‘55 procent van de Nederlanders is flexitariër’

Dat meldden NOS.nl en andere media, waaronder nrc.nl

Illustratie Martien ter Veen
Illustratie Martien ter Veen Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

De biefstuk en zijn vleesvrienden verliezen terrein, als we de NOS mogen geloven. Op nos.nl verscheen woensdag een artikel over het groeiende aantal Nederlanders dat minimaal drie avonden in de week géén vlees eet. ‘55 procent van de Nederlanders is ‘flexitariër’, lezen we. De bewering dat we minder vaak vlees eten duikt ook op in andere media, zoals nrc.nl. Klopt het?

Waar is het op gebaseerd?

De NOS verwijst naar Motivaction, het onderzoeksbureau dat in opdracht van het Voedingscentrum 1.249 Nederlanders een vragenlijst heeft voorgelegd. Het Voedingscentrum wil met de resultaten een discussie aanzwengelen over duurzaam eten.

En, klopt het?

Eerst even dit: de term ‘flexitariër’ of ‘parttime-vegetariër’ is vaag. Vaststaat dat het vleesverminderaars zijn, maar één definitie bestaat niet. Mensen kunnen bijvoorbeeld minder vaak vlees eten, maar ook kleinere porties.

Het onderzoek van Motivaction gaat uit van een groep die minimaal drie dagen in de week geen vlees eet. Verder, vertelt een onderzoeker, was de vraag van het Voedingscentrum onderdeel van een groter onderzoek naar eetgedrag, in verschillende sociale milieus. Van de respondenten boven de 18 jaar zei 6 procent minder dan één dag per week vlees te eten, 13 procent zei één tot twee dagen per week vlees te eten, 36 procent zei 3 tot 4 dagen per week vlees te eten. Dat is bij elkaar 55 procent.

Dat zijn cijfers uit één bron, de vraag is dus nu: wat zeggen andere partijen? Onderzoeksinstituut LEI van de Universiteit Wageningen deed in 2010 vergelijkbaar onderzoek. De conclusie: 40 procent eet minimaal drie keer per week géén vlees. Maar het LEI noemt die groep nog geen flexitariër. En marktonderzoeker GfK stelde in 2009 dat 57 procent van de respondenten minimaal twee keer per week geen vlees eet.

Ook het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzocht eetgedrag, voor het laatst in 2012. Daaruit kwam naar voren dat we in gewicht minder onbewerkt vlees (bijvoorbeeld een karbonade) aten in vergelijking met 25 jaar eerder. Wel werd er iets meer bewerkt vlees (bijvoorbeeld een hamburger) gegeten.

Voormalig belangenbehartiger Productschap Vee en Vlees, dat vleesconsumptie meet, werd begin 2014 opgeheven. De laatste cijfers dateren uit 2012 en wijzen op een dalende hoeveelheid vleesconsumptie.

Maar al deze onderzoeksgegevens zijn niet erg recent. Bovendien wordt soms gemeten hoeveel we eten en andere keren hoe vaak we vlees eten.

Omdat de studies ons weinig verder helpen, bellen we voor recentere cijfers de grootste belangenbehartiger in de vleesbranche: COV, de (gedeeltelijke) opvolger van het Productschap. Is de totale vleesafzet kleiner? Sinds de crisis is er ‘een licht minnetje’ te zien, volgens woordvoerder Dé van de Riet. Hij benadrukt dat met name duur vlees minder wordt verkocht, terwijl kiloknallers juist ‘gaan als een tierelier’. Cijfers heeft hij niet, maar het lijkt te stroken met het onderzoek van VWS.

Maar het is wel vreemd: het aantal flexitariërs zou volgens onderzoek in vijf jaar tijd ruim vijftien procent zijn gestegen, terwijl de totale vleesafzet slechts licht afnam. Het zou kunnen dat mensen sociaal wenselijk antwoorden, verklaart een medewerker van onderzoeksinstituut LEI. Een andere hypothese is dat de groep die wel regelmatig vlees eet, substantieel meer is gaan eten. Of, wat ook kan: mensen zien over het hoofd dat in bijvoorbeeld kant-en-klaarmaaltijden, salamipizza’s, nasi, bami of maaltijdsalades ook vlees zit.

Conclusie

Zowel de definitie van flexitariër als het exacte aantal flexitariërs is moeilijk vast te stellen. Dat maakt de discussie over ‘duurzaam eten’ willekeurig. Alleen het Voedingscentrum onderzocht het aantal Nederlandse flexitariërs, maar baseerde dat op één vraag uit een onderzoek dat gevoelig is voor sociaal wenselijke antwoorden of verkeerde interpretaties. De wekelijkse vleesconsumptie werd niet daadwerkelijk gemonitord. Commentaar van andere partijen helpt ons weinig verder, omdat er geen concrete of recente cijfers zijn. Het lijkt erop dat we minder en minder vaak vlees eten, maar aantallen blijven onduidelijk. We beoordelen de stelling als niet te checken.