Best Kept Secret mag nog avontuurlijker

Elk festival heeft zijn eigen receptuur. Bij Best Kept Secret zijn vijf ingrediënten essentieel. Op zoek naar de geheimen achter het succes.

Noel Gallagher & High Flying Birds
Noel Gallagher & High Flying Birds Foto’s Andreas Terlaak

1 Reüniebands

Wie kende nog The Jesus And Mary Chain? Best Kept Secret bood een aantal reünies van bands die ooit tijdens hun bestaan obscuur maar wel min of meer invloedrijk waren. The Jesus And Mary Chain, bekend om hun lawaaiige ‘Wall of Sound’, was vrijdag in vorm: strak en vertrouwd gruizig in de nummers van hun succes-cd Psycho Candy (1985). Zanger Mark Stewart van anarcho-jazz-ensemble The Pop Group klonk nog authentiek boos. De ondoorgrondelijke gitaarbrouwsels van het Britse Ride bleken achterhaald.

De reünie van The Libertines liet minder lang op zich wachten. Drugsproblemen lijken overwonnen, er wordt uitgebreid getoerd met nummers van hun enige twee cd’s (2002 en 2004) en ook hier bleken liedjes als Time For Heroes en Up The Bracket onverslijtbaar. Ook de innige voordracht van de in elkaars ogen starende, licht verlopen voormannen Pete Doherty en Carl Bârat was nog altijd wervend.

2 Britse rock

Het programma bood veel (Brit)rock op prominente posities. Maar hoe onderhoudend ook, The Libertines zijn niet geschikt als afsluiter. Daarvoor speelt nostalgie een te grote rol. Dat gold ook voor Noel Gallagher & High Flying Birds. Een onberispelijk spelende band en overvloedige lichtshow maakten zijn stamprock nog steeds niet verteerbaar. Het was slechts bij de Oasis-nummers (waaronder een mooi vertraagd Champagne Supernova) uit de jaren negentig dat het publiek opveerde.

En voort denderde het vervolgens. Op het hoofdpodium was er tienerrock van het zonnige Circa Waves, de vlijmscherpe riffs en gilzang van de Marmozets, de explosieve gitaarpartijen van de gebroeders Drenge. De Britse Vaccines, die veel nummers speelden van hun pas verschenen cd English Graffiti, wisten felheid en beheersing mooi in balans te houden.

3 Elektronica

Aanlokkelijk was het grote aandeel van elektronische acts als Weval, Kiasmos en Chet Faker. Het valt op dat elektronica-muzikanten tegenwoordig manieren zoeken om hun muziek – voortgebracht achter kastjes met keyboards en computers – ook live aantrekkelijk te maken.

Zo ontstond een hybride concertvorm: Chet Faker, een Australiër in regenjas, liet zijn elektronica klinken als mensenstemmen, zong zelf met soulvolle uithalen en schakelde voor sommige nummers een drummer en gitarist in, wat bij bekende liedjes als Talk Is Cheap leidde tot gelukzaligheid bij het publiek.

Even later creëerde Amerikaanse dj/muzikant Eskmo een mysterieus soort knisperbeats. Het Nederlandse Weval deed niets extra’s. Het duo stond ingespannen achter hun apparatuur en creëerde een complex maar warmbloedig geheel. Ritmes werden steeds opdringeriger, terwijl flarden van zangstemmen langs woeien.

4 Publieksmenners

De grootse bijval kregen de bands die het publiek actief bestookten. David Achter de molen, zanger van de Nederlandse rockband John Coffey liep dit keer niet over de handen van het publiek (zoals op Pinkpop), maar op zijn eigen handen. Zijn band veroverde de tent met snedige punkrock en veel aansporing tot dansen.

Even later bespeelde de jonge Nederlandse rapper Cho zijn aanhang met rinkelende raps over ‘jonko’s’ (joints) en de 14-jarige Kelly ‘met een baby in haar belly’. Zijn dj zorgde voor scherpe beats.

Veel enthousiasme was er over het zevenkoppige soulgezelschap St. Paul & The Broken Bones. Voorman Paul Janeway, vocaal geschoold in de kerk in Alabama, is een blanke gezette man in pak die danst als een ‘funky chicken’. Hij huppelde op zilveren schoenen terwijl het publiek dankbaar meegolfde op zijn door godsvrucht ingegeven emotie.

Bij Asap Rocky uit New York leek het podium een trampoline, zo hoog sprongen de rapper en zijn handlangers. Afgezien van enkele meezingers liet Asap Rocky, die in Amerika geldt als ‘hitrapper’, hier zijn alternatieve gezicht zien: door extreem lage bastonen te laten zoemen en door sloom gerekte beats te combineren met flamboyante rap. Het werd een intrigerende mix.

Dat je geen publieksmenner hoeft te zijn voor een indrukwekkend optreden, bewees de stoïcijnse Jonny Greenwood met het London Contemporary Orchestra. Greenwood, in het dagelijks leven geluidsmagiër bij Radiohead, voerde zondagochtend stukken uit die hij componeerde voor soundtracks naast Steve Reichs Electric Counterpoint. Erupties van strijkers, gestut door Greenwoods gitaarpatronen, zweefden als een lamento over het veld.

5 Het geheim van het woud

De aantrekkelijke omgeving – bos en meertje – een gesmeerde organisatie en een gretig publiek: de omstandigheden van deze derde editie waren gunstig. Het festival trok zo’n 16.000 bezoekers per dag ( 15.000 vorig jaar). De gemiddelde leeftijd leek hoger, wat wellicht samenhing met de nadruk op rock en reünies.

Best Kept Secret presenteert zich als festijn voor de ingevoerde muziekliefhebber. Maar prikkelende nieuwe namen ontbraken, en het aanbod van nu had makkelijk dat van vorig jaar kunnen zijn, toen acts als Chet Faker, Larry Gus en Temples wèl vers waren. Temples, zaterdagmiddag op het hoofdpodium, speelde nu routineus.

Anders dan Pinkpop hoeft BKS geen groot publiek te behagen, dus dat geeft de kans een uitdagend programma samen te stellen. Ook de naam wekt die verwachting. Meer geheimen waren welkom.