Hoe misérable wordt dit?

Joop van den Ende verkoopt zijn musicalbedrijf Stage Entertainment aan investeringsmaatschappij CVC. Dat werd gisteren bekend.

Wat staat hem te wachten?

Joop van den Ende flikt het een tweede keer. Nadat hij samen met John de Mol in 2000 televisieproductiebedrijf Endemol voor 2,6 miljard euro aan het Spaanse Télefónica verkocht, kondigde de serial entrepreneur gisteren aan dat zijn musicalbedrijf een nieuwe eigenaar krijgt.

Private equityfirma CVC koopt zestig procent van de aandelen. Dat is opmerkelijk. De emotionele theaterliefhebber geeft zijn geesteskind uit handen aan kille rekenmeesters uit de wereld van de haute finance. Het overnamebedrag voor Stage Entertainment (omzet: ruim 500 miljoen euro) is volgens Van den Ende „substantieel”, maar hij zegt niet hoeveel de verkoop hem oplevert.

Het contrast tussen de oude en de nieuwe eigenaar is groot. Van den Ende is het theaterdier dat door het overweldigende succes in 1987 van zingende acteurs in kattenpakken in Cats de potentie inziet van Broadway-achtige musicals. Hij haalt Les Misérables en Phantom of the Opera naar Nederlandse theaters. In 1998 tilt hij de live entertainment-tak uit Endemol en richt Stage Entertainment op. Dat groeit uit tot een multinational met negentien theaters in zes landen. Vanwege zijn leeftijd, inmiddels 73, wil hij „realistisch zijn” en begint anderhalf jaar geleden de zoektocht naar een overnamekandidaat.

CVC Capital Partners is een van de grootste private-equityfirma’s ter wereld, in Nederland bekend als oud-eigenaar van C1000 en het vol schulden hangen van afvalverwerker Van Gansewinkel. Private-equitypartijen staan er niet overal goed op. Volgens voorstanders maken maken ze bedrijven efficiënter en helpen ze bedrijven te groeien. Volgens tegenstanders zijn het sprinkhanen en vreten ze bedrijven kaal.

Wat staat Stage te wachten onder CVC? Een puntsgewijze toekomstschets.

Hoge schulden? Nee dus

Een musicalbedrijf is geen voor de hand liggende prooi voor private-equityfirma’s. Die houden van bedrijven met voorspelbare, stabiele inkomstenstromen. Daaruit kunnen ze dan met gemak de rente en aflossing op hoge schulden betalen, waarmee zij hun overnames doorgaans financieren. Bij een musicalproducent zijn de inkomsten grillig. Jaren van winst en verlies wisselden zich ook bij Stage steeds af sinds 2005. Maar CVC durft de entertainment sector aan: het is eigenaar van het bedrijf achter de Formule 1 en had attractieparken in de portefeuille.

Dit alles zorgt voor een bijzondere constructie. CVC financiert de deal niet met een forse lening die bij Stage op de balans komt zoals private-equityfirma’s dat doorgaans doen. Van den Ende: „Dat was een voorwaarde van mij, en daarom zijn andere bedrijven afgehaakt.” In ruil daarvoor pompt hij een deel van de overnamesom terug in het bedrijf. Hoe, dat willen Stage en CVC niet toelichten.

Verkoop van theaters

Het eerste wat een private-equityfirma doorgaans doet is het vastgoed verkopen. Ze houden niet van geld dat vastzit in stenen. Een deel van de negentien theaters is eigen bezit. Die zal CVC vermoedelijk verkopen en voor een lange periode weer terughuren: de bekende sale-and-leasebackconstructie. Van den Ende zou ook al eens met die gedachte hebben gespeeld.

Weinig ruimte voor strippen

Strippen, het verkopen van bedrijfsonderdelen die geen kernactiviteit zijn, is gebruikelijk. Omdat Stage vorig jaar zelf al de ticketsales-tak verkocht, is er volgens ingewijden geen zeer voor de hand liggend bedrijfsonderdeel om te verkopen. Of het moet Holiday on Ice zijn. Een ingewijde: „Dat is nooit een hele succesvolle acquisitie geweest. Stage heeft daar altijd marginaal op verdiend of verloren.”

Snijden in de kosten. Welke?

Over Van den Ende wordt gezegd dat hij ook wel eens een niet zakelijke beslissing nam en een decortje nog een beetje mooier en duurder maakte of de cast nog iets uitbreidde. Maar het beeld dat Stage inefficiënt gerund wordt, herkennen betrokkenen niet. „Joop is in de loop der jaren ook zuiniger geworden.”

Ook zou CVC niet aan creatieve knoppen mogen gaan draaien. Van den Ende: „Ze gaan niet over hoe er gedanst moet worden.”

Opknappen en doorverkopen

Meestal houdt een private equity-firma een investering vijf tot zeven jaar vast voordat die wordt doorverkocht. Van den Ende noemt geen termijn voor de investering van CVC, maar maakt duidelijk dat hij Stage nu niet wilde op laten gaan in een strategische grootmacht als Disney.

Internationale expansie

De grote drijfveer achter de deal zijn internationale ambities. Die zijn enorm: het aantal bezoekers moet in vijf jaar tijd verdubbelen naar twintig miljoen. „Ik wilde altijd van Stage een van de grootste bedrijven in zijn soort ter wereld maken”, zegt Van den Ende. Die wens kon niet verwezenlijkt worden omdat banken vanwege de onzekerheid over musicalhits deze niet wilden financieren. CVC wil dat nu wel.

Die groeimogelijkheden worden gezien in Europa, Zuid-Amerika en vooral Azië.

Inzetten op hits

Een musicalproducent is pas echt zijn investering waard als het enkele hits verzint, die jarenlang meegaan en in de hele wereld bezoekers trekken. Maar ‘eigen’ musicals als Ciske de Rat, Rocky en Sister Act waren tot nog toe niet zo succesvol. Van den Ende heeft nog een kans. Hij treedt voor vijf jaar bij Stage in dienst als ‘senior producer’ en heeft daarvoor inmiddels zijn eerste arbeidscontract ooit getekend.