Nederland langer in Mali, dat snel onveiliger wordt

Ondanks de VN-missie die Mali moet stabiliseren, neemt het geweld er onrustbarend toe.

Militairen in het kamp Castor, oktober 2014, verblijfplaats van de Nederlandse VN’ers in de Malinese stad Gao.
Militairen in het kamp Castor, oktober 2014, verblijfplaats van de Nederlandse VN’ers in de Malinese stad Gao. Foto Hille Hillinga

De 450 Nederlandse blauwhelmen en de andere buitenlandse militairen van de VN-vredesmissie in Mali krijgen het steeds moeilijker. Volgens de Verenigde Naties (VN) is sprake van een „onrustbarende toename van geweld” van Toearegrebellen, islamitische extremisten en bandieten in het noorden van het land. Tegelijkertijd verspreidt de onrust zich naar het tot dusver kalme zuiden en toont de regering in de hoofdstad Bamako steeds minder daadkracht.

Sinds de VN-missie in 2013 begon, zijn bijna vijftig blauwhelmen om het leven gekomen. Dat is het hoogste aantal dodelijke slachtoffers in meer dan twintig jaar, sinds de desastreuze operatie in Somalië in 1993.

In deze omstandigheden heeft het kabinet vrijdag besloten de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie Minusma te verlengen tot eind 2016. Aan de Tweede Kamer schrijven de ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Hennis-Plasschaert (Defensie) dat de Nederlandse blauwhelmen met het vergaren van inlichtingen „een cruciale bijdrage” leveren.

Dat het geweld zich naar het zuiden verspreidt, blijkt uit recente aanslagen. In maart werd Bamako opgeschrikt door een terreuraanslag op een restaurant annex nachtclub waar veel buitenlanders komen. Eind vorige maand werden in de hoofdstad voor het eerst twee aanslagen uitgevoerd op VN-militairen.

In het noorden werd in mei bij de stad Timboektoe een mijn tot ontploffing gebracht toen een konvooi passeerde van generaal Michael Anker Lollesgaard, de Deense bevelhebber van Minusma. En gisteren kwam een VN-konvooi bij de stad Gao onder vuur te liggen.

Ook de Nederlandse blauwhelmen hebben ervaren hoe ingewikkeld de verhoudingen in Mali liggen. In januari werden de Nederlanders geconfronteerd met de onderlinge machtsstrijd binnen de Toeareg-gemeenschap in het noorden, toen een van de milities een belangrijke stad wilden innemen. Namens de VN voerden Nederlandse Apaches een luchtaanval uit, waarna er een storm van protest opstak. Bij een demonstratie van boze burgers bij de basis van Minusma in Gao openden Rwandese blauwhelmen het vuur, waardoor drie demonstranten werden gedood.

Begin 2013 reageerde de Malinese bevolking nog enthousiast toen een Franse interventiemacht de opmars van islamitische extremisten in het noorden tot staan bracht. Ook de blauwhelmen, die een deel van de Franse taken overnamen, konden aanvankelijk op bijval rekenen.

Maar de liefde lijkt bekoeld. De regering heeft zware kritiek geuit, in de media werd een haatcampagne tegen Minusma gevoerd, en ook burgers tonen zich teleurgesteld. „Waarom treden de VN niet harder op tegen de verdomde Toearegs, het lijkt wel of de VN hun een hand boven het hoofd houden”, moppert Claude Konte, een verkoper van telefoonkaarten in de drukke straten van Bamako waar VN-auto’s zich door het drukke verkeer dringen.

Veel van die kritiek is terug te voeren op het falen van de Malinese overheid en het regeringsleger zelf. Van verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het land is geen sprake, terwijl dat bij het aantreden in september 2013 van president Ibrahim Boubacar Keita als zijn belangrijkste opdracht werd gezien. „De fragmentatie van de bevolking kan een van de grootste tragedies worden” in Mali, staat in een recent rapport aan de Veiligheidsraad.

De stemming in het zwaar beveiligde hotel l’Amité (Vriendschap), waar Minusma zijn hoofdkwartier in Bamako heeft ondergebracht, is dan ook bepaald niet optimistisch. Met een falende overheid is het vrijwel onmogelijk om de veelheid aan problemen in Mali effectief aan te pakken. „Het noorden is zeer gevaarlijk en daarom is het moeilijk om er acties te ondernemen tegen het gewelddadige extremisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en bandieten. Zo wordt de campagne om stabiliteit te vestigen bedreigd”, aldus de rapportage aan de Veiligheidsraad.

Bijkomend probleem, aldus commandant Lollesgaard: niet alle blauwhelmen zijn voldoende opgeleid en ook op het gebied van inlichtingenverzameling zijn verbeteringen nodig.