Haai geeft licht met zijn buik

Illustratie Irene Goede

Speel jij wel eens verstoppertje? Misschien sta je dan stokstijf achter een boom. Of lig je plat op je buik in het gras.

Sommige dieren verstoppen zich vanzelf. Ze lijken zo veel op hun schuilplek, dat je ze bijna niet meer ziet. Gevlekte luipaardwelpjes vallen bijvoorbeeld niet op in het lange savannegras. Dat heet camouflage.

Dieren camoufleren zich overal. Er zijn witte poolvossen die verdwijnen in de sneeuw, kikkers die lijken op bladeren en octopussen die zich voordoen als rots. En sommige haaien vermommen zich als licht.

Als licht? Licht kun je niet vastpakken of aanraken. Hoe kun je er dan uitzien als licht?

Het zit zo. In dieper water dringt een klein beetje licht van boven door. Dat is vooral blauw licht.

Stel je bent een visje en er komt een haai boven je zwemmen. Dat zie je gelijk. De haai werpt een donkere schaduw over je.

Maar de buik van de lantaarnhaai geeft licht. Een zachtblauw buiklicht. Net zo blauw en zacht als het licht dat van boven komt. Zo maakt de haai zich onzichtbaar: van onder ziet het visje niet meer dat er een haai boven hem zwemt. HAP, weg visje.

De lantaarnhaai is maar een kleine haai. Met zijn blauwe lichtbuik is hij niet alleen onzichtbaar voor prooien, maar ook voor grotere roofdieren die op hem jagen.

Het licht komt uit duizenden piepkleine lichtgevende vlekjes op zijn buik. Die lichtvlekjes zijn kleiner dan een zoutkorrel. Omdat het er zo veel zijn, lijkt het net alsof de hele buik gloeit. Hoe de gloeiplekjes precies werken, weten biologen nog niet. Ze weten wel dat de lantaarnhaai zijn buik niet zomaar aan of uit kan knippen als een schemerlamp.

De lantaarnhaai moet dus naar boven zwemmen als het avond wordt. Dan is er minder licht in het water, en moet hij hoger zwemmen om onzichtbaar te blijven. En als de zon weer opkomt, zakt de lantaarnhaai weer naar beneden. Zo blijft hij altijd verstopt, midden in het water.