‘Hij stuurt veel foto’s. Van het uitzicht, de stad, of zijn lunch’

Peter Riezebos (35) doet promotieonderzoek in Shanghai. Zijn echtgenote Lindy (31) woont in Enschede. „Wij zetten in op kwaliteit. Lindy heeft elke zondag dat ik thuis was, ontbijt op bed gekregen.”

Peter tegen Lindy: „Als je net zo’n idioot was geweest als ik, was het al honderd keer misgegaan.”
Peter tegen Lindy: „Als je net zo’n idioot was geweest als ik, was het al honderd keer misgegaan.” foto david galjaard

Peter: „Ik woon sinds november in Shanghai, ik ben gevraagd om daar te promoveren in onderwijstechnologie.”

Lindy: „Peter is nu twee weken terug, daarvoor is hij zeven weken weg geweest. Dat is te doen, dat vind ik fijn. Maar in de wintermaanden heeft het bijna vier maanden geduurd. Dat vond ik lang. Normaal kruip je dan samen op de bank onder een dekentje met wat kaarsen. En nu was ik alleen.”

Peter: „We zijn wel aan een wat dynamischer vorm gewend. Ik ben al vaker langere tijd in het buitenland geweest voor studie of onderzoek. Ik heb psychologie, communicatiewetenschappen, bedrijfskunde en wijsbegeerte gestudeerd. Ik ben met wijsbegeerte nog bezig, de rest is klaar. Ik heb meer dan 900 studiepunten gehaald. Mijn verhaal is wat complex. Ik ben drie keer weggestuurd bij allerlei scholen. Het ging mis vanaf mijn zevende. Toen ik 22 was, ben ik een jaar lang opgenomen geweest. Ik zat onder de medicatie, had dagelijks intensieve therapie. Ik heb ADHD, Asperger en hoogbegaafdheid. Na dat jaar ben ik gaan studeren. Ik had Lindy inmiddels leren kennen en die zei: je kan wel psycholoog worden. Ik dacht: die is gek, ik durf niet eens naar school.”

Lindy: „Ik zag wel een bepaalde intelligentie. Peter praatte veel over van alles en nog wat. Muziek, bijvoorbeeld.”

Peter: „Via speciale toelatingsexamens kon ik naar het hbo, dat vond ik heel erg spannend. Lindy heeft mij letterlijk met de tranen in mijn ogen afgezet in de klas. Vandaaruit ging het in een keer heel snel. Tuurlijk, daar zit bewijsdrang, maar er was ook een aha-erlebnis, van ‘er zit veel meer in’. Toen ik op Harvard zat heb ik ook heel vaak moeten huilen als ik terugkeek op die eerste 22 jaar. Dan denk je: dat had dus allemaal niet gehoeven.”

Je moet doen wat je leuk vindt

Lindy: „Nee, ik heb niet echt geaarzeld om mee te gaan. Ik heb hier een hele leuke baan en Peter is daar hartstikke druk. In eerste instantie is hij er naartoe gegaan om te promoveren, maar hij is daar wel veel aan het schilderen.”

Peter: „Ik maak zeker 80 uur in de week. En ik denk meer.”

Lindy: „Heel vaak vragen mensen: ben je weer alleen in Enschede? Dan zeg ik altijd: je weet hoe zwaar Peter het in zijn jeugd heeft gehad. Ik zal de laatste zijn die zegt ‘ik wil niet dat je gaat’. Je moet doen wat je leuk vindt.”

Peter: „Wij zetten in op kwaliteit. In de afgelopen elf jaar dat ik thuis ben geweest heeft Lindy elke zondag ontbijt op bed gekregen. Je moet eens aan die mensen vragen hoe vaak ze zelf bloemen hebben gekregen in het afgelopen jaar. Ik kan je nu al op een briefje meegeven: nul keer.”

Lindy: „Als ik jou aan de telefoon heb gehad, ben je altijd blij. Al zit je dan hemelsbreed ver van elkaar weg, dan ben ik als partner heel gelukkig dat jij mooie dingen meemaakt.”

Peter: „Ik zit op een kamer midden op de universiteit. Ik hoef niet te reizen. Ik loop naar mijn werk. Het eten in de kantine is verschrikkelijk goed.”

Lindy: „Als ik ga slapen zet ik mijn telefoon op stil. In het begin werd ik om drie of om vier uur wakker: ‘PLING!’. Peter zijn dag is dan al begonnen en hij stuurt veel foto’s, van het uitzicht, de stad, of zijn lunch.”

Peter: „Dat is het voordeel van moderne telefonie.”

Lindy: „De dagelijkse dingen leggen we vast. Als ik televisie zit te kijken bij een vriendin, dan maak ik een foto. Skypen proberen we op maandag, donderdag en zondag te doen. Want als ik thuiskom van werk, slaap jij meestal al.”

Peter: „Tegenwoordig probeer ik wel tussen de vijf en zeven uur te slapen. Tijdens mijn studententijd heb ik regelmatig drie dagen niet geslapen, om te kunnen bijlezen.”

Lindy: „Dat heb ik nooit gemerkt. Wel een keer, met, wat was dat ook alweer? Oh ja, Harry Potter.”

Peter: „Ja, die had ik van mijn zus gekregen!”

Lindy: „Toen werd ik wakker en was het licht aan om half vijf. Je zei: ik heb hem bijna uit.”

Dwangmatige trekjes

Peter: „Doorgaans sta ik om half zeven, zeven uur op. Lindy is erg van de gezondheidsdingen. Dus ik begin altijd met een citroentje met lauwwarm water. Dan mag ik eigenlijk een half uur niets eten maar dat lukt niet, tijdstechnisch gezien. Rond half negen begin ik met mijn promotieonderzoek. Ik werk dan door tot vijf. Dan ga ik twee uur badmintonnen met collega’s, dat nemen ze vrij serieus. Vandaar dat ik in zeven maanden 32 kilo ben afgevallen. Na het badmintonnen kan ik naast de sportzaal eten. Dan kom ik terug om te schilderen. Als ik niet schilder heb ik veel stress, het is voor mij echt een uitlaatklep. Ik ga door tot elf uur en als ik thuiskom doe ik nog wat trainingen met dumbells. Dat kan ik gewoon een uurtje in mijn kamer doen. Ik heb wel wat dwangmatige trekjes.”

Lindy: „Ja, ik denk wel dat wij daarin tegenpolen zijn”

Peter: „Natuurlijk, als je net zo’n idioot was geweest als ik, was het al honderd keer misgegaan.”

Lindy: „Ik word er wel zenuwachtig van, maar ik denk niet dat Peter daar heel erg veel van merkt. Meestal zeg ik het achteraf. En ik bekijk het meer van tijd tot tijd. Soms lopen de dingen toch anders.”

Peter: „Jij bent stabiel en gestructureerd. En ik ben meer...”

Lindy: „Chaotisch.”

Peter: „Dynamisch.”