Film Satudarah: geweld hoort erbij

Te romantisch of spijkerhard? Satudarah – One Blood geeft in ieder geval een opmerkelijk open beeld van de motorclub.

Een lid van motorclub Satudarah op de begrafenis van het doodgeschoten clublid Quincy Soetosenojo in 2012.Foto Taco van der Eb / Hollandse Hoogte.
Een lid van motorclub Satudarah op de begrafenis van het doodgeschoten clublid Quincy Soetosenojo in 2012.Foto Taco van der Eb / Hollandse Hoogte.

‘Hier kwam hij aanlopen, waarop ik m’n vuurwapen trok en toen heb ik m’n hele magazijn leeggeschoten.’ Barend staat voor een tapijtwinkel. Zonder emotie vertelt het Satudarah-lid hoe hij afrekende met een man met wie hij ruzie had. „Ik heb hem in de auto laten leggen en vervolgens heb ik hem op een andere locatie gedumpt.” Eenvoudig was het niet, vond Barend. „Ik moet eerlijk zeggen, in die films zie je natuurlijk altijd dat ze één keer worden geraakt en dan gaan ze gelijk weg en dan blijven ze voor dood. Maar dat viel me vies tegen. Er gingen nog best wel een paar minuten overheen.”

Het is een scène uit de documentaire Satudarah – One Blood, vanavond te zien op NPO2. Filmmaker Joost van der Valk (39) liep twee jaar mee met de van oorsprong Molukse motorclub, die door justitie vaak in verband wordt gebracht met drugs- en wapenhandel, mishandeling of moord. Nog voor de uitzending heeft de film veel losgemaakt. Volgens de politie schetst de documentaire een te romantisch beeld. Elsevier noemde de film een „spijkerhard visitekaartje” van de motorclub. Maar iedereen is het erover eens dat nooit eerder een motorclub van zó dichtbij is gefilmd.

Van der Valk mocht aanwezig zijn op clubavonden, inwijdingsrituelen, vergaderingen en motortochten, reisde met kopstukken van Satudarah naar de Molukken en volgde diverse individuele clubleden. Het leverde verrassend eerlijk inkijkjes op, bijvoorbeeld als Satudarah-leider Olla vertelt over zijn harde Molukse opvoeding. Zijn vader hing hem ondersteboven op wanneer hij niet luisterde. Ook is de filmmaker erbij als Olla in tranen uitbarst wanneer hij zijn bejaarde moeder bezoekt.

Stomp in gezicht

Op andere momenten komen de harde mores van de club in beeld. Het prominente lid Jack wordt keihard in zijn gezicht gestompt omdat hij de clubregels zou hebben overtreden. Als hij overeind krabbelt, volgt nog een harde klap en moet Jack zijn Satudarah-vestje inleveren. Later blijkt dat Jack onterecht is beschuldigd.

Tot voor kort was het ondenkbaar dat een motorclub zoiets op film laat vastleggen. De extreem gesloten motorclubs wilden voorheen niets met media te maken hebben, die alleen oog zouden hebben voor de strafbare feiten die leden begaan. Maar sinds motorclubs onder het vergrootglas van justitie liggen, is er een nieuw soort openheid gekomen: clubs laten soms journalisten toe op clubavonden en geven zelfs uitgebreide interviews, waarmee zij het beeld proberen te schetsen van een club waar weliswaar ruige mannen op zitten, maar die geen criminele bende is.

Dat was ook waarom Satudarah aan de documentaire wilde meewerken. „Ze wilden de andere kant van hun club laten zien: de broederschap tussen leden en hun Molukse roots”, vertelt Van der Valk. „Ik vond die elementen zelf ook interessant. Het is een deel van hun identiteit.” Maar behalve de roots wilde Van der Valk ook „de hardere randjes” van Satudarah vastleggen. „Ik dacht, ik begin er gewoon aan en dan komen die hardere randjes vanzelf.”

Aanvankelijk gebeurde dat niet. Een jaar lang was Van der Valk alleen welkom op onschuldige clubavonden waar werd gesproken over motoren of promoties van leden. Hij vreesde voor zijn documentaire. Maar na een reis met de leiders naar Indonesië slaagde hij erin hun vertrouwen te winnen. Hij overtuigde ze ervan dat de film een realistisch beeld moet geven, en dat geweld daar nu eenmaal bij hoort. „Daarna kreeg ik vaker informatie wanneer iets ging gebeuren, waardoor ik erbij kon zijn.”

Verlinkt door de Duitsers

Zo filmt hij de uitbreiding van Satudarah naar Duitsland. De club komt in conflict met de Duitse Hells Angels, die het Satudarah-clubhuis komen beschieten. Daarna volgt een conflict met de Bandidos, omdat Satudarah een clubhuis in Aken opent zonder dit aan de Bandidos te melden. Aan het einde van de film krijgt Satudarah-baas Olla zelf last van de Duitse afdeling: twee leden verklaren aan de politie dat de Nederlandse Satudarah hen wapens zou hebben geleverd. „Die kut Ali, die fucking kut-Marokkaan, die hoerenzoon, die heeft alles gezegd om strafvermindering te krijgen”, foetert de Satudarah-baas op de Duitser die hem heeft verlinkt.

De film is zeker geen visitekaartje van Satudarah geworden: naast aandacht voor de ‘stoere’ motoren en Molukse clubrituelen, komen ook strafzaken tegen Satudarah aan bod. Bij de eerste vertoning van de documentaire aan de clubleiding, waren de reacties niet onverdeeld enthousiast. Zo wilde de leiding een van de hoofdpersonen uit de film schrappen, omdat die jongen inmiddels uit de club is gezet. Van der Valk wist de leiding te overtuigen en hoefde niets te schrappen. Ook de openingsscène, waarin clublid Jack in zijn gezicht wordt gestompt, mocht erin blijven. „Ze begrepen dat een goede film met een heftig fragment moet beginnen.” Is de club niet bang voor strafrechtelijke vervolging? Van der Valk: „Dan zou het slachtoffer aangifte moeten doen.” Wist Van der Valk niet dat mishandeling, zoals in de film is te zien, ook vervolgd kan worden zónder aangifte? Van der Valk: „Oh, is dat zo? Ik ben me daar niet van bewust en Satudarah ook niet, denk ik...”