Opmerkelijke verkoop

Wat staat het bedrijf van Joop van den Ende te wachten?

Foto ANP

Joop van den Ende flikt het een tweede keer. Nadat hij samen met John de Mol in 2000 televisieproductiebedrijf Endemol voor 2,6 miljard euro aan het Spaanse Télefónica verkocht, kondigde de serial entrepreneur gisteren aan dat zijn musicalbedrijf een nieuwe eigenaar heeft: investeringsmaatschappij CVC koopt zestig procent van de aandelen. Het overnamebedrag voor Stage Entertainment (omzet: ruim 500 miljoen euro, drieduizend werknemers) is volgens Van den Ende “substantieel”, maar hij zegt niet hoeveel de verkoop hem oplevert.

De verkoop is opmerkelijk. Het contrast tussen de oude en de nieuwe eigenaar is groot: de emotionele theaterliefhebber geeft zijn geesteskind uit handen aan kille rekenmeesters uit de wereld van de haute finance.

De hoofdpersonen uit deze verkoop:

Wat staat Stage te wachten onder CVC?

1. Hoge schulden? Nee dus

Een musicalbedrijf is geen voor de hand liggende prooi voor private-equityfirma’s. Die houden van bedrijven met voorspelbare, stabiele inkomstenstromen. Daaruit kunnen ze dan met gemak de rente en aflossing op hoge schulden betalen, waarmee zij hun overnames doorgaans financieren. Bij een musicalproducent zijn de inkomsten grillig. Jaren van winst en verlies wisselden zich ook bij Stage steeds af sinds 2005. Maar CVC durft de entertainmentsector aan: het is eigenaar van het bedrijf achter de Formule 1 en had attractieparken in portefeuille.

Dit alles zorgt voor een bijzondere constructie. CVC financiert de deal niet met een forse lening die bij Stage op de balans komt, zoals private-equityfirma’s dat doorgaans doen. Van den Ende: “Dat was een voorwaarde van mij, en daarom zijn andere bedrijven afgehaakt.” In ruil daarvoor pompt hij een deel van de overnamesom terug in het bedrijf. Hoe, dat willen Stage en CVC niet toelichten.

2. Verkoop van theaters

Het eerste wat een private-equityfirma doorgaans doet is het vastgoed verkopen. Ze houden niet van geld dat vastzit in stenen.

Een deel van de negentien theaters is eigen bezit. Die zal CVC vermoedelijk verkopen en voor een lange periode weer terughuren: de bekende sale and lease back-constructie. Van de Ende zou ook al eens met die gedachte hebben gespeeld.

3. Weinig ruimte voor strippen

Strippen, het verkopen van bedrijfsonderdelen die geen kernactiviteit zijn, is gebruikelijk. Maar omdat Stage vorig jaar zelf al de kaartjesverkooptak verkocht, is er volgens ingewijden geen zeer voor de hand liggend bedrijfsonderdeel om te verkopen.

Of het moet Holiday on Ice zijn. Een ingewijde: “Dat is nooit een hele succesvolle acquisitie geweest. Stage heeft daar altijd marginaal op verdiend of op verloren.”

4. Snijden in de kosten. Welke?

Over Van den Ende wordt gezegd dat hij ook wel eens niet zo zakelijke beslissingen nam en een decortje nog een beetje mooier en duurder maakte of de cast nog iets uitbreidde. Maar het beeld dat Stage inefficiënt gerund wordt, herkennen betrokkenen niet. “Joop is in de loop der jaren ook zuiniger geworden.”

Ook zou CVC niet aan creatieve knoppen mogen gaan draaien. Van den Ende: “Ze gaan niet over hoe er gedanst moet worden.”

5. Opknappen en doorverkopen

Meestal houdt een private-equityfirma een investering vijf tot zeven jaar vast voordat die wordt doorverkocht. In het geval van de Formule 1 houdt CVC zich daar niet aan, die rechten bezit het al sinds 2006 en daar verdiende het volgens Forbes zo’n 8 miljard dollar op.

Van den Ende noemt geen termijn voor de investering van CVC, maar maakt duidelijk dat hij Stage nu niet wilde op laten gaan in een strategische grootmacht als Disney (waarvan Stage in licentie musicals als Lion King en Beauty and the Beast produceert).

6. Internationale expansie

De grote drijfveer achter de deal zijn internationale ambities. Die zijn enorm: het aantal bezoekers moet in vijf jaar tijd verdubbelen naar twintig miljoen. “Ik wilde altijd van Stage een van de grootste bedrijven in zijn soort ter wereld maken”, zegt Van den Ende. Die wens kon niet verwezenlijkt worden omdat banken musicalhits vanwege de onzekerheid niet wilden financieren.

CVC wil dat nu wel. Die groeimogelijkheden zouden in Europa, Zuid-Amerika en vooral Azië zitten. Al waarschuwen kenners voor de Chinese markt. “Azië is echt een hele grote stap. Dat zal lastig worden. Cultureel gezien zijn het totaal verschillende markten.”

7. Inzetten op hits

Een musicalproducent is pas echt zijn investering waard als die enkele hits verzint die jarenlang meegaan en in de hele wereld bezoekers trekken. Maar ‘eigen’ musicals als Ciske de Rat, Rocky en Sister Act waren tot nog toe niet zo succesvol. Een ingewijde: “Om de vergelijking met John de Mol te maken: je moet The Voice van musicalland maken. Dan verdien je honderden miljoenen, maar dat is Stage nog niet gelukt.”

Van den Ende heeft nog een kans. Hij treedt voor vijf jaar bij Stage in dienst als ‘senior producer’ en heeft daarvoor zijn, naar eigen zeggen, eerste arbeidscontract ooit getekend.