Lenzen in de darmen

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Lafheid, verraad, diplomatieke spelletjes en machtspolitiek blijven de trefwoorden in verhalen over de oorlogen die een einde aan Joegoslavië maakten. Twintig jaar na de val van Srebrenica is journalist en schrijver Frank Westerman opnieuw naar de Balkan gereisd om drie gedenkplaatsen te bezoeken. ‘Hoe worden de gruweldaden van de vorige generatie(s) herdacht? Wie of wat wordt er herdacht? Door wie?’ De slag om Srebrenica [1] is op zichzelf een vorm van herdenken.

Het actuele slotdeel, ‘De naschok’, vormt niet de hoofdmoot van het boek. Het bevat voornamelijk gerecyclede stukken die Westerman in 1994 en 1997 over de Balkan publiceerde. De tijd heeft de waarde van deze reportages niet aangetast: niemand mag met de rug naar de geschiedenis gaan staan. Temeer omdat het ministerie van Defensie en de toenmalige bevelhebber van de landmacht Couzy de eerste maanden na de val van Srebrenica een hardnekkig doofpotbeleid hebben gevoerd.

Als verslaggever van NRC Handelsblad kreeg Westerman te maken met de Justitiële Dienst van de marechaussee die de opgelopen imagoschade van de Nederlandse strijdkrachten moest beperken. Zijn telefoon- en faxverkeer werd in kaart gebracht omdat hij informatie verspreidde die ‘schadelijk kon zijn’ voor Defensie. Ook zo’n detail is om razend van te worden.

Hoe passen mensen die uit een oorlog komen zich aan? De vraag die Westerman in zijn naschrift bij Srebrenica stelt, hield uiteraard ook veel schrijvers na de Tweede Wereldoorlog bezig. De laatste dag [2], door de buiten Italië nagenoeg onbekende Beppe Fenoglio, gaat over het dilemma van jonge ex-partizanen die na het bestaan in de antifascistische ondergrondse hun draai niet kunnen vinden en in de criminaliteit terecht komen.

De hoofdpersoon Ettore, eerder antiheld dan held, moet niets hebben van herdenkingen. De enige les die hij geleerd heeft: ‘Je moet niet onder de grond terechtkomen. Onder geen beding. En ook niet in het gevang.’ Fenoglio (1922-1963), zelf een oud-partizaan, hanteert een doeltreffende, bijna kale stijl, die zoals de vertalers terecht opmerken in een nawoord, doet denken aan die van Hemingway. Dit geldt vooral voor de schurende dialogen. De auteur heeft pas na zijn vroege dood erkenning gekregen als één van de belangrijke figuren van de naoorlogse Italiaanse literatuur. De laatste dag werd aanvankelijk, begin jaren vijftig, door uitgeverij Einaudi geweigerd, maar is na de postume verschijning ervan geprezen als een waar juweeltje.

Heerlijk om na al dit zwaars de vederlichte en met fijnzinnige, vaak geestige eigen tekeningen geïllustreerde bundel van Iris Le Rütte door te bladeren. Le Rütte (1960) is bekender als beeldend kunstenaar dan als dichter. Ze maakte onder meer Fata Morgana, drie monumentale bronzen dromedarissen langs de spoorbaan bij de Amsterdamse Wibautstraat. In Ik dicht je bij me [3], haar eerste bundel, ontbreken de dromedarissen. Wel duiken hun plantaardige oren op in het gedicht ‘Zonneblind’: ‘Water staart in water. De dingen/ die achterbleven verwaaien in/ duingras en dromedarisoren. / Ik bezit niets meer/ dan een enkele gedachte/ aan iemand die ik/ niet ben.’

Na een kort nachtje vreugdeloze seks met een slecht Engels sprekende Hongaarse acteur in een naargeestig hotel, wil de vrouwelijke ik-persoon in het verhaal ‘Min zes’ snel weg, omdat ze moet werken. Ze wankelt en struikelt de hotelkamer uit: ze ziet bijna niets. Voor hij in slaap viel, heeft haar dronken minnaar een ferme slok genomen uit het glas waar zij haar contactlenzen in bewaarde. ‘Mijn lenzen zitten in zijn darmen.’

Een wat melig verhaaltje eigenlijk, maar onder de handen Sanneke van Hassel (1971) wordt het een gruwelstory over het desolate gevoel na een mislukte one night stand.

Uit de vier bundels korte verhalen die deze alom bejubelde Rotterdamse schrijfster sinds 2005 publiceerde, koos haar collega-auteur Jan van Mersbergen er 27 uit voor de verzamelbundel De ochtenden [4], voorzien van een inleiding waarin hij zijn selectie motiveert. Ook alle verhalen leidt hij kort in. Totaal overbodig, maar ieder excuus om het virtuoze proza van Van Hassel te bundelen is goed. Vrouwen die zwanger zijn kunnen het verhaal ‘Parel’ uit haar debuut IJsregen maar beter overslaan.

    • Elsbeth Etty