vlam. En de Wevers hebben elkaar; een hechter verbond bestaat nauwelijks. Maar ooit, wist Lieke Wevers, ooit zou ze haar talenten tonen, zou ze laten zien waartoe ze als turnster werkelijk in staat is. Het beste bewaarde Wevers tot ‘Bakoe’, waar ze een nieuwe standaard bereikte. Ze turnde op hoog niveau. De waarde van de Europese Spelen stond in haar geval allerminst ter discussie.