Beleggers van nu zijn passieve volgers

Hét beleggingsproduct van dit moment is zo simpel om mee te handelen en zo populair dat het invloed op markten krijgt. Is dat gevaarlijk?

Steeds meer geld belegd in trackers
Steeds meer geld belegd in trackers

Nate Most studeerde natuurkunde, werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog als akoestisch expert bij de Amerikaanse marine, verkocht daarna geluidsisolatie aan Indiase bioscopen, ging de financiële sector in en bedacht op bijna 80-jarige leeftijd in 1993 hét beleggingsproduct van dit moment: ETF’s.

ETF’s, ook wel trackers genoemd, volgen een bepaalde markt of index. Wie de ‘oertracker’ van Most koopt (huidige koers 211 dollar), schaft indirect aandelen in alle bedrijven van de Amerikaanse S&P 500-index aan. Van Apple tot Boeing, Coca-Cola en alle 497 anderen. De trackeraanbieder koopt die aandelen van het ingelegde geld om precies de S&P 500 te kunnen spiegelen. Het prettige voor de belegger is dat die hetzelfde rendement haalt als de index, zonder dat hij al die honderden aandelen los hoeft te kopen.

Sinds Most in 2004 overleed, is het wereldwijd in trackers belegde bedrag vertienvoudigd naar zo’n 2.900 miljard dollar. De belangrijkste verklaring van de populariteit zijn de lage kosten. Voor de oertracker van Most vraagt trackeraanbieder State Street jaarlijks slechts 0,09 procent aan beheerskosten. Dat is een groot verschil met een beleggingsfonds van bijvoorbeeld Robeco dat óók grote Amerikaanse bedrijven volgt, maar dat 0,81 procent rekent.

De trackerhype illustreert de opmars van het ‘passieve beleggen’. En dat is een belangrijke kentering in de wereld van beleggen en vermogensbeheer, zegt analist Jeffrey Schumacher van onderzoeksbureau Morningstar.

Bij ‘actief’ beleggen beleg je in een fonds van een ‘beursgoeroe’ die bepaalde aandelen kiest waarvan hij verwacht dat ze het goed gaan doen. Als passieve belegger volg je gewoon de index. Stijgt de beurs met 3 procent, dan stijgt de waarde van de tracker met 3 procent, min de kosten.

Schumacher: „Vroeger werd op je neergekeken als je genoegen nam met het simpelweg volgen in plaats van verslaan van de markt. Toen bleek uit onderzoeken dat veel actieve beleggers het helemaal niet beter deden dan die markt.”

Europese inhaalslag

De Verenigde Staten lopen voorop, maar ook in Europa worden trackers meer en meer omarmd. Volgens Euronext bedroeg de waarde van de aan de Amsterdamse beurs genoteerde ETF’s eind mei 147,8 miljard euro, een stijging van 36 procent in een jaar tijd.

De Europese groei hangt deels samen met het provisieverbod in het Verenigd Koninkrijk en Nederland, zegt Schumacher. Vermogensbeheerders hebben er nu namelijk geen belang meer bij om beleggingsfondsen, waar ze vroeger commissie van kregen, aan te raden.

„Het provisieverbod van 2013 heeft het vermogensbeheer en private banking in Nederland veranderd”, zegt ook Oliver Trienes, directeur passieve beleggingen Benelux bij Deutsche AWM, de vermogensbeheertak van Deutsche Bank.

Stuwende werking op beurzen

Omdat er zo veel geld in trackers omgaat, hebben ze invloed op de markten. Een voorbeeld: een van de indices van MSCI is dé graadmeter voor de economie in 23 opkomende markten. MSCI zegt binnenkort ook Chinese bedrijven aan die index toe te voegen. Op dat moment moeten trackeraanbieders die stap volgen en voor zo’n 20 miljard dollar aan Chinese aandelen kopen.

Hetzelfde gebeurt continu op kleinere schaal omdat meer moet worden gekocht van de producten die de trackers volgen. Via de tracker van Most wordt bijvoorbeeld bijna 180 miljard dollar in S&P 500-bedrijven belegd.

Schumacher: „Doordat iedereen op dezelfde manier en in dezelfde aandelen belegt is het de vraag of je bepaalde aandelen en markten niet aan het opblazen bent. En wat gebeurt als straks iedereen er tegelijk uit wil stappen?”

Val van eenvoud

De populariteit van trackers komt terug in het aanbod. Dit jaar doorbrak het aantal verschillende trackers voor het eerst de vierduizend, blijkt uit onderzoek van Deutsche Bank.

Er zijn relatief simpele varianten waarbij duidelijk bepaalde obligatiemarkten en aandelenindices gevolgd worden. Het kan ook ingewikkelder.

Schumacher ziet een probleem in de wildgroei van zulke exotische trackers die onduidelijk zijn vanwege bijkomende kosten of onduidelijk beleggingsdoel. Neem de Women in Leadership ETF. Die volgt bedrijven waar vrouwen de baas zijn of een bepaald percentage van het bestuur uitmaken. „Ik vraag me af of beleggers het nog snappen met dit soort vernieuwing en nog weten wat ze kopen. Eenvoud was juist de grootste kracht van ETF’s.”

Opvallend genoeg zou zelfs die eenvoud voor particuliere beleggers gevaarlijk zijn. Dat blijkt uit een studie van de Goethe Universiteit en de Universiteit van Indiana uit 2013.

Op basis van Duitse data constateren ze dat trackerontdekkers nogal enthousiast aan het handelen slaan waardoor hun portfolio slechter rendeert dan dat van mensen die van trackers afbleven. „Ze gokken op marktontwikkelingen en ze gokken verkeerd”, constateren de onderzoekers.

Trackerspecialist Trienes: „ETF’s zijn geen speelgoed. Ze bieden makkelijk toegang tot markten. Maar als je via een ETF investeert in een markt met veel risico, blijft het een markt met veel risico.”