Opinie

Het asielzoekerscentrum

In de buurt van Winkelcentrum Velperbroek in Velp, waar mijn moeder tot aan haar dood wel trouw haar boodschappen zal blijven doen, zat sinds kort een asielzoekerscentrum, waarvan je bewoners wel eens zag lopen met plastic tasjes van Action. Er was er ook al een gesignaleerd met een vishengel bij de vijvers aan de Kennedylaan, de tuinman die het me vertelde zei erbij dat hij dacht dat de asielzoeker honger had.

Mijn moeder vroeg zich af waarom de asielzoekers op de fietspaden wandelden en niet op de stoep. Omdat ze niet goed was in uitwijkmanoeuvres was ze uit voorzorg maar midden op de weg gaan fietsen.

Een buurvrouw kwam verslag doen van de open dag die een paar dagen eerder in het asielzoekerscentrum was georganiseerd. Ze was er geweest met de kleinkinderen. Achter het gebouw waren een springkussen en een springkasteel neergelegd waarop door het slechte weer helaas niet veel was gesprongen. Er waren ook popcorn en suikerspinnen voor de buurtbewoners en de meeste asielzoekers spraken tot haar verbazing goed Engels. Ze vond het zielig voor de asielzoekers dat ze hun land hadden moeten verlaten. Ik vond het vooral zielig dat ze juist in Velp waren geland, in een gebouw waar je met z’n tienen een douche en met 25 een wasmachine moest delen. En waar het voorlichtingsapparaat van de gemeente Rheden naar buiten toe vooral communiceerde hoe karig de omstandigheden er waren. De gedachte was dat de buurtbewoners vooral niet moesten denken dat ze daar, in dat gebouw aan de Broekstraat, leefden in extreme luxe.

De buurvrouw vertelde dat ze alles had gezien. De slaapvertrekken, de keuken en het klaslokaal waar de asielzoekers met een computer contact konden leggen met het thuisfront. En dat de asielzoekers ook taarten voor de buurtbewoners hadden gebakken en dat ze muziek hadden gemaakt.

„Met trommels.”

Bij het weggaan vergat ze een papier van de gemeente waarop precies stond geïnventariseerd welke spullen aan de asielzoekers ter beschikking waren gesteld. Typisch Velps vond ik dat er voor de zekerheid bij stond waarvoor je ze kon gebruiken.

‘Een stoel waarop hij/zij kan zitten.’

‘Een locker waarin hij/zij haar spullen kwijt kan.’

‘Een half aanrechtkastje waarin eventuele kookspullen bewaard kunnen worden.’

‘Een bed waarin hij/zij kan slapen.’

Mijn moeder: „En dan snap ik niet dat ze niet even zeggen: dat is een stoep en daar moet je op lopen.”