Griek in Holland

Kan er ook nog iets goeds over Griekenland worden gezegd? Over de eilanden bijvoorbeeld waar duizenden Nederlanders hun zomerse genot met vakantieliefdes botvieren voor een zacht prijsje. Over de cultuurstad Athene die schoonheid en troost uitstraalt. Over artistieke legendes met hun revolutionaire gloed tegen het kolonelsregime, als de componist Mikis Theodorakis en de actrice-zangeres Melina Mercouri.

Over de Griekse sportnatie, misschien?

De Olympische Spelen van 2004 waren beslist geen rommeltje. De infrastructuur was groots en meeslepend aangevat. De metro in Athene was een juweeltje. Ik zeg niet zoals Jacques Rogge dat het de beste Spelen ooit waren, maar de organisatie was perfect en de aanstekelijke vriendelijkheid van vrijwilligers onbegrensd. Alleen jammer van de duizelingwekkende kostprijs. Wat iedereen vreesde, werd bewaarheid: Olympische Spelen kunnen alleen nog in dictaturen die de wildste begrotingen uit hun duim mogen zuigen. Voor een frêle democratie als Griekenland was het mondiale spektakel te hoog gegrepen.

Het waren aangename weken zomer 2004, daar in Athene en omstreken. Aan alles voelde je de collectieve trots die over het land was gevallen. De euforie tot de moderne wereld te zijn toegetreden. De verovering van respect. Nergens vijandigheid, nergens rellen. Wel waren zwervers en hoeren de hoofdstad uitgeveegd – ik heb ze door de nacht zien dolen.

De Spelen hebben de financiële crisis van Griekenland dramatisch verergerd, daar zou de olympische gemeenschap vandaag ook eens aan mogen denken. In mededogen. Luttele tijd na de Spelen stond het apocalyptische bericht in de krant: „De Griekse overheid kan geen belastingbrieven meer versturen omdat de inkt op is.”

Land zonder inkt in hartje Europa – je jankt je als Europeaan een ongeluk.

Geheel onverwacht werd Griekenland in 2004 ook nog Europees kampioen voetbal. Het volksfeest dat daarna losbarstte was ongezien. Toenmalig bondscoach Otto Rehhagel werd nationale held. Een Duitser nota bene. Angelos Charisteas scoorde het enige doelpunt in de finale. Ook hij werd in het pantheon opgenomen tussen oude filosofen en rijke reders. Charisteas wordt nog steeds op handen gedragen alsof hij een kruising tussen Cruijff en Pelé is. Net niet, maar wel goed genoeg om voor Ajax te komen voetballen.

Meerdere Grieken hebben de eredivisie verrijkt met hun torinstinct en technische vaardigheden; Georgios Samaras, Nikos Machlas, Yannis Anastasiou, Kostas Lamprou. Machlas was lange tijd de duurste spits ooit in Nederland.

Vandaag speelt Ibrahim Afellay voor Olympiakos. Voor een salaris dat niet onderdoet voor dat van Ron Vlaar in de Premier League. Talloze Griekse clubs balanceren op de rand van het faillissement, maar er duikt altijd wel weer een rijke mecenas op die de ergste nood lenigt. Het voetbal is al even improvisatiegek als het land.

In Nederland weerklinkt alleen leedvermaak voor de dynamiek van de Griekse ondergang. Nikos Machlas heeft het allemaal eerder meegemaakt. De spits van Ajax werd wedstrijd na wedstrijd uitgelachen en weggehoond. Bij Vitesse nochtans een gevierde halfgod.

Het gebrek aan financiële orthodoxie bestaat ook bij Nederlandse voetbalclubs. Het licentiesysteem beperkt nog enigszins de schade, maar hooghartigheid naar Griekse clubs toe is ernstig misplaats. In Turkije en zelfs in Frankrijk en Italië is het financiële huishouden van een aantal clubs niet minder surrealistisch dan in Griekenland.

Voetbal blijft een budgettair schimmenrijk.

Ook als kleine sportnatie leefden de Grieken boven hun stand. Maar was dat bij Feyenoord dan anders? Is het gerommel bij FC Twente minder aanstootgevend dan bij AEK Athene? Nagenoeg het hele betaald voetbal moet zich binnenstebuiten keren om onder het zwaard van curatele weg te komen. Kan iemand dat nog gauw even zeggen tegen beul Jeroen Dijsselbloem?