Zeeslakken leven van het licht door eencelligen in te slikken

Foto’s Robert Bolland

Deze Japanse zeeslak behoort tot een klein geslacht van zeeslakken die leven van het licht. Toegegeven: deze prachtige nieuwe soort Phyllodesmium acanthorhinum beheerst die unieke truc niet, en hij is evenmin lichtgevend. De cameraflitser van zijn ontdekker Robert Bolland gaf de doorschijnende slak zijn fraaie gloed. Bolland was ooit een Amerikaans legerduiker, en werd kenner van Japanse zeeslakken. Hij was eind jaren vijftig gestationeerd op Okinawa: het afgelegen, zuidelijkste eiland van Japan – de VS en Japan hadden er in 1945 verschrikkelijk gevochten.

Enfin, Bolland bleef, werd biologiedocent en stuurde intussen zijn zeeslakvondsten naar Amerikaanse instituten (zie ook zijn ‘Okinawa Slug Site’). In 1994 fotografeerde hij deze prachtige zeeslak. Maar de raderen van de zeeslakbiologie draaien langzaam: pas eind 2014 werd Phyllodesmium acanthorhinum beschreven door de specialisten Beth Moore en Terry Gosliner. Het zeeslakje (slechts 17 tot 28 millimeter) werd eind mei verkozen in de top 10 van ‘nieuwe soorten van 2015’ door de Amerikaanse milieuopleiding ESF – omdat-ie zo mooi is. Maar Phyllodesmium-zeeslakken verdienen vooral aandacht vanwege hun unieke stofwisseling: 15 van de 24 beschreven soorten kunnen leven van het licht. Dat zit zo: ze eten koralen. Daarin leven zoöxanthellen, eencelligen die groeien als planten door fotosynthese. De zeeslakken houden ingeslikte zoöxanthellen in leven in hun eigen ingewanden. Zo worden ze zelf ook fotosynthetisch. Er zijn maar een paar dieren – allemaal zeeslakken – die zo van het licht leven. (De bekendste zijn de groene Elysia-zeeslakken.)

P. acanthorhinum is volgens Moore en Gosliner een primitieve Phyllodesmium. Zijn golvende, langwerpige darmkanaal is niet ingericht om zoöxanthellen te herbergen. Wat hij dan wel eet, is onbekend, maar blijkbaar bevat zijn voedsel kleurstof. Daar komen die subtiele roze, blauwe en gele tinten van.