Op pad met deSolo’s

‘Solo’ is een camperclub voor alleenstaanden. Iedereen reist in zijn eigen camper, maar toch samen. „We gaan ervan uit dat het hier geen datingsite is." tekst Joke Mat foto's David van Dam

Niet zonder trots laat Maggie de Jong (68) haar „tweede huis” zien. Het is een zeven meter lange Laika, ‘winterhard’, dat wil zeggen warm te houden tot 20 graden onder nul. De keukenkastjes hebben frontjes in de kleur van kersenhout. De zithoek kan worden uitgebreid met de draaibare autostoelen voorin. Een tv’tje is weggewerkt achter schuifdeurtjes. Er is ook een douche.

Maggie de Jong, lachrimpels, zachte stem, een en al stille vrolijkheid, had „nog geen meter” zelf gereden toen haar man vijf jaar geleden overleed. Nu draait ze haar hand niet meer om voor de Trollstigen, een weg in Noorwegen met elf haarspeldbochten. Ze heeft vorig jaar zelfs haar groot rijbewijs gehaald.

Tientallen campers staan deze week bij elkaar op camping Marveld in Groenlo, zo’n 200 in totaal. Hun eigenaars zijn aangesloten bij NKC Solo, een club van alleengaanden met een camper. Het gaat van busjes met ingebouwd minikeukenblok tot de nieuwste modellen met alle comfort. Zij aan zij staan ze op de veldjes van vak S, de neuzen naar elkaar toe. Het middenveld is leeg. Naast veel campers staat, bij droog weer, één stoel. Erachter één fiets.

Iedereen in zijn eigen camper op pad – het lijkt een toppunt van individualisme. Maar Solo is volgens de eigen website „een grote, warme familie”. De club begon in 1995 met negen leden, na een oproep van twee weduwen in de Kampeerauto, het tijdschrift van NKC, Europa’s grootste camperclub. Nu telt Solo 513 leden van 47 tot 89 jaar. Jaarlijks komen er zo’n honderd bij. Het zijn weduwen en weduwnaars, mensen die gescheiden zijn, mensen die gewoon geen partner hebben.

Niet in colonne

Margriet Bijker (69) reisde twee jaar geleden met vier andere ‘Solo’s’ naar de Russische grens in Noorwegen. Tienduizend kilometer in zeven weken. Lu Wieringa (83) is net terug van een reis door Italië met zeventien Solo’s. Ze reden in groepjes van twee of drie, vertelt hij, niet in colonne. >> >> De club is voor hem een „totaal nieuw netwerk van vrienden en bekenden”. „Het voordeel van Solo is dat de tranen rustig mogen komen.”

Rina Roelfs (66), lid sinds een jaar of vier, staat nu tot haar verbazing op het soort megacamping dat ze vroeger altijd meed. Ze meldde zich aan toen na de dood van haar man ook haar reisvriendin moest afhaken. „Het is best moeilijk om iemand te vinden met wie je het in zo’n camper zes weken uithoudt.” Ze is iemand die het liefst in haar eentje gaat fietsen. Dat vindt hier niemand raar.

„Ik ben ook niet van de groepen”, zegt Madeleine de Morree-Petersen (61) uit Leidschendam. „Mijn man en ik gingen altijd op het kleinste campinkje in het verste hoekje staan. In mijn eentje durf ik dat gewoon niet, dan voel ik me niet veilig.” Het massale valt hier mee, vindt ze. „Het splitst zich wel op. Je ontmoet vanzelf mensen met dezelfde interessen.”

In de namiddag is er een introductie voor nieuwe leden. Ze zijn te herkennen aan een wit naamkaartje met voor- en achternaam. Mensen die langer lid zijn dragen een button aan een sleutelkoord met alleen hun voornaam. Het dragen van de naambordjes is verplicht.

Het is warm. Enkele tientallen nieuwkomers planten hun meegebrachte eigen stoel naast de witte Solotent, in de schaduw van het groen tussen twee veldjes. Er zijn zoutjes, blikjes bier, wijn in plastic steeltjesglazen. Ze krijgen een warm welkom van enkele sleutelfiguren van de club – en een korte inburgeringscursus.

„Als je een groepje koffie ziet drinken, schaam je dan niet om je stoel ertussen te drukken”, zegt Tiny, een van de ‘contactpersonen’. „Als ik alleen een boek zit te lezen, zit ik alleen een boek te lezen. Maar als ik gezellig met iemand zit te praten: Kom erbij! En neem wat lekkers mee!” Misschien ontstaat wel het plan om samen te eten, vervolgt ze. „De een heeft soep, de ander aardappelen, de derde doet gehaktballen in de pan. En de vierde heeft pech, die moet afwassen.”

„Mijn camper heeft een vaatwasser!”, roept een bruin verbrande man in bermuda.

‘Regiocoördinator’ Jan Boerma, met snor en sikje, vertelt de nieuwelingen hoe ze aan reisgenoten kunnen komen. Per regio zijn er maandelijks koffieochtenden. Op de evenementen, drie keer per jaar, is er een ‘reisplein’ waar je kunt aangeven wat je reiswensen zijn. Daarvan worden lijsten rondgestuurd. De match moeten de leden zelf maken. „We zijn geen reisbureau”, zegt Boerma. „Je moet elkaar zelf bij elkaar zoeken.”

Uit de bosjes komen een man en een vrouw met een stoel en een mok. „Is hier het koffiepunt, nee hè?”, zegt de vrouw. Ze lopen verder. Dat waren Solo’s die binnen de club een relatie hebben gekregen, vertelt Boerma. Daar wil hij nog wel even wat meer over zeggen. „We gaan ervan uit dat het hier geen datingsite is. Als het gebeurt gebeurt het, dan zijn we alleen maar blij. Maar je hoeft hier niet rond te lopen en de renstallen te bekijken.”

„Als dat zo was, was ik niet gekomen”, reageert een van de nieuwkomers, aan de rode wijn. „Ik laat me niet koppelen.”

Nieuw lid Gerard Ameling (76), witte snor, op crocs, blijkt niet helemaal >> >> gloednieuw. Hij leerde na de dood van zijn vrouw via Solo iemand kennen met wie hij korte tijd heeft samengewoond. „Dat was even een brug te ver.” Nu mengt hij zich weer tussen de nieuwe leden. Hoe het werkt weet hij allang. Afgelopen winter heeft hij met vier Solo’s overwinterd in een stadje bij Benidorm. Eigenlijk wilden ze verder trekken door Spanje, maar een van hen werd ziek en moest worden opgenomen. Uit solidariteit bleef de rest toen maar in de buurt.

Vrouwen aan het stuur

Camperaars zijn van nature traditioneel, zegt Margriet Bijker: „Zij pakt in, hij rijdt.” Maar bij Solo besturen vrouwen de grootste campers. Als hun man wegvalt, kruipen de vrouwen alsnog achter het stuur.

De club is een matriarchaat. Vrouwelijke leden zijn in de meerderheid – met 296 tegen 217. Al twintig jaar is de leiding in handen van sterke, hartelijke, sfeerbepalende vrouwen, die zich geen bestuurder noemen maar vrijwilliger of organisator. Iedereen die zich aanmeldt krijgt als eerste Joke Patutschnick (72) aan de lijn, die de club vijf jaar heeft gerund samen met Bijker – dit jaar dragen ze het over. Patutschnick doet de „eerste opvang” en schakelt een ‘regiocontactpersoon’ in. Die belt de nieuweling nog eens op, gaat eens langs, nodigt hem of haar uit voor de koffieochtend. Zo wordt iemand met zachte hand de club binnen geloodst.

De meest zichtbare mannen in de organisatie zijn de ‘plaatsers’, die nieuw aangekomen campers op de fiets voorgaan naar hun standplaats. Ze dragen een fluorescerend hesje en heten Piet, Jos, Arie, Rein, Karel en Henk. Er is geen vrije plaatskeuze, nieuwkomers en oudgedienden staan kriskras door elkaar. Rein is ook de technische man, voor problemen met gas- en wateraansluiting of zonnepaneel. En hij kan noodstroom verzorgen als de stroom uitvalt.

De club groeit hard. Evenementen worden zó druk bezocht dat gedacht wordt over een maximum aantal deelnemers (250). Toch zijn er ook elk jaar opzeggingen. Wegens overlijden, ‘relatie’ of financiële problemen. Dan kunnen mensen de diesel niet meer betalen voor een reis naar de andere kant van het land. Van de veertien opzeggers dit jaar gaf de helft dat op als reden. De anderen hadden een relatie gekregen.

Wegenwacht

Zonsondergang. Hier en daar hangt een theedoek over een zijspiegel te drogen. Uit een groene camper komt zacht gepiep van een hond. In de tent vloeit de wijn rijkelijk uit pakken met een kraantje. Vaste dj Harm draait ‘Dreadlock Holiday’. Volgens hem wordt op deze avonden wel geflirt maar „zonder bijbedoelingen”. Leden zitten in groepjes geanimeerd te praten. Een man schiet een vrouw aan. „Je bent boos omdat ik vorige keer niet met je heb gedanst!” Eén vrouw zegt dat ze de sfeer op een vorig evenement toch een beetje die van een datingclub vond. „Naast mij stond een vrouw die pas drie maanden weduwe was. Had meteen een man aan de haak. Nu staan ze bij de ‘Solexen’.”

‘Solex’ is de clubnaam voor ex-Solo’s die een stel zijn geworden. Zij blijven welkom, maar alleen als ze ieder in hun eigen camper komen.

„Niet anderen de ogen uitsteken”, zegt Maggie de Jong.

„Niet hand in hand lopen”, zegt Margriet Bijker. Omdat Solo twintig jaar bestaat, is voor deze week een uitzondering gemaakt en mogen de stellen voor één keer een camper delen. Wel staan ze bij elkaar op een apart veldje.

Daar zit Maggie de Jong de volgende ochtend aan het ontbijt – crackers, jam, pindakaas, pot thee. Zij leerde vier jaar geleden Frans van der Heijden (66) kennen bij de club. Met vijf andere Solo’s vatten ze het plan op naar Noorwegen te gaan, maar eerst hielden ze een proefweek aan de Moezel. Frans: „Als het niet klikt, dan heb je een groot probleem.”

Aan de Moezel liet Frans het boek dat zijn dochter had gemaakt over zijn overleden vrouw zien aan de anderen. „We hebben met zijn zevenen zitten janken”, zegt hij, nog steeds geroerd. „Dát heeft ons drie weken door Noorwegen gesleurd. Zeven mensen die dat gemis konden delen, zonder eigen familie erbij.”

Frans, voormalig wegenwacht, en Maggie, ex-kioskhouder, kregen in Noorwegen een relatie. „Ze wandelt graag, is lekker op tijd uit bed, heeft dezelfde ideeën – je kunt dat niet tegenhouden”, zegt Frans. Samen verwerkten ze het verlies van hun partners. „We praten over Cor en Toos alsof ze er nog zijn.”

Hij woont in Bergeijk, zij in Groesbeek, ze hebben een latrelatie met honderd kilometer ertussen. Maar zo’n drie, vier maanden per jaar zijn ze in Maggies camper op reis.

Wie er dan rijdt? Frans: „Zij meestal ’s middags. Dan kan ik even inkakken.” <<