Opinie

Eerst de boekhouding, en dan de moraal

Veel mensen denken dat het goed is als Griekenland de eurozone verlaat. De Grieken houden zich niet aan de afspraken, ze maken er een zootje van – adiós en good riddance! Maar dat zegt net zo veel over degenen die het roepen, met name in het noorden. Want in de unie draait het niet om de boekhouding maar om de politiek. Dat zijn we vergeten.

De euro kwam er door de Duitse hereniging, na de val van de Muur in 1989. Duitsland werd tweemaal zo groot. Dit veranderde de machtsverhoudingen in Europa, ten nadele van Frankrijk. In ruil vroeg Parijs één Europese munt, waarin elk deelnemend land een even zware stem had. De Fransen (en anderen) hoopten zo van de sterke D-mark af te komen, die andere Europese munten domineerde. Ja, eigenlijk was de Deutsche Mark óók een Europese munt, maar dan een waarover alleen Duitsland zeggenschap had.

De euro werd zo de politieke prijs die Duitsland betaalde voor zijn hereniging. Deelname werd verplicht voor alle EU-landen, mits ze aan bepaalde criteria voldeden, zoals maximaal 60 procent van het bbp aan staatsschuld en hooguit 3 procent begrotingstekort.

Die criteria kwamen er ‘met de natte vinger’; het ging om de politieke beweging, niet om exacte getallen. Daarom kwamen Italië en Griekenland erbij, al voldeden ze niet aan de criteria. Bij de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en in de hoofdsteden wist iedereen dat. Maar niemand viel erover.

Dat Griekenland op grond van kille calculaties de eurozone uit zou moeten, toont dat wij nu anders tegen Europa aankijken. We hebben het geëconomiseerd. Dat begon in 2003, toen Frankrijk en Duitsland over de 3 procent heengingen – en ermee wegkwamen, mede dankzij de Griekse stem overigens. Kleine landen als Nederland waren furieus en eisten dat de regels in beton werden gegoten. Dat gebeurde – min of meer. Maar nooit helemaal. Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hoefden niet mee te doen met de euro.

In 2012, toen velen Griekenland uit de eurozone wilden gooien, besloot bondskanselier Merkel het er om geopolitieke redenen in te houden; ook wil ze als Duitser niet de bijl zetten in het Europese project. Daarom ook krijgt Frankrijk steeds uitstel van executie bij zijn begrotingstekort: op de dag dat Duitsland instemt met straf uit Brussel voor Frankrijk, is Europa kapot. Het kan nu eenmaal alleen functioneren als Parijs en Berlijn gelijkwaardige partners zijn.

Als onze politici ons hieraan zouden herinneren, kregen we een andere discussie over Europa, Griekenland en alle andere misère die op ons afkomt, van een agressief Rusland tot het immigrantenprobleem. Maar politici praten alleen over Europa ‘als markt’. Uitbreiding, bedacht om ex-dictaturen democratie en welvaart te brengen, verkopen ze als ‘goed voor bedrijven’. Begrotingsdiscussies gaan niet over waar Europa in zou moeten investeren, maar over hoe jouw land zo weinig mogelijk kan betalen en er zoveel mogelijk kan uithalen.

Een lezing van eurocommissaris Katainen (Economische en Monetaire Zaken) over de toekomst van Europa, deze week in Wenen, ging over vrijhandel, bankenunie en een Europees elektriciteitsnet. Belangrijk, zeker. Maar niemand spreekt over de politieke raison d’être van Europa. Hoe moeten mensen begrijpen dat Europa niet enkel draait om geld, maar over vreedzaam samenleven op één continent? Dat draait om geven en nemen. Griekenland zit in de EU en de NAVO. We moeten samen verder. De manier waarop de eurozone deze affaire afhandelt, staat haaks op de Europese geest. Scheld de schuld kwijt, en begin op een nieuwe bladzijde.