Weinig werk veel rendement

Waarom trackers hét beleggingsproduct van dit moment zijn

Foto Reuters

Wat is hét beleggingsproduct van dit moment? ETF’s, of trackers, die een bepaalde markt of index volgen. Wie bijvoorbeeld de ‘oertracker’ uit 1993 van bedenker Nate Most koopt (huidige koers 211 dollar), schaft indirect aandelen in alle bedrijven van de Amerikaanse S&P 500 aan. Van Apple tot Boeing en Coca-Cola, en alle 497 anderen. De trackeraanbieder koopt die aandelen namelijk van het ingelegde geld om precies de S&P 500 te kunnen spiegelen. Het prettige voor de belegger is dat die hetzelfde rendement haalt als de index, zonder de honderden aandelen los te hoeven kopen.

https://www.youtube.com/watch?v=dEhbaNCEClE

Waarom zijn ETF’s zo populair?

1. Ze zijn goedkoop

Voor de door Most bedachte ETF, die op de markt wordt gebracht door trackerverkoper State Street, betalen beleggers jaarlijks slechts 0,09 procent aan beheerskosten. Dat is een groot verschil met beleggingsfondsen als Robeco US Large Cap Equities. Dat volgt óók grote Amerikaanse bedrijven, maar rekent jaarlijks 0,81 procent.

2. Weinig werk, genoeg rendement

De opmars van trackers is illustratief voor de opmars van het ‘passieve’ beleggen en betekent een belangrijke kentering in de wereld van beleggen en vermogensbeheer, zegt analist Jeffrey Schumacher van onderzoeksbureau Morningstar. Bij ‘actief’ beleggen, beleg je in een fonds van een ‘beursgoeroe’ die bepaalde aandelen kiest waarvan hij verwacht dat ze het goed gaan doen. Als passieve belegger volg je gewoon de index. Stijgt de beurs met 3 procent, dan stijgt de waarde van de tracker met 3 procent min de kosten.

Schumacher:

“Vroeger werd op je neergekeken als je genoegen nam met het simpelweg volgen in plaats van verslaan van de markt. Toen bleek uit onderzoeken dat veel actieve beleggers het helemaal niet beter deden dan de markt.”

3. Vermogensbeheerders krijgen geen commissie meer

De Verenigde Staten lopen voorop in de omarming van trackers, maar Europa doet ook steeds meer mee. Zo laat Euronext desgevraagd weten dat de waarde van de aan de Amsterdamse beurs genoteerde ETF’s eind mei 147,8 miljard euro bedroeg, een stijging van 36 procent in een jaar tijd.

De Europese groei hangt deels samen met de invoering van een provisieverbod in het Verenigd Koninkrijk en Nederland, zegt Schumacher. Vermogensbeheerders hebben er nu namelijk geen belang meer bij om beleggingsfondsen, waar ze vroeger commissie van kregen, aan te raden.

Wat zijn de risico’s?

1. Veel invloed op markten

Met de populariteit groeit ook het aanbod. Dit jaar doorbrak het aantal verschillende trackers voor het eerst de vierduizend, blijkt uit onderzoek van Deutsche Bank.

Maar omdat er wereldwijd inmiddels een kleine 3.000 miljard dollar in de trackers omgaat, hebben ze ook veel invloed op de markten. Een voorbeeld: MSCI, een van de belangrijkste indices voor beleggers, maakt als graadmeter voor de economie in 23 opkomende markten een index met honderden bedrijven. Vorige week maakte MSCI bekend dat het binnenkort Chinese aandelen toevoegt. Dat betekent dat trackeraanbieders die dan ook in hun mandje moeten stoppen en daarmee 20 miljard dollar in Chinese aandelen pompen.

Schumacher:

“Doordat iedereen op dezelfde manier en in dezelfde aandelen belegt is het de vraag of je bepaalde aandelen en markten niet aan het opblazen bent. En wat gebeurt als straks iedereen er tegelijk uit wil stappen?”

2. Zo simpel dat je makkelijk geld verliest

Hij ziet een ander probleem: de wildgroei van exotische trackers die onduidelijk zijn vanwege bijvoorbeeld bijkomende kosten of een onduidelijk beleggingsdoel. Een voorbeeld van het laatste vindt hij de Women in Leadership ETF. Die volgt bedrijven waar vrouwen de baas zijn of een bepaald percentage van het bestuur uitmaken.

“Ik vraag me af of beleggers het nog snappen met dit soort vernieuwing en nog weten wat ze kopen. Eenvoud was juist de grootste kracht van ETF’s.”

Opvallend genoeg zou zelfs die eenvoud voor sommige particuliere beleggers gevaarlijk kunnen zijn, blijkt uit een studie van de Goethe Universiteit in Frankfurt en de Universiteit van Indiana uit 2013. Op basis van Duitse data over individuele investeerders constateren ze dat trackerontdekkers nogal enthousiast aan het handelen slaan, waardoor hun portfolio het slechterd doet dan dat van mensen die van trackers afbleven. “Ze gokken op marktontwikkelingen en ze gokken verkeerd”, constateren de onderzoekers.