Werk genoeg aan de andere kant

Wat maakt het Verenigd Koninkrijk zo aantrekkelijk dat immigranten zich in Calais verdringen voor de illegale oversteek? Waarom blijven ze niet in Frankrijk? „Hier wordt hard werken niet gewaardeerd.”

Seizoenarbeiders in Kent, Engeland. In de oogst werken veel immigranten.
Seizoenarbeiders in Kent, Engeland. In de oogst werken veel immigranten. Foto links Philippe Huguen /AFP, foto rechts Granville Davies/ HH

Waar de zeemeeuwen uit Dover ophouden met krijsen, beginnen de boomgaarden van Kent. Keurig in het gelid staan daar de appelbomen, stapels kisten ernaast, en kleine caravans aan de rand van de velden. Te wachten op de oogst en het leger buitenlandse legale – en soms illegale – seizoenarbeiders dat de appels komt plukken. Zoals ook elders in Engeland de aardappels worden gerooid, de kolen geraapt, de asperges gestoken, de aardbeien geplukt: door immigranten.

Vraag hun waarom ze naar Engeland komen, en het antwoord is „werk”. De goedlachse Litouwer Willmantis Sedeskis – als EU-burger legaal in het land – zit aan het einde van een werkdag met drie maten en een biertje in het gras. „Ik verdien hier vier keer meer dan thuis”, zegt hij. Hij steekt zijn vingers op ter bevestiging. De anderen knikken instemmend.

Vraag Engelsen waarom ze denken dat immigranten zo graag naar het Verenigd Koninkrijk willen oversteken, en het antwoord is „uitkeringen”. „We geven ze aalmoezen”, zegt David Graham. Vanaf zijn balkon aan de Marine Paradein in Dover tuurt hij over de zee. Vrachtwagens op weg naar de haven razen langs. Een veerboot naar Calais vaart net weg.

Aan deze kant van het Kanaal is niets te merken van de onrust aan de andere kant. Daar proberen honderden immigranten de oversteek te maken, als verstekeling in vrachtwagens, in de auto’s van toeristen, in de trein die door de tunnel gaat. Rond Calais zijn de tenten provisorisch, maar het tentenkamp is permanent.

Routinecontroles

Hier in Kent, het zuidoosten van Engeland, verspreiden ze zich onmiddellijk. Alleen krantenberichten over illegalen die bij routinecontroles toch nog worden gevonden, laten zien dat het sommigen lukt de overtocht te maken. Dinsdag vond de politie van Cambridgeshire in een vrachtauto 26 mannen uit Afghanistan, Iran, Koeweit, Pakistan en Syrië. Vorige week werden 53 volwassenen en vijftien kinderen opgepakt die via Hoek van Holland in Harwich waren aangekomen.

Vanaf zijn balkon maakt David Graham zich zorgen. „Uiteindelijk vinden ze een manier om hier te komen. Ik weet niet wat we eraan kunnen doen. Ons land blijft aantrekkelijk.”

Verwoede pogingen van achtereenvolgende Britse regeringen hebben dat beeld niet veranderd. Asielzoekers mogen in het Verenigd Koninkrijk niet werken, hebben geen recht op uitkeringen, en krijgen slechts 5 pond (6,85 euro) per dag om van rond te komen. Werkgevers en huisbazen moeten zich ervan verzekeren dat ze geen illegale immigranten in dienst of in huis hebben, op straffe van een fikse boete.

In de troonrede kondigde de huidige regering weer nieuwe maatregelen aan: illegalen verliezen het recht op beroep bij uitzetting, en premier Cameron wil dat banken gedwongen worden te controleren of hun rekeninghouders wel legaal in het land zijn. De vorige regering heeft bovendien de inspectie van bedrijven waar mogelijk illegalen werken, opgevoerd: er worden nu veertig arrestaties per dag verricht, een verdubbeling ten opzichte van 2010.

Maar, erkende Cameron in mei, „de waarheid is dat het té makkelijk is zwart werk te doen”. Het Verenigd Koninkrijk heeft een zwarte economie die goed is voor 10 procent van het bruto binnenlands product, en de rest van de economie is slechts licht gereguleerd in vergelijking met andere Europese landen. Zeker zo belangrijk: het Verenigd Koninkrijk kent geen identificatieplicht. Het is dus makkelijk om onder te duiken – zeker als er bovendien al familie of kennissen in het land zijn. Dat geldt zowel voor eerdere grote illegale immigrantengroepen, zoals Chinezen, Somaliërs, Joegoslaven, als nu voor Afghanen, Irakezen en Syriërs.

Niet dat er daarna per se gouden bergen wachten. De arbeidsomstandigheden voor illegalen zijn notoir slecht, met lonen die vaak ver onder het minimumloon liggen, lange werkdagen, en fysiek zwaar werk. Bij een inval in een Indiaas restaurant in Wales ontdekte de politie eerder dit jaar bedden onder het aanrecht.

Het kan nog erger: sommigen komen in dienst van bendes, die hen als slaven gebruiken. Sinds er in 2004 23 illegale Chinezen verdronken toen zij door de vloed werden overvallen bij het rapen van kokkels, is er een wet waarmee de bazen van bendes gestraft kunnen worden. Maar dat leidde in de afgelopen tien jaar vooral tot waarschuwingen en boetes, geen gevangenisstraf.

Studeren

‘M.D.’ uit Bangladesh, die alleen zijn leeftijd (23) en initialen wil geven, vertelt bijvoorbeeld dat hij zijn echtgenote „van thuis kent”. Hij kwam zes jaar geleden om te studeren: „Business management”. En hij bleef. Nu verkoopt hij in een kraampje badmatten en dekbedhoezen. Hij doet goede zaken: binnen een paar minuten heeft hij twee overtrekken verkocht.

Uit zijn verhaal wordt het niet duidelijk, maar het is goed mogelijk dat hij illegaal is. De groep immigranten die via Calais of andere Europese havens het Verenigd Koninkrijk weet te bereiken, is klein. Veruit het grootste probleem voor de Britse regering zijn diegenen die blijven plakken nadat hun visum is verlopen – van Australische backpackers tot Aziatische studenten. Eenmaal illegaal is de kans om nog legaal – of Brits staatsburger – te worden, zeer gering.

Onduidelijk is hoeveel illegalen er zijn. In 2009 schatte de London School of Economics, gebaseerd op de volkstelling van 2001, hun aantal op 618.000, van wie 70 procent in Londen zou wonen. Sindsdien zijn er geen omvangrijke onderzoeken naar aantallen meer geweest.

Volgens het Oxford Centre on Migration, Policy and Society, dat onderzoek doet naar illegaliteit, is er een tweede groep „irreguliere immigranten”. Dat zijn de asielzoekers die niet uitgezet kunnen worden en hun kinderen. „Het is minder een zaak van grensbewaking, dan van controles voor en na toegang tot het gebied”, schreef onderzoeker Franck Düvell, bij de vorige zomergolf in Calais.

In Dover weet men wat de Franse haven aan de overkant doormaakt. Tot 2003 lag de echte grensovergang immers hier, niet in Calais. Folkestone Road, tussen de belangrijke havens Dover en Folkestone, wordt door de oudere bewoners nog altijd asylum alley genoemd, de asiellaan, naar de vele asielzoekers die in de Victoriaanse rijtjeshuizen hun eerste onderkomen vonden.

„Vanaf ’s ochtends zes uur zag je hele families met tassen die kant op lopen”, zegt Marion Kember. Ze zit in de voortuin van vriendin Ivy, met zicht op de veerboothaven, de beroemde white cliffs van Dover achter zich, en rechts de Western Heights, de heuvel waar een van de dertien Britse ‘uitzetcentra’ ligt.

Ze begrijpt het wel hoor, waarom men naar Engeland wil. „Als je die arme bootvluchtelingen op de Middellandse Zee ziet dan heb ik echt medelijden. En we hebben het hier goed, we zijn gezegend.”