Op de universiteit spreekt iedereen nu globish

Nederlandse universiteiten zijn massaal aan het verengelsen. Ad Verbrugge heeft kritiek op de ondoordachte en haast totalitaire manier waarop dit gebeurt.

Foto Dolph Cantrijn/Hollandse Hoogte
Foto Dolph Cantrijn/Hollandse Hoogte

Laatst was ik op Tilburg University waar ik zitting mocht nemen in een paneldiscussie over de onrust aan de Nederlandse universiteiten. Op de gevel van het gebouw waar ik die middag moest zijn prijkten de letters ‘Dante Building’. Binnen hingen er bordjes met ‘Ground Floor’, ‘Lecture Hall’, et cetera. Op de Vrije Universiteit te Amsterdam staat bovenaan die bordjes ook nog eens ‘you are at’– alsof je zo’n bordje ooit zou kunnen lezen zonder je op die plaats te bevinden.

Deze bordjes zijn daarom vooral ook een statement. Men wil ermee laten zien dat alles op deze universiteiten is gericht op de internationale wereld van de wetenschap: je hoeft je hier echt geen zorgen te maken dat je je ook maar enigszins zou moeten verdiepen in de nationale taal of cultuur. Ook de paneldiscussie vond plaats in het Engels. Gezien de Nederlandse achtergrond van de deelnemers was Nederengels het hoogst haalbare – zeker ook voor mijzelf trouwens. Dit is een illustratie van de stille revolutie die zich momenteel voltrekt op onze universiteiten. Die zijn namelijk en masse aan het verengelsen. Maar hoewel dit een grote weerslag heeft op de praktijk van onderzoek en onderwijs vindt er vrijwel geen discussie over plaats. Hoe is dat mogelijk?

Engels ten koste van alles

Door de sterke technisch-economische horizon van ons hoger onderwijs is de universiteit uit het oog verloren dat haar maatschappelijke taak van oudsher bestaat in het bewaren en doorgeven van cultuur.

Ik ben niet tegen het gebruik van Engels op onze universiteiten of hogescholen. Integendeel, daar zijn soms heel goede redenen voor. Waar ik mij tegen keer is de ondoordachte en soms zelfs totalitaire manier waarop het Engels momenteel wordt doorgevoerd in ons hoger onderwijs, ten koste van de onderwijskwaliteit, ten koste van de taalrijkdom van studenten, ten koste van een meer diverse oriëntatie op taal en cultuur, kortom, ten koste van Bildung.

Het gaat me niet zozeer om het Engels als zodanig. Ook de Engelse taal wordt nu namelijk niet gecultiveerd, waardoor zij meestal de vorm aanneemt van globish – een uitgeklede vorm van Engels dat bestaat uit zo’n vijftienhonderd woorden met een simpele grammatica. Dit globish is de lingua franca van de globalisering die zich bij uitstek leent voor het internationale handelsverkeer en voor de informatie-uitwisseling in wetenschap en techniek waarin talige rijkdom, eigen stijl, gelaagdheid en nuances geen rol van betekenis spelen.

Om een taal werkelijk goed te leren spreken en schrijven moet je in een taalvaardige en taalrijke omgeving verkeren waarin je goede voorbeelden hebt. Je moet worden gestimuleerd en gecorrigeerd en je moet (spelenderwijs) oefenen om woorden en uitdrukkingen goed te gebruiken.

De taalbeheersing Nederlands laat bij veel aankomende studenten helaas te wensen over, zeker bij nogal wat allochtonen. De Vrije Universiteit neemt daarom taaltoetsen af. Slagen betekent echter niet dat je in staat bent om heldere uiteenzettingen te geven. Je hebt een minimale basis, maar meer ook niet.

Over stijlfiguren zal ik het maar niet hebben

Ben je eenmaal op de universiteit, dan wordt er bij de meeste studies nauwelijks nog serieuze aandacht besteed aan taalbeheersing. Er is weinig oefening in schrijven en bij grote studies als bedrijfskunde bestaan de tentamens hoofdzakelijk uit meerkeuzevragen. Het zorgvuldig lezen en interpreteren van teksten, het onderscheiden van hoofd- en bijzaken, het formuleren van goed lopende zinnenmet de juiste woorden, het logisch opbouwen van een alinea en het goed structureren van een betoog – het zijn allemaal elementaire vaardigheden die in veel studies nauwelijks nog aandacht krijgen. Over toon, het gebruik van voorbeelden, metaforen en stijlfiguren, het aansprekend formuleren en andere retorische kwaliteiten zal ik het maar niet hebben.

Een veelgehoord argument voor de verengelsing van het hoger onderwijs is dat de wetenschap internationaler wordt. De meeste studenten gaan echter helemaal niet werken in de wetenschap, maar komen terecht in het bedrijfsleven, het onderwijs of bij de overheid. Het is nog maar de vraag in welke mate zij Engels in hun werkpraktijk nodig hebben; bij goed Nederlands zouden ze vaak meer gebaat zijn. Kennis van Duits kan bijvoorbeeld ook heel handig zijn.

Universitaire bestuurders lijken te vergeten dat in het openbaar bestuur, de rechtspraak, de medische wereld, de media enzovoorts een goede beheersing van het Nederlands van cruciaal belang is.

De Vereniging van Universiteiten stelt in haar recent verschenen toekomstvisie onderwijs, getiteld Goedemorgen Professor! dat de vorming van studenten tot ‘kritische burgers’ en het contact met de samenleving van groot belang zijn. Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar het laat zich moeilijk rijmen met de volledige verengelsing van onderwijsprogramma’s. Onze publieke ruimte is Nederlandstalig: het journaal, de praatprogramma’s op radio en televisie, de artikelen in de krant, de politieke debatten in de Kamer enzovoorts.

De uni moet een ontmoetingsplaats zijn

Een universiteit die werkelijk diversiteit en academisch burgerschap nastreeft, kan dus niet onder het mom van globalisering het globish tot haar enige voertaal maken, maar moet juist een ontmoetingsplaats zijn waar verschillende talen, culturen en wetenschapstradities elkaar kunnen verrijken.

Ook met het oog op de integratie van onze allochtone medelander is een dergelijke meertalige Bildungsagenda aan onze universiteiten gewenst. Ik ken net iets te veel wetenschappers die al jaren in Nederland wonen, maar geen idee hebben wat er om hen heen gebeurt. Ze voelen ook niet de noodzaak om Nederlands te leren, want de universiteit zelf vindt Engels veel belangrijker.

Maar als we zelfs in een van de belangrijkste instellingen van onze hoogcultuur niet meer trots zijn op onze eigen taal en die respectvol behandelen, welk vormingsideaal hebben we dan nog over om in te integreren? En dan ligt ook het populistische verwijt voor de hand dat de universitaire elite vooral met zichzelf bezig is en ondertussen de Nederlandse cultuur verkwanselt.