Opinie

    • Sjoerd de Jong

Hij zegt, zij zegt – maar soms wil je weten hoe het echt zit

Wederhoor is mooi, en vaak verplicht, maar journalisten zijn er in de eerste plaats voor waarheidsvinding: hoe zit het nu echt? Alleen, ja, moet je dan altijd alles tot op de bodem uitzoeken?

Een actiegroep uit Monnickendam vindt dat de krant in gebreke is gebleven met een stuk over de omstreden bouw van een luxe hotel aan de Gouwzee in Noord-Holland (Moddergooien aan de Gouwzee, 11 juni). Volgens de activisten, die zich al jaren verzetten tegen de komst van het hotel, is het stuk „onjuist”. Een inwoner van Monnickendam vindt dat de krant „lui” is geweest en heeft verzuimd uit te zoeken hoe het nu echt zit.

Hebben ze een punt?

Nee, lui is de krant zeker niet geweest en het stuk geeft een goed beeld van de lokale ruzie. Verslaggever Arjen Schreuder nam poolshoogte, sprak met het horecapaar dat het hotel wil bouwen, met leden van de actiegroep (die het stuk op verzoek kregen voorgelegd en hun citaten goedkeurden) en met de gemeente Waterland, waar hij een aantal feiten verifieerde, bijvoorbeeld, waar de grenzen liggen van het beschermde natuurgebied (de Gouwzee is beschermd gebied).

Teleurstelling kan voor betrokkenen dan wel op de loer liggen als de krant na onderzoek niet een van beide partijen gelijk geeft. Komt er een keer een journalist van een landelijke krant kijken, kan de vlag nog niet uit. De actiegroep zette het gewraakte artikel wel op haar website (www.redhethemmeland.nl) , overigens met de trotse kop Landelijke media ontdekken het Hemmeland.

Veel detailkritiek op het stuk vind ik niet ter zake. Zo wordt de bewering van de hotelier dat dit project „iets nieuws is” voor Monnickendam „feitelijk onjuist” genoemd omdat er al een ander hotel met nog meer kamers staat. Maar ja, dat is met die bewering ook helemaal niet ontkend. En zo is er meer – maar om dat allemaal uit te zoeken, zegt Schreuder, zou hij de jarenlange procedure met alle bezwaarschriften hebben moeten uitpluizen, en dat voerde voor dit artikel veel te ver: het ging hem erom, met wederhoor voor alle betrokkenen, de slepende vete over dit project te beschrijven.

Dit is ook een kwestie van journalistieke genres. Schreuder schreef jarenlang voor de krant een reeks reportages over lokale aangelegenheden, de Afslag. Daarin werden allerlei dorpsruzies en stedelijke besognes op Frans Bromet-achtige manier beschreven. Een kleine greep: ophef in Vlissingen over een verbod op het houden van meer dan tien duiven en andere huisdieren; burengerucht in de Bossche wijk Habraken; overlast van een muziekkorps; ruzie over wildplassers; strijd om klassieke lantaarnpalen in Amsterdam-Zuid. Et cetera.

Alles bij elkaar leveren die stukken een schitterend beeld op van Nederland op zijn smalst: kopzorgen, buurtruzies, kleine burgeroorlogen. In zulke stukken gaat het vooral om een situatie- of zedenschets, om menselijk gedrag, en minder om de vraag wie er nu gelijk heeft.

Alleen, buiten het kader van zo’n rubriek krijgt een verhaal een andere lading. Zeker als de krant er zoveel ruimte voor uittrekt: dit verhaal werd groot gebracht, over twee nieuwspagina’s voorin de krant, met drie foto’s en een kaartje van het gebied.

Ja, dan ben je als lezer toch ook benieuwd of met name een paar van die feitelijke verwijten over en weer ook hout snijden. Is het waar dat de hotelier (zoals hij zegt) is beschuldigd van het betalen van steekpenningen, of dat de deelnemende bedrijven allemaal een negatief eigen vermogen hebben? De activisten zeggen het laatste, de hotelier ontkent. Maar is het zo?

Ik zou zeggen: door het zo fors op de kaart te zetten, als een uitslaande brand in Waterland, verplicht de krant zich in elk geval een vervolg aan de reportage te geven. Hoe gaat deze slijtageslag verder? Dan kunnen de betwiste feiten ook nader worden onderzocht. Er is gelukkig tijd voor, want de actiegroep kondigt in het stuk al aan de strijd te zullen voortzetten, als het moet tot aan de Raad van State.

Een andere, ook heel Nederlandse kwestie, waarin je zou willen weten: wie heeft er nu eigenlijk gelijk?

Een ‘ikje’ op de Achterpagina van Janine Herweijer, waarin zij beschrijft hoe ze in de Vliestroom moet uitwijken voor de Groene Draeck (Ramkoers, 28 mei), leidde tot rumoer in de brievenrubriek. Haar uitsmijter was: „De man aan het roer steekt zijn hand op. Ik zwaai plichtmatig terug. Die man ken ik, schiet er door mij heen.”

Geestig.

De Rijksvoorlichtingsdienst reageerde met een verwijzing naar de regels van het Binnenvaart Politie Reglement (Groene Draeck had voorrang, 4 juni). Ook andere briefschrijvers losten schoten voor de boeg. De hoofdredacteur blogde enthousiast over de „heerlijke reactie van het paleis”. Herweijer zelf lichtte in een ingezonden brief toe dat het haar niet ging om de formele vraag wie er voorrang had.

Serieuze NRC-kwestie.

Waarom dan geen verslaggever erop afgestuurd of de Rolodex met binnenvaartdeskundigen laten draaien? Als een horecadispuut in Monnickendam groot nieuws is, dan zeker de bijna-botsing van het staatshoofd in de slag bij Vlieland.

Overigens, de krant had ook de eigen nautische kerngroep kunnen inschakelen. Redacteur Hans Steketee („scherp jachtje van 32 voet”) zette een situatieschets op Twitter (zie hiernaast). Die lijkt Herweijer, die rechts hield, het voordeel van de twijfel te geven. Op het water moet wellevendheid heersen, eerder dan voorrangsregels, zegt ook zeiler en commentator Folkert Jensma („huurt wel eens een Valk of BM”). Het had het staatshoofd gesierd uit te wijken, om de burger niet nodeloos in problemen te brengen. Altijd goede raad voor een constitutionele vorst.

Dat had ik, zelf zonder zeebenen, nu eens graag tot de (plat-)bodem uitgezocht gezien.

    • Sjoerd de Jong