Celstraf betekent dus ook verplicht op bed hangen

Vorige week beval de rechter in de Amerikaanse staat Louisiana dat Albert Woodfox (68) onmiddellijk vrij moest worden gelaten omdat hij onschuldig is gebleken. De man was 43 jaar lang 23 uur per dag opgesloten in een cel van 6 vierkante meter. Wat gebeurt er dan met je? Woodfox zelf klaagde over overmatig zweten, moeizaam ademhalen, claustrofobie, hoge bloeddruk, hartklachten, angststoornissen, slapeloosheid en, natuurlijk, verveling. Een lotgenoot die na 40 jaar op 3 bij 2 meter vrijkwam, in 2013, overleed twee dagen later.

In de literatuur heet zoiets ‘detentieschade’; meestal slaat het op de sociale en maatschappelijke gevolgen van opsluiting. Maar zouden er ook fysieke gevolgen zijn na detentie? Bij het symposium ‘Gevangen in jezelf’, vorige week bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving bleken er duidelijke aanwijzingen. Niet alleen je geestelijke, maar ook je fysieke gezondheid kan door detentie veranderen. Langdurig passief verblijf in een ‘prikkelarme omgeving’ kan tot andere breinstructuren leiden. Met name de executieve breinfuncties zouden risico lopen: het vermogen om doelgericht gedrag te vertonen. Planning, geheugen, impulscontrole, gedragsregulatie.

Er loopt tenminste één promotieonderzoek dat moet vaststellen of langdurig stilzitten in Nederlandse gevangenissen inderdaad de hersens aantast. Als dat zo is, dan staan de bezuinigingen op werk, creatieve vorming, bibliotheek en recreatie en het steeds verlengen van de tijd ‘achter de deur’, meteen ter discussie. Stel je voor dat langdurige opsluiting zelfbeheersing juist vèrder afbreekt – maatschappelijk is dat een nachtmerrie. Hoe langer opgesloten, hoe ‘dunner’ de frontale cortex, hoe zwakker begaafd, hoe groter het risico op herhaling. De groep met het grootste risico beschadigen we dan verder door ze met opzet in een ‘arme’ omgeving in te sluiten en ze zo gevaarlijker te maken.

En er zijn aanwijzingen voor. Hersenscans van langdurig verwaarloosde pleegkinderen, opgegroeid in armzalige Roemeense weeshuizen, vergeleken met gemiddelde pleegkinderen toonden al significante verschillen aan. De Roemeense kinderen kenden meer gedragsproblemen en een verminderde gevoeligheid voor straf. Het correspondeerde met beschadiging in bepaalde hersengebieden. Ook in verpleeghuizen is vastgesteld dat ouderen versneld mentaal achteruit gaan als ze niet meer worden uitgedaagd. Dit wekte de nieuwsgierigheid van neuropsychologen voor het gevangeniswezen. Uit onderzoek op ratten weten zij dat lang opsluiten in geheel kale kooien tot andere hersenontwikkeling leidt dan opsluiten in kooien met allerlei interessante rommel om je, als rat, mee te bemoeien.

Nederlandse gevangenen verblijven makkelijk 16 tot 20 uur in hun cel, doorgaans hangend op hun bed. Celstraf betekent mensen op bed leggen. Maanden, jaren soms. Gedetineerden klagen ook veel over slecht slapen, ‘s nachts dan. Overdag, vooral in de middag, wordt er al veel gedut en gesluimerd. Van Britse gevangenen is bekend dat 87 procent de norm van dagelijks 30 minuten matig intensief bewegen niet haalt. Zitten, roken, hangen, tv-kijken en niks doen – dat is het leven in de cel. Geen mentale uitdaging, geen verantwoordelijkheid voor de dagindeling, weinig communicatie, geen zinvolle bezigheden. Gedetineerden beslissen alleen of ze het personeel wel of niet iets zullen vragen. Het resultaat is vaak totale lamlendigheid, zo weten penitentiaire inrichtingswerkers. Zouden gedetineerden onder deze ‘arme’ omstandigheden neurobiologisch net zo achteruit gaan als dieren?

Gelukkig is er ook goed nieuws. De nieuwe gevangenis in Zaanstad is straks de eerste (!) waar de bedden kunnen worden opgeklapt. De gedetineerden bepalen er zelf hun dagindeling en bewegen zich zonder bewaker door de afdeling. Van ‘hospitaliseren naar zelfredzaamheid’ luidt het concept daar. Elders wordt gedetineerden ‘running therapy’ gegeven tegen depressie. En er is natuurlijk het gelukkige feit dat tachtig procent van de celstraffen in dit land korter is dan 6 maanden. Blijven er nog genoeg gedetineerden over die (verder) beschadigd kunnen raken. Dat wel.

    • Folkert Jensma