De som der delen

Foto’s Martina Bacigalupo

Het is een aantrekkelijk idee: orden de wereld in categorieën en systemen en je zou bijna gaan geloven dat het allemaal wel meevalt met de chaos.

Leg een raster over die weerbarstige praktijk van het leven en voilà, overzicht. En zelfs: controle. De Franse criminoloog en politieman Alphonse Bertillon ontwikkelde in 1879 een systeem om misdadigers te identificeren. Hij noteerde de kleur van de ogen, het haar, de huid, en opvallende tekens zoals tatoeages en littekens. Daarnaast mat hij elf lichamelijke kenmerken op die samen uniek zouden zijn voor een individu, waaronder lichaamslengte, spanwijdte van de uitgestrekte armen en de lengte van de linkervoet.

Bertillons interesse ging vooral uit naar het rechteroor: hij meende dat dat op een dag gebruikt zou gaan worden als uniek identificatiemiddel en liet daarom bij het nemen van een politiefoto van een verdachte – de mug shot – behalve van de voorkant van het gezicht ook een foto maken van het gezicht en profil.

De foto’s van Bertillon zijn nu te zien in de tentoonstelling The Order of Things, in de tentoonstellingsruimten van The Walther Collection in het Zuid-Duitse Ulm. Samen met onder andere de Amerikaanse mug shots die sheriff Thomas Cunningham rond 1890 maakte in Californische gevangenissen als San Quentin en de Folsom State Prison, en negentiende-eeuwse portretten van vrouwelijke psychiatrische patiënten van de Franse neuroloog Jules Bernard Luys.

Deze zogeheten vernacular photography – de ‘fotografie van de gewone taal’, die niet bedoeld is als kunst – hangt er zij aan zij met het werk van kunstenaars voor wie het rangschikken van beelden juist een belangrijk onderdeel is van hun werk. Ze catalogiseren, classificeren, archiveren en ordenen en maken zo series, sequenties, reeksen, rasters.

Performance

Ze leggen bijvoorbeeld de tijd vast in opeenvolgende beelden, zoals de Chinese kunstenaar Song Dong in 36 opnamen van zijn performance in de Lhasa Rivier in Tibet (Printing on Water, 1996). Of de Amerikaan Stephen Shore, die op één dag elk half uur een foto maakte van zijn vriend Michael Marsh (July 22nd,1969).

Ze plaatsen hun onderwerpen systematisch voor eenzelfde achtergrond, op dezelfde plek in het kader, met eenzelfde belichting, zoals Richard Avedon dat deed in The Family, zijn beroemde portrettenreeks van bekende, veelal machtige Amerikanen uit 1976. Of ze focussen systematisch op één bepaald onderwerp, zoals bloemen en planten (Karl Blossfeldt), watertorens of gastanks (Bernd en Hilla Becher) of mensen (August Sander).

Allen verwerpen ze dat bekende idee van ‘het beslissende moment’ van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson, waarin een perfecte compositie wordt gevangen in één enkele foto. Omdat ze niet uit zijn op dat ene beeld, precies op dat ene goede tijdstip genomen, maar juist geïnteresseerd in het verhaal, het proces, de samenhang.

Zo vertellen ze hoe de tijd verstrijkt, en wat dat doet met mensen. Zoals we dat ook kennen uit die beroemde serie – niet te zien in deze expositie – van Nicholas Nixon over de Brown Sisters, waarin hij al veertig jaar lang vier zussen elk jaar in eenzelfde volgorde laat poseren en waar we langzaamaan grijze haren en rimpels zien verschijnen.

Of een verhaal zoals dat van de Bechers, die met hun zwart-grijze weergave van het industriële erfgoed het kijken bijna tot een meditatieve ervaring maken. Door die monotone, zelfs wat saaie beelden van watertorens, silo’s of hoogovens – allen vanuit eenzelfde standpunt, allen met datzelfde neutrale licht – in een bepaald ritme bij elkaar te plaatsen, wordt de compositie van het geheel meer dan wat één enkel beeld teweegbrengt. Het geheel ís het kunstwerk.

Vergeet even dat verdwijnen van erfgoed, vergeet het verhaal van arbeiders en werkloosheid. Geïsoleerd van hun sociale of politieke lading worden die series bijna abstract, waarin vorm boven inhoud staat.

Architectonisch

Vergelijk dat eens met de foto’s van de Nigeriaanse J. D. ’Okhai Ojeikere, die kort na de onafhankelijkheid van zijn land in 1960 begon met het fotograferen van de diverse haarstijlen, als documentatie van de eigen cultuur. Ruim veertig jaar lang legde hij meer dan duizend kapsels vast – gevlochten, gedraaid, ingewikkelde bouwwerken die als architectonische kunstwerkjes op al die hoofden zweven. Sommige refereren daadwerkelijk aan de nieuwe gebouwen en bruggen die in de jaren zeventig in Nigeria werden gebouwd.

In principe hanteerde Ojeikere dezelfde benadering als de Bechers: steeds dezelfde achtergrond, het zelfde licht, het onderwerp altijd midden in het kader. En in feite is het onderwerp hetzelfde: een systematische studie van lokale culturele vormen. Waardoor de foto’s – tot stand gekomen op duizenden kilometers afstand in totaal verschillende culturen – een vergelijkbare beleving oproepen.

The Order of Things is een prachtige en bijzondere expositie die niet alleen de bezoeker de kans biedt een aantal beroemde, iconische series uit de fotografiegeschiedenis nu eens in het echt te aanschouwen (Avedon, Sander, Blossfeldt, Muybridge, Araki, Shore, Ruff, de Bechers, Fosso), maar die ook laat zien hoe de verschillende benaderingen van al die kunstenaars zich tot elkaar verhouden.

Zo wordt inzichtelijk hoe de Duitse Thomas Ruff in de jaren 80 eigenlijk precies hetzelfde nastreefde als de negentiende-eeuwse criminoloog Bertillon een eeuw eerder: namelijk het zo neutraal en uitdrukkingsloos mogelijk weergeven van gezichten, met eenzelfde rigoureuze en systematische benadering. Ruff gebruikt dezelfde visuele taal als die van de identiteitsfoto’s en hanteerde daarbij de zogeheten Minolta Montage, die de Duitse politie vanaf de jaren 70 hanteerde om een compositiefoto samen te stellen uit afzonderlijke portretfoto’s of foto’s waarop slechts een deel van een gezicht zichtbaar was. Waarbij deze merkwaardige paradox optreedt: hoewel zulke foto’s werden gemaakt om een individu te identificeren, laten ze door de strenge uniformiteit de individualiteit verdwijnen.

Die gedachte is niet nieuw – Ruff heeft er vaak over verteld – maar het is bijzonder de werken in één expositie bij elkaar te zien en eens zelf te ervaren wat deze seriematige manier van presenteren nou eigenlijk betekent.