Uitknijpen, vernederen en straffen is zinloos

Roekeloze debiteuren bestaan alleen dankzij roekeloze crediteuren. Eurolanden dienen daarom onvermijdelijke verliezen te aanvaarden, en het Griekse probleem op te lossen, stelt Bas Jacobs.

Pinnen in Athene, gistermiddag.
Pinnen in Athene, gistermiddag. Foto AFP, Aris Messinis

Na de mislukte eurogroep van afgelopen donderdag dreigt een financiële catastrofe in Griekenland. De ministers-president van de eurolanden houden maandag crisisberaad in Brussel. Intussen halen de Grieken massaal hun geld van de bank – de ECB heeft al gewaarschuwd dat de Griekse banken maandag wel eens niet open kunnen gaan.

Na het laatste aanbod van de zogenoemde Trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds) weigerden de Grieken hun lage btw-tarief te verhogen. Ook willen ze niet nog meer snijden in de pensioenen. Intussen bedraagt het verschil tussen de plannen van de Trojka en die van Griekenland nog slechts 2 miljard euro per jaar. Dat de strijdende partijen geen overeenstemming bereiken, betekent dat de politieke verhoudingen compleet zijn verziekt.

In 2010 werd duidelijk dat de Griekse overheid heeft gefraudeerd met de begrotingscijfers. Begrotingstekorten bleken geen 3,7 procent maar 12,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). IMF en eurolanden hebben vervolgens voor zo’n 240 miljard euro uitgeleend aan Griekenland. Dat moest dan wel gigantische bezuinigingen en hervormingen doorvoeren. Dit was een kapitale blunder, want Griekenland was vanaf dag één failliet.

Waarom is de Griekse staatsschuld niet direct gesaneerd? Omdat roekeloze crediteuren, de wankele Europese banken, dan direct in grote problemen zouden komen. Dat is de enige reden. Circa 80 procent van de noodleningen is gebruikt om de crediteuren van Griekenland te betalen. Vooral de banken zijn gered - niet de Grieken. Pas in 2012 werd een schuldherstructurering doorgevoerd van ongeveer 50 procent van het Griekse bbp, maar die kwam te laat en was te weinig.

Griekenland werd met een ongekend bezuinigingsprogramma gedwongen een gat te graven waar het nooit meer uitkwam. Het begrotingstekort werd op fenomenale wijze teruggedrongen van 15,2 procent in 2009 naar 0,8 procent van het bbp in 2015. Dat is zelden vertoond. Maar de prijs is ongekend hoog.

Sinds 2008 is het Griekse nationale inkomen meer dan een kwart gekrompen; de besteedbare inkomens daalden met meer dan 30 procent. De werkloosheid stond in 2014 op 27 procent, terwijl de jeugdwerkloosheid 58 procent bedroeg. Ondanks gigantische bezuinigingen en dito schuldsanering is de Griekse staatsschuld niet gedaald. Integendeel, die steeg van 109 procent in 2008 naar 173 procent van het bbp in 2015.

Dit bewijst het totale failliet van het door de Trojka opgelegde macro-economische beleid. De Griekse economie ligt in puin - en de Griekse overheidsschulden zijn nog steeds onhoudbaar.

Er waren terechte twijfels of de Grieken wel echt wilde hervormen. Inmiddels is het aantal werknemers bij de overheid een kwart gedaald. De gemiddelde effectieve pensioenleeftijd is verhoogd naar bijna 68 jaar. En het is makkelijker geworden om een bedrijf te starten. Maar de oogst aan structurele hervormingen is mager.

De Grieken verlangen schuldverlichting. Daar heeft het IMF jarenlang op gehamerd. Maar de eurolanden staan op nog grotere bezuinigingen en weigeren schulden te verlichten. De Grieken in hun diepe gat moeten stug doorgaan met graven.

‘Greccidents’ liggen op de loer: Griekenland zal zijn betalingen en afspraken (gedeeltelijk) niet nakomen terwijl het land wel in de euro blijft. Er is een bankrun gaande en de Griekse overheid zal snel kapitaalbeperkingen opleggen om de kapitaalvlucht te stoppen. Deze situatie kan een paar weken of enkele maanden duren.

Alleen de ECB kan een ‘Grexit’ forceren. Zodra de Griekse overheid haar obligaties niet aflost, komen Griekse banken – met veel staatsobligaties – in acute problemen. De ECB kan dan besluiten om banken geen leningen en noodsteun meer te geven. De ECB zal dit overigens nooit doen zonder politieke goedkeuring van de eurolanden.

De moeder aller crises wordt dan afgeroepen over Griekenland: het financiële stelstel stort ineen. Banken, overheid, huishoudens en bedrijven worden afgesneden van financiering. En Griekenland zal nog dieper in een depressie raken. De overheid zal de drachme weer invoeren om ambtenarensalarissen, pensioenen en andere uitgaven te betalen. Dan ontstaat een financieel-juridische chaos; worden financiële verplichtingen afgehandeld in euro of drachme? Een devaluatie zou Griekenland weliswaar concurrerend maken, maar zodra verplichtingen worden omgezet in drachme, zijn crediteuren direct een deel van hun bezit kwijt. Zij slaan op de vlucht.

Het Griekse nationale inkomen in euro zal fors dalen. Schulden die in euro staan, worden dan nog onhoudbaarder. Griekenland zal de leningen van de eurolanden, het IMF en de ECB niet aflossen. Dit gaat om ongeveer 3,5 procent van het bbp van de eurozone. Het verlies voor Nederland bedraagt 20 tot 25 miljard euro. Overigens zal een Grieks faillissement de private sector niet direct raken, want zo’n 80 procent van de Griekse staatsschuld is in handen van overheden.

Een Grexit maximaliseert de verliezen voor iedereen. Op iedere uitgeleende euro komt weinig tot niets meer terug. En de Griekse economie gaat nog verder naar de gallemiezen. Een gevaarlijk precedent wordt dan geschapen; de euro is niet langer onomkeerbaar.

Roekeloze debiteuren bestaan alleen dankzij roekeloze crediteuren. Eurolanden dienen daarom onvermijdelijke verliezen te aanvaarden. Schulden moeten worden verlicht door looptijdverlenging en lagere rentes. En economische groei moet terugkeren in Griekenland. Eurolanden moeten daarom hun bezuinigingsfixatie laten varen, als de Grieken hun politieke weerstanden tegen hervormingen opgeven.

Regeringsleiders hebben in collectieve waanzin de moraaltheologie van schuld en boete verheven tot de macro-economische politiek van de eurozone. Dit drijft Europa uiteen. We weten sinds het Verdrag van Versaille dat een land uitknijpen, straffen en vernederen zinloos is – dat leidt slechts tot politieke instabiliteit en onverdraagzaamheid.

Het zou armzalig en beschamend zijn als Europa niet in staat blijkt het Griekse probleem op te lossen.