Vergelijk mijn gondel niet met een bierfiets

Amsterdam wordt overspoeld met cultuurvreemde elementen – de gondel voorop. Onjuist, zegt Tirza Mol. Er vaart al heel lang een gondel door de grachten. En sinds wanneer is Amsterdam wars van andere culturen?

Illustratie Aart-Jan Venema
Illustratie Aart-Jan Venema illustratie Aart-Jan venema

‘Amsterdam wordt het Venetië van het noorden”, schreef Martijn Meijer vorige week maandag in nrc.next. De binnenstad wordt een pretpark, meent hij. En het boegbeeld van die verpretparkisering is een Venetiaanse gondel die door de grachten vaart, met een vrouw achterop.

Die vrouw, dat ben ik. Die gondel is mijn gondel. „Een lukraak ingelijfd element uit een andere cultuur, zonder verband met de bestaande stadscultuur”, aldus Martijn Meijer.

Op mijn 28ste ben ik voor mijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege naar Venetië gegaan. Vier maanden ben ik op de meest traditionele gondelwerf verbleven om de kunst van de gondelbouw te bestuderen. Vervolgens heb ik, als afstudeerproject, mijn gondel gebouwd en ben ik teruggegaan naar Venetië om te leren roeien.

Overwoekeren? Onzin

Ik wilde de verhalen over de evolutie van de gondel vertellen, vooral aan gasten die in mijn gondel door een stad zouden varen die veel overeenkomsten met Venetië kent. In 1999 ontving ik de startgeldprijs voor het beste idee voor de stad. De jury bestond uit Amsterdammers.

Inmiddels vaar ik al vijftien jaar op de grachten, in de zomer gemiddeld een à twee keer per week. Net genoeg om de gondel te kunnen onderhouden. Meijer heeft me onlangs voor het eerst gezien. Dat zegt wellicht iets over de mate waarin gondels de binnenstad ‘overwoekeren’.

Overigens is deze informatie heel makkelijk te vinden, op Google. Dat had meneer Meijer kunnen doen, voor hij zonder onderscheid gondels en bierfietsen op een hoop gooide.

Nog iets meer speurwerk leert dat mijn gondel niet de eerste is in Amsterdam. In 1884 maakte het Algemeen Handelsblad melding van een „heusche gondel met een heusche Italiaanse bemanning”, gelegen bij het Amstel Hotel. In 1955 voer een gondel elke avond het Lido voorbij, met een strijkje erop. In het stadsarchief bevindt zich een prachtige foto van Jacob Olie met daarop een gondel, op de Binnen Amstel.

De afgelopen vijftien jaar heb ik het steeds drukker zien worden op het water. Niet met ‘uitwassen uit andere culturen’, zoals Martijn Meijer schrijft, maar met allerlei inheemse vaartuigen. Die soms zijn gevuld met schreeuwende mensen. Nederlandse mensen. Ik zou bijna durven zeggen: Amsterdammers.

Sowieso hebben veel meer Amsterdammers dan voorheen een eigen bootje. Misschien verklaart dat de drukte op het water?

Het wordt steeds luider en voller in de stad. Het debat over de bierfiets is in volle gang. Ik zie mezelf niet graag bij deze uitingen van ondernemerszin geplaatst. Ik vaar niet omdat ik er goed aan verdien. De vergunning die mij dit jaar is opgedrongen, wil ik niet eens.

Ik vaar omdat het mooie momenten oplevert. Met meestal twee, soms vier mensen aan boord. Omdat de inzittenden onze stad zien vanaf het water. Zonder het geluid van een motor. Er komt geen tweede of derde gondel want ik ben geen ondernemer. Ik vind het leuk om zelf te varen.

Ik ben geen ondernemer

Ik begrijp de angst van meneer Meijer. Globalisering leidt tot vragen over de eigen identiteit en hoewel Meijer niet goed kan benoemen wat die identiteit is, weet hij wel precies wat er niet thuishoort in een stad als Amsterdam.

Toch hebben vreemde culturen zich altijd met deze stad vermengd. Is dat niet ook een deel van de identiteit van deze stad? Hoor je ooit iemand klagen over de hoeveelheid eetgelegenheden met buitenlands eten op het menu? Willen we allemaal nog in een DAF rijden?

Het is mij niet duidelijk waarom Martijn Meijer mijn gondel vergelijkt met bierfietsen en segways. Gaat het nu om het verwisselen van dragers van culturele informatie of gaat het om overlast door drukte en lawaai?

Ook in dat laatste geval voel ik me niet aangesproken. De gondel veroorzaakt geen geluidsoverlast, geen drukte, geen uitlaatgassen. Misschien is het moeilijk om naar te kijken. Dan moet meneer Meijer maar even zijn ogen dichtdoen. Wel oppassen dat u intussen niet door een bierfiets wordt overreden!