Riviervarkens met lieve ogen sterven uit

De dolfijnen van de Yangtze-rivier zijn al verdwenen, de bruinvissen wacht hetzelfde lot. Chinese milieuactivisten – een nieuw verschijnsel – proberen hen over te brengen naar schoner water.

Foto Hollandse Hoogte

Wang Hou, Long Long, Jiji, Xiaoxiao, kom even te voorschijn.” Met een galmende tenorstem probeert milieuactivist Liu Zhuangzhi zijn ‘kinderen’ – de met uitsterven bedreigde bruinvissen – te verleiden uit het water van de Yangtze te springen. Hier, bij de stille Drakenkoningrots in een bocht van de ‘Lange Rivier’, zoals de Chinese naam luidt, jagen de grijs getinte bruinvissen al eeuwenlang op kleine vis, kreeften en garnalen.

„Vroeger zag ik ze elke dag, we keken niet eens op van hele scholen, tegenwoordig is het een bijzonder moment als wij ze zien springen”, zegt Liu, ambtenaar en partijfunctionaris in de nabij gelegen stad Erzhou. Hij staart hoopvol en bij voorbaat vertederd naar het snel stromende en kolkende water, maar er gebeurt niets. „Ze zeggen dat deze dieren de intelligentie hebben van een driejarige en geen stemmen kunnen horen, maar dat geloof ik niet.”

Van de twee belangrijkste zoogdiersoorten in deze rivier is er een inmiddels uitgestorven: de Yangtze-dolfijn. Alleen de fonteinwater spuitende beelden op de pleinen van miljoenenmetropool Wuhan, vijftig kilometer stroomopwaarts, herinneren nog aan zijn bestaan. De rugvinloze Indische bruinvis, een walvisachtige, die hier „woont” op 1.600 kilometer van de Oost-Chinese Zee, dreigt hetzelfde lot te ondergaan. De Yangtze, met zijn duizenden zijrivieren en meren, is een van de grootste ecosystemen ter wereld en na dertig jaar tomeloze groei ernstig vervuild, net als alle Chinese rivieren en meren. Vanaf de Drakenkoningrots zijn in de warme ochtendmist de oorzaken goed zichtbaar: de rivier is de afvalbuis van scheepswerven, steen- en cementfabrieken, energiecentrales en steden zover het oog reikt.

Walviskoningin

Maar de eerste schuchtere stappen zijn gezet om te voorkomen dat ook Yangtze-bruinvissen uitsterven. Sinds het centrale gezag in Beijing onlangs „de oorlog aan de milieuvervuiling” verklaarde, krijgen milieuactivisten als Liu Zhuangzhi en goedgekeurde non-gouvernementele organisaties als het keurige World Wide Fund for Nature (WWF) meer politieke ruimte om actie te voeren zonder dat de staatsveiligheid onmiddellijk op de stoep staat.

Milieuactivisme op zijn Chinees – een geheel nieuw fenomeen – is een kwestie van geduldig en subtiel manoeuvreren, waarbij harde politieke uitspraken over het systeem dat voor enorme vervuiling heeft gezorgd, contraproductief werken. Ook moet vermeden worden dat lokale overheden zich in het nauw gedreven voelen. Samenwerking met de overheid is cruciaal.

Milieuactivisten als Liu en zijn beste vriend Wu Yuhui, een hoge ambtenaar van de vleeswareninspectie, kennen hun collega-kameraden, want zij maken deel uit van hetzelfde politieke establishment. Ze weten de juiste toon te vinden en kennen de gevoeligheden.

Als wij staan te wachten totdat walviskoningin Wang Hou en haar zuster Long Long en de twee kinderen Jiji en Xiaoxiao zich laten zien, zegt Liu: „Het beschermen van de dolfijnen en de rivierbruinvissen, waarvan er nog ongeveer duizend zijn, is uiteindelijk een manier om onszelf te beschermen tegen de milieuvervuiling. Wij moeten in China een nieuwe balans vinden tussen economische ontwikkeling en welvaartsverhoging en milieubescherming. Wij moeten onze economische ontwikkeling anders inrichten en de oude productiewijze stoppen. Het is allemaal een kwestie van beter plannen en de industriële wildgroei stoppen.”

Als ik vraag waarom hij persoonlijk zo begaan is met het lot van deze zoogdieren antwoordt hij dromerig: „De boeren en de vissers hier noemen deze dieren riviervarkens, maar persoonlijk vind ik ze heel erg mooi, zij hebben zulke lieve ogen en zij kunnen lachen. En ik geloof echt dat zij de geesten van de rivier zijn.” >>

>> Samen met zijn vriend Wu Yuhui leidt amateurfotograaf Liu de honderden vrijwilligers die hier iedere dag het vuilnis uit de Yangtze vissen en ervoor zorgen dat illegale vissers de bruinvissen met rust laten. Wu: „Ik kom hier ook graag voor mijn rust, want je hoort hier alleen maar het geruis van de wind en het geritsel van boombladen. Ik kan hier ook beter denken dan in de stad.”

Liu en Wu vertellen dat zij campagne voeren voor de aanleg van waterzuiveringsinstallaties en er ook op toezien dat bedrijven die illegaal en ongezuiverd lozen worden aangepakt. Daarbij komt het goed van pas dat zij partijfunctionarissen zijn. Scholieren krijgen van de twee Chinese ‘groenen’ en hun vrijwilligersteams les over milieubewust leven.

Of daarmee de Yangtze-bruinvis gered kan worden, is hoogst twijfelachtig. In het speciale onderzoeksaquarium van het Instituut voor Hydrobiologie in Wuhan zegt zoogdierkundige professor Wang Ding dat er bijzondere maatregelen genomen moeten worden. „Het is waar, er is sprake van een keerpunt in het denken over het milieu in China; iedereen weet hoe ernstig water, grond en lucht vervuild zijn. Maar voor de bruinvissen is dat misschien te laat. We kunnen er de eerste 30, 40 jaar niet op rekenen dat de Yangtze weer een natuurlijke rivier zal worden; er is zoveel menselijke activiteit en het gaat om zulke gecompliceerde bestuurlijke en economische kwesties dat we daar niet op moeten hopen”, zegt Wang Ding.

Bruinvissen verplaatsen

Wang Ding is samen met het WWF de belangrijkste auteur van een plan om de Yangtze-bruinvissen te verplaatsen van de meest vervuilde meren en riviertrajecten naar relatief schonere reservaten, zoals inmiddels afgesloten meren of de boven de metropool Wuhan gelegen bochten in de rivier. Krachtige stroming, scholen kleine vis en zandbanken vormen in schonere delen ook een natuurlijke habitat voor de ‘riviervarkens’.

„Het uitsterven van de Yangtze-dolfijn heb ik ervaren als een grote ramp en een persoonlijke nederlaag. Deze strijd wil ik niet verliezen”, zegt de in de VS opgeleide hoogleraar. Eind maart zijn de eerste acht zoogdieren verplaatst van het zwaar vervuilde Pongyang Meer naar de Hewangmiao-bocht stroomopwaarts. Het plan is om deze zomer opnieuw een aantal van de bruinvissen te vangen en te verplaatsen.

„Op die manier kunnen wij het proces van uitsterven in ieder geval vertragen”, hoopt Wang Ding terwijl hij een roze bal in het aquarium gooit waarin zes lichtgrijze gestaltes elegant rond elkaar cirkelen. Ook hij heeft de bruinvissen namen gegeven. Als hij ze roept, steken zij nieuwsgierig hun ronde neuzen boven water uit, zwaar ademend. Maar het kan ook zijn dat zij met hun fijn afgestelde sonar het gerammel hebben gehoord van de emmers met vis die opzichter Wang Chaoqun komt aandragen. Hij heeft nog natte haren, want hij heeft de hele middag op de bodem van het aquarium algen weggeschrobd.

Professor Wang Ding werkt aan een plan om het reusachtige reservoir dat is ontstaan door de aanleg van de Drieklovendam, 300 kilometer stroomopwaarts, in te richten als een nieuwe habitat voor de zoogdieren.

„Dat zou de beste plaats zijn, want die is minder vervuild, er is veel vis en matige stroming. Maar het valt niet mee om daar toestemming voor te krijgen, want er zijn behalve de nationale overheid drie provincies en de Drieklovendam-autoriteiten bij betrokken. Helaas gaat de uitvoering van dat plan dus nog jaren duren.”

Snuivend als een tochtige koe springt een van de Yangtze-bruinvissen tegen professor Wang Ding aan, die op de rand van het aquarium zit. De professor aait hem over zijn stompe kop: „Dat is Hong Long, een van de weinige mannetjes in het aquarium. We hebben hem hard nodig om zijn ras voor uitsterven te behouden. Zet ’m op, makker.” <<