Wielen

De Renault Espace is een TGV met springplankeffect

Foto Peter de Krom

Autojournalist Bas van Putten recenseert nieuwe auto’s. Vandaag de Renault Espace.

Wat je bemint moet zwakke plekken hebben. Voor een volmaakt mens voel je niks. Emoties hechten niet aan een te gave huid, je zoekt de moedervlek. De perfecte auto, want voor techniek en design geldt hetzelfde, roept meer bewondering dan genegenheid op. Er moet iets rammelen of haperen dat week maakt. Ik ga een lans breken voor auto’s met een smet.

Fransen waren er altijd goed in. Het is ze weliswaar zelden gelukt een auto op de markt te brengen zonder achilleshiel, ze stelden je schadeloos met de charme die je het alibi verschafte om te zeggen: maar toch houd ik van hem. Ik denk aan de Espace, de ruimtewagen die bij zijn aantreden in 1984 een sensatie was.

Ten onrechte is hij de eerste monospace genoemd, de naam voor busjesachtigen uit één stuk zonder afzonderlijke motorkap en kofferbak. Die bouwstijl was door anderen bedacht. Hij was wel de eerste auto die het format salonfähig maakte. En hij was het eerste familiebusje met stijl, getekend en ingericht met de futuristische slag van de jaren tachtig, toen de Fransen hun technische gebreken compenseerden met geavanceerd design en komisch blikkerig sprekende boordcomputers.

Een politiek-correcte feestverpakking

Daarmee trok hij het soort mensen naar zich toe dat we het betere publiek noemen. De Espace werd hun politiek-correcte feestverpakking voor het goede leven. De afwerking was een tragedie, maar het aardige aan de Espace-cultuur is dat de kopers dapper met de brokken bleven zitten. Hij was ook dat symbool van verdraagzaamheid voor automobilisten die grootmoedig de kleingeestige bezwaren van zich afschudden. Tot het niet meer ging. Toen de opvolger voor de in 2002 geïntroduceerde vierde generatie uitbleef, week de Espace-rijder uit naar Volvo of een ander degelijk huis dat het sociologische gezichtsverlies binnen de perken hield.

Het terugwinnen van dat verloren territorium kan nu eindelijk beginnen met de nieuwe Espace. Het is de eerste Grote Renault die tot stand kwam onder regie van de Nederlandse designchef Laurens van den Acker. Hij is de socioloog onder de ontwerpgoeroes, die er als regisseur van zijn ontwerpteam in slaagde zijn gevoel voor doelgroepen en leefculturen te verzilveren. Hij heeft dat merk weer geil gemaakt. Zijn instinct voor beide seksen wekt bewondering. De Clio werd een autootje dat vrouwen aantrekt zonder mannen af te stoten.

De Espace heeft alles mee om weggelopen klanten te heroveren. Het werd een auto die aan de drie randvoorwaarden voor een grote Franse reiswagen voldoet: een unieke, onverwisselbare vorm, Frans comfort en een hoogmoderne, tegen decadent aanschurkende cabine vol digitale dingetjes. Binnen wachten leren bekleding, instelbare sfeerverlichting, een touchscreenscherm op laptopformaat en een automaatpookje op een zwevende middenconsole. De Renault zegt met een robotstem: “U nadèrt un snelheidscaméra, minder uw snelheid”. Zo mogen we het horen.

Lees ook wat Bas van Putten eerder schreef over onder meer de Seat Leon Cupra en de Mazda 2.

Een trein voor de weg

Het is een goed teken dat zijn ontwerp de geesten scheidt, want het bijzondere moet wringen. Sommigen vinden hem te conformistisch. Hij is inderdaad massiever, minder beweeglijk getekend dan zijn voorganger, meer doos dan sculptuur. Ik geloof in zijn lengte. De gestrektheid van zijn lijn blijft op het netvlies kleven. Hij is een op de TGV geïnspireerde trein voor de weg. Hij gaat iets minder hard trouwens.

De drastisch gekrompen viercilinders – er zijn drie zestienhonderdjes te koop, één benzinemotor en twee diesels – maken er bepaald geen hsl van. Maar er kunnen nog steeds zeven inzittenden mee en de praktische insteek is gebleven met een knoppenpaneeltje in de kofferruimte waarmee in één klap alle stoelen op de tweede en derde rij kunnen worden neergehaald. Dat kan overigens ook vanaf de bestuurdersstoel via het scherm.

Gelukkig heeft hij ook gebreken, hoewel het bij drie majeure bezwaren blijft. De hoofdruimte achterin is in de Espace met panoramadak onvoldoende. De dode hoek is afgrijselijk. Verder etaleert de achterwielophanging op verkeersdrempels een springplank-effect dat zwakke magen slecht bekomt. De achterkant maakt sprongetjes, diep in de veren duikend en weer opwippend. Nazorg gewenst.

Anderzijds: hij moet niet té perfect worden. Wie weet heeft Renault het er op dat ene punt expres bij laten zitten. Nu kan er tegen beter weten in van hem gehouden worden. Ik sluit zelfs niet uit dat Van den Acker thuis zijn vrouw een theorie over de onvolmaaktheid heeft ontvouwd die verdacht lijkt op de mijne.