‘Het WK 2022 in Qatar kostte al 1200 doden’

Dat meldden verschillende media

illustratie Martien ter Veen
illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Door al het gedoe rond de FIFA, staat ook het WK 2022 in Qatar weer volop in de belangstelling. De argumenten tegen Qatar zijn bekend: te warm, te corrupt en te slechte arbeidsomstandigheden. Belangengroepen als Amnesty International en de FNV grijpen de hernieuwde belangstelling aan om te pleiten voor betere arbeidsomstandigheden. De FNV bijvoorbeeld, stelt dat er tot nu toe al 1200 WK-doden zijn gevallen en extrapoleert dat naar 4000 doden aan het begin van het WK. De Engelse krant The Guardian noemde hetzelfde getal en splitste het voor ons uit: 62 doden per wedstrijd. Een Belgische website had het over ‘spelen op een massagraf’. We checken of er inderdaad al 1200 WK-doden zijn gevallen.

Waar is het op gebaseerd?

De media en de FNV noemen als bron voor de cijfers de ITUC, de International Trade Union Confederation. Dat is een wereldwijde overkoepelende vakbond. Die gaat uit van de sterftecijfers onder de Indiase en Nepalese arbeidsmigranten in Qatar. Daarvan zouden er jaarlijks gemiddeld 400 overlijden, per jaar ongeveer 150 Nepalezen en ongeveer 250 Indiërs, gemeten voor de jaren 2011, 2012 en 2013. De ITUC heeft deze cijfers gekregen van de Indiase en Nepalese ambassades in Doha.

En, klopt het?

Om te beginnen is de vraag: 400 doden per jaar, is dat veel? Neem Nepal: in 2013 zijn er volgens de ITUC zo’n 190 doden gevallen – dat jaar was een uitschieter. In 2013 werkten er in Qatar ruim 300.000 Nepalezen. Dat komt neer op een sterftecijfer van ruim 0,6 (op de 1000). Nepal zelf heeft volgens het CIA Factbook een sterftecijfer van 6,7. Het sterftecijfer onder de circa 500.000 Indiërs in Qatar is 0,5 in Qatar – in India zelf is dat ruim 7. Dus eigenlijk vallen er juist weinig doden in Qatar, zou je zeggen. Harde conclusies kun je hier niet uit trekken, want de arbeidsmigranten vormen natuurlijk geen dwarsdoorsnede van de bevolking van het land waar ze vandaan komen. Maar de Indiase ambassade in Qatar liet onlangs in een persbericht weten het aantal doden heel normaal te vinden.

Andere cijfers dan die van de ambassades zijn er niet. De Qatari autoriteiten hebben sinds 2010 geen sterftecijfers van migranten meer gepubliceerd.

De volgende vraag is: gaan al die arbeidsmigranten dood in de bouw? Nee, zeggen ze bij de organisatie van het WK: „Er zijn in Qatar heel veel Indiërs die hier al hun hele leven wonen en werken, als taxichauffeur, kapper of accountant bijvoorbeeld.” Voor de Indiërs klopt dat. Voor de Nepalezen niet: zij kwamen pas recent naar Qatar, vaak als bouwvakker. Er zijn ook echt heel veel bouwvakkers in Qatar, onderhoudsmensen en dergelijke meegerekend. Het gros van het lage lonenwerk is in de bouw.

Maar dan nog: zelfs als alle dode arbeidsmigranten omkomen in de bouw, gaat het dan om bouwprojecten die gerelateerd zijn aan het WK? Dat lijkt niet waarschijnlijk, er worden toch ook andere zaken gebouwd in Qatar dan WK-stadions. De ITUC geeft toe dat eerdere berichten over honderden doden bij de bouw van de stadions niet helemaal accuraat waren, omdat er toen nog niet aan de bouw van stadions was begonnen. „Strikt genomen is dat zo”, zegt Tim Noonan, hoofd communicatie. „Maar heel veel andere WK-gerelateerde bouwprojecten zoals hotels en wegen waren al wel begonnen.”

Conclusie

Het getal van 1200 WK-doden is afkomstig van vakbond ITUC, die álle overleden arbeidsmigranten uit Nepal en India meerekent. Het klopt dat er vooral veel Nepalezen in de bouw werken, onder vaak slechte omstandigheden. Maar dat álle overleden arbeidsmigranten omkomen bij WK-projecten is onaannemelijk: er zouden in dat geval geen migranten overlijden door bijvoorbeeld verkeersongelukken of erfelijke ziekten. Het werkelijke dodental moet dus wel lager liggen. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.

Judith Spiegel woont in Koeweit-Stad en bezocht Qatar onlangs nog.