De zussen wonen nog thuis

Vier zussen verlieten nooit hun ouderlijk huis. „Ze houden niet van verandering.”

Ze wonen met z’n drieën in het huis waar ze zijn geboren. De zussen Riek (90), Toos (86) en Nellie (83). Hun oudste zus Jo woonde er ook tot ze overleed in 2009.

In datzelfde huis zijn hun ouders overleden. De straat in Brabant waar ze wonen eindigt in een bedrijventerreintje. Er is een bakker, maar het dorp is tien minuten fietsen.

Tien jaar lang fotografeerde Marlies Swinkels (32) haar oudtantes, de vier zussen van haar opa. Geen van vieren zijn ze ooit getrouwd, ze hebben hun ouderlijk huis nooit verlaten. Drie van hun vier broers wel. Alleen Jan bleef ook thuis, hij was huisschilder en overleed begin jaren negentig.

Wat opvalt in de foto’s is hoe bijna alles hetzelfde is gebleven. De blikjes groente in de voorraadkast. Staan ze er tien jaar later nog steeds, of zijn het andere blikjes, met dezelfde soort groente?

De zussen weten wat er in de wereld gebeurt, zegt Marlies. Door het Eindhovens Dagblad en de tv, maar in hun eigen wereld zien ze het liefst zo min mogelijk verandering. Ze zijn snel uit hun evenwicht. Onverwacht bezoek kan ze van hun stuk brengen.

De dagen in het huis verlopen volgens een vaste routine. De jongste zus, Nellie van 83, staat als eerste op. De zussen ontbijten samen, stoffen en poetsen. Dan warm eten. Aardappels, vlees, groente, suddervlees. Riek van 90 rust – de anderen bereiden het eten voor de volgende middag voor.

Om half drie drinken ze thee. ’s Avonds eten ze brood. Om zes uur het Journaal en om acht uur Goede Tijden Slechte Tijden. Riek en Toos drinken er warme chocolademelk bij. Nellie koffie. Elke week fietsen de twee jongsten naar het graf van hun zus, broer en ouders. Of vaker, als het geregend heeft bijvoorbeeld. Want dan weten ze: er ligt zand op het graf.

De zussen vormen een minimaatschappij, zegt Marlies, waarin onderlinge verhoudingen vastliggen. Toen Jo in 2009 overleed, duurde het een tijd voordat haar drie jongere zussen een nieuw evenwicht hadden gevonden. Jo was altijd degene die zei: ‘kom op, we doen het gewoon’. Dan gingen ze erop uit. Om nieuwe gordijnen te kopen bijvoorbeeld. Een nieuw tafelkleed, een bezem.

Riek ging een aantal jaar geleden ineens weer aan gesprekken meedoen, toen ze een gehoorapparaat kreeg. En na een operatie aan haar ogen zag ze het als haar zussen een plekje oversloegen bij het schoonmaken. En daar wijst ze ze dan op.

De zussen hebben alle vier gewerkt. Ze zorgden voor de kinderen van leidinggevenden bij Philips of andere bedrijven en maakten er ook schoon. Jo is later nog eens meegevraagd naar Italië door de kinderen waar ze jarenlang voor had gezorgd. De andere zussen zijn niet verder geweest dan België. Waarom zou je weggaan als je het thuis goed hebt?

Ze lieten zich fotograferen omdat het voor de opleiding van hun achternicht was, de kunstacademie. Marlies heeft nooit gevraagd hoe de zussen naar hun eigen leven kijken. Of ze het jammer vinden dat ze nooit getrouwd zijn of het huis uit zijn gegaan. „Dat vind ik te persoonlijk.” Maar ze weet wel dat ze blij zijn dat ze niet in een verzorgingshuis wonen.