Gebaseerd op juridisch drijfzand

Illustraties Cyprian Koscielnak

In zijn opiniestuk over de Noordpool roept Louwrens Hacquebord de Nederlandse regering op de Noordelijke IJszee als werelderfgoed aan te merken (15/6). Een interessante gedachte, maar helaas gebaseerd op juridisch drijfzand.

Hacquebord stelt dat de kuststaten van de Noordelijke IJszee met behulp van het VN-Zeerechtverdrag deze oceaan verkwanselen en dat andere staten hier nauwelijks op hebben gereageerd. Het is echter heel begrijpelijk dat andere landen niet hebben gereageerd. Het Zeerechtverdrag, waar 166 staten en de EU partij bij zijn, geeft regels over de omvang van de maritieme zones van kuststaten. De staten in het Noordpoolgebied doen niets anders dan uitvoering geven aan deze regels, zoals bijvoorbeeld Nederland in de Noordzee en in de West. Het moge duidelijk zijn dat er geen basis is om in het geweer te komen tegen het „verkwanselen” van de Noordelijke IJszee.

Het bovenstaande neemt niet weg dat Nederland invloed kan uitoefenen op de ontwikkelingen in het Noordpoolgebied. Maar met een gestrekt been erin gaan, zoals Hacquebord voorstelt, zal alleen maar betekenen dat de Nederlandse invloed in het overleg over het Noordpoolgebied zal worden gemarginaliseerd. Het beleid kan wel worden bijgestuurd door constructief te participeren in dit overleg en bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek over de bedreigingen van het Noordpoolgebied en mogelijke oplossingen. Tenslotte, de kritiek op de kuststaten in het gebied is obligaat; het Noordpoolgebied wordt het meest bedreigd door industrieën ten zuiden van de poolcirkel.

Hoogleraar recht van de zee, Universiteit Tromsø